Aanscherping gerichte vrijstelling Arbo-voorzieningen

1 februari 2022

Zoals wij reeds in onze nieuwjaarstips hebben aangekondigd, zijn de voorwaarden voor de gerichte vrijstelling voor Arbo-voorzieningen per 2022 aangepast. In dit artikel leest u hier meer over.

Beperking gerichte vrijstelling Arbo-voorzieningen

Met ingang van 2022 is de gerichte vrijstelling voor Arbo-voorzieningen door de Staatssecretaris van Financiën aangepast.

Tot en met 2021 verwees één van de voorwaarden voor de gerichte vrijstelling voor Arbo-voorzieningen naar ‘’het arbeidsomstandighedenbeleid dat de inhoudingsplichtige voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet’’. Op basis hiervan was het in de praktijk mogelijk om op basis van het eigen Arbobeleid voor meer dan alleen de ‘’wettelijk verplichte’’ Arbo-voorzieningen een gerichte vrijstelling toe te passen.

Door de aanpassing per 2022, de Staatssecretaris spreekt over een ‘’verduidelijking’’, kan de gerichte vrijstelling per 2022 alleen nog worden toegepast voor voorzieningen:

  • ter bestrijding of het voorkomen van veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor werknemers die verbonden zijn met de door de werknemer verrichte arbeid;
  • die door de werkgever op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) moeten worden verstrekt en;
  • waarvoor geen eigen bijdrage van de werknemer mag worden gevraagd.


Met andere woorden, de gerichte vrijstelling voor Arbo-voorzieningen ziet per 2022 expliciet op verplichte Arbo-voorzieningen op grond van de Arbowet.

Waarvoor geldt de gerichte vrijstelling? Enkele voorbeelden

Bij de toelichting op de wijziging, worden enkele voorbeelden genoemd van zaken die voortvloeien uit de Arbowet waarvoor de gerichte vrijstelling is bedoeld: een ergonomisch verantwoorde bureaustoel, een voetenbankje voor beeldschermwerk, een beeldschermbril, laboratoriumjassen en veiligheidsschoenen.

 

Voorzieningen die de werkgever aan de werknemer verstrekt en die niet direct samenhangen met de verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbowet, vallen niet (meer) onder de gerichte vrijstelling. Ook hiervan worden enkele voorbeelden genoemd: het generiek vergoeden of verstrekken van algemene gezondheidschecks en het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van gezonde maaltijden, een fiets, sportieve activiteiten en dergelijke.

 

Wij merken op dat de Belastingdienst in het verleden het standpunt innam dat een cursus stoppen met roken en een stoelmassage onder de gerichte vrijstelling voor Arbo-voorzieningen vielen. Door de wijziging per 2022 vallen deze voorzieningen niet langer onder de gerichte vrijstelling. In sommige gevallen kan overigens (nog steeds) een nihil waardering worden toegepast, indien en voor zover deze voorzieningen op de werkplek worden verstrekt en gebruikt of verbruikt.

Eigen bijdrage en IKB

Een van de voorwaarden die voortvloeit uit de Arbowet, is dat de kosten van de Arbo-voorziening voor rekening komen van de werkgever. Indien u als werkgever een eigen bijdrage vraagt van uw werknemer, wordt niet aan deze voorwaarden voldaan voor de gerichte vrijstelling. Het begrip eigen bijdrage is in dit verband ruim en kan elke vorm van een bijdrage van de werknemer. Zo is ook het ‘’uitruilen’’ van een loonbestanddeel via een cafetariaregeling (zoals het IKB) voor een Arbo-voorziening, aan te merken als een eigen bijdrage. 


Uit de toelichting blijkt ook dat als uw werknemer opteert voor een luxere uitvoering van dezelfde voorziening of een upgrade van een Arbo-voorziening, de gerichte vrijstelling niet van toepassing is op de extra kosten die hiermee gepaard gaan. Dit is wat ons betreft eveneens een aanscherping ten opzichte van 2021. Voor deze extra kosten kunt u, volgens de toelichting, wel een eigen bijdrage uit het nettoloon van de werknemer vragen. Wij kunnen ons voorstellen dat dit aangescherpte standpunt in de praktijk tot vragen en discussie kan leiden.

Voor de praktijk

De aanscherping van de voorwaarden voor de gerichte vrijstelling voor Arbo-voorzieningen, kan er toe leiden dat Arbo gerelateerde zaken die u tot en met 2021 onbelast kon vergoeden of verstrekken, per 2022 niet langer aan de voorwaarden voldoen. Dit kan tot extra kosten en (fiscale) risico’s leiden.


Wij adviseren u dan ook om uw Arbobeleid en ‘’WKR aanwijslijst’’ te beoordelen en te bepalen in hoeverre deze wijziging gevolgen voor u heeft. Indien u Arbo-voorzieningen vergoedt of verstrekt die niet (meer) aan de voorwaarden voor een gerichte vrijstelling voldoen, geven wij u in overweging uw beleid hierop aan te passen danwel een afweging te maken hoe u om wenst te gaan met de mogelijke extra kosten als gevolg van de (extra) WKR eindheffing die u verschuldigd bent.

Tot slot

Als u vragen of opmerkingen heeft, of als wij u kunnen adviseren over bovenstaande, neem dan contact op met één van onze specialisten of uw vaste aanspreekpunt. 

Remco Bosma
Specialist Loonheffingen en Sociale Verzekeringen, Expert DHT/TCF

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.