Opbrengstlimiet leges; toetsing titel 1, 2 en 3

28 september 2021

Voor de leges (rechten) geldt dat de begrote baten de begrote lasten niet mogen overstijgen. Overstijgen de baten de begrote lasten met meer dan 10% dan wordt de verordening dan wordt normaliter de verordening door de rechter volledig onverbindend verklaard. Blijft het percentage waarmee de begrote baten, de begrote lasten overstijgt beperkt tot minder dan 10%, dan is er sprake van partiële onverbindendheid van de verordening en wordt het bedrag van de aanslag met datzelfde percentage verminderd.

Stelplicht en bewijslast bij leges

Hoe deze opbrengstlimiet getoetst moet worden en wie daarbij de bewijslast heeft, heeft de Hoge Raad een aantal maal een arrest gewezen. De basisregels daarbij zijn als volgt:
1. Een belastingplichtige moet de overschrijding van de opbrengstlimiet aan de orde stellen;
2. Vervolgens is het aan de heffingsambtenaar om inzicht te geven in de raming van baten en lasten of gegevens die op deze raming zijn terug te voeren. Hierbij zijn een aantal zaken van belang:
a. Het gaat om de begrote baten en lasten, dus niet de gerealiseerde baten en lasten.
b. Het is niet relevant of gegevens achteraf worden opgesteld, zolang deze maar op de initiële begroting zijn terug te voeren.
c. Van de heffingsambtenaar mag niet worden verwacht dat hij voor alle in de verordening en in de tarieventabel bijbehorende diensten afzonderlijk de opbrengstlimiet in kaart brengt.
d. Er moet inzage gegeven worden voor alle activiteiten die onder de verordening vallen.
3. Het is vervolgens aan de belastingplichtige om gemotiveerd te stellen waarom er sprake is van een last ter zake.
4. Hierover dient de gemeente vervolgens weer nadere inlichtingen te verschaffen. Dit moet de heffingsambtenaar naar vermogen doen. De heffingsambtenaar hoeft niet te bewijzen dat de twijfel van de belastingplichtige ongegrond is.
5. De bewijslast voor de feitelijke onderbouwing vervolgens rust op de belanghebbende.
Kortom het is van belang dat altijd op het juiste moment de juiste informatie binnen de juiste context wordt aangeleverd.

Toetsing op niveau titel 1, 2 en 3

De legesverordening en bijbehorende tarieventabel wordt vaak opgedeeld in 3 hoofdstukken of titels, te weten:
a. Burgerzaken;
b. Omgevingsvergunningen ;
c. Dienstenrichtlijn.


Wanneer iemand de opbrengstlimiet ter discussie stelt, is het van belang dat inzage wordt gegeven op verordeningsniveau (dat wil zeggen op titel 1, 2 en 3 niveau) dus niet het titel niveau waarop het bezwaar betrekking heeft. Wordt dit niet gedaan dan wordt niet voldaan aan de bovengenoemde bewijslastregels. Dit heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 22 juli 2021 recent weer eens geoordeeld.

Achteraf toe te rekenen kosten

Indien en voorzover blijkt dat achteraf bepaalde kosten niet zijn toegerekend dan mogen deze niet alsnog in de kostenraming ter beoordeling van de opbrengstlimiet worden opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld perceptiekosten of veegkosten. Dit heeft de Hoge Raad op 12 maart 2021 geoordeeld.

Een uitzondering hierop is de btw (die gecompenseerd kan worden uit het BTW compensatiefonds) deze mag wel achteraf nog worden toegerekend.

Meer dan zijdelings betrokken

Er zijn kosten die in zijn geheel niet meegenomen mogen worden. Bijvoorbeeld kosten van beleid of bezwaar en beroep. Maar er zijn ook kosten die gedeeltelijk toerekenbaar zijn. Indien kosten meer dan zijdelings toerekenbaar zijn, mogen deze meegenomen worden in de kostentoerekening (meer dan zijdelings is 10% of meer).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.