Leges zijn onderdeel van de rechten uit artikel 229 Gemeentewet. De gemeente verstrekt diensten aan een burger en mag hier vervolgens rechten voor heffen. Dit wordt veelal leges genoemd. Ook mag de gemeente rechten in rekening brengen wanneer er gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen, bijvoorbeeld de gemeentelijke haven.
Een gemeente mag alleen rechten heffen als daartoe rechtsgeldig een verordening is vastgesteld en vervolgens gepubliceerd door de gemeenteraad. In dit artikel gaan wij in op een aantal aandachtspunten. Met nadruk een aantal, want over leges, daar kan een heel boek over geschreven worden.
Rechten
Het kenmerk van een recht is dat er een individualiseerbare dienst tegenover moet staan. Er moet een direct profijt zijn voor het individu.
Bij het vaststellen van deze verordening heeft de gemeente veel keuzevrijheid. Zo kan de gemeente kiezen welke leges geheven worden, wat de hoogte van de tarieven voor deze leges zijn en hoe de kosten van de dienst worden onderbouwd.
Dienstverlening
Om leges te kunnen heffen moet er dus sprake zijn een directe wederprestatie aan de burger. Volgens de jurisprudentie zijn de volgende aspecten van belang bij de beoordeling of er sprake is van een dienst;
- Er moet sprake zijn van een individueel belang in plaats van een algemeen belang. Dit betekent dat de dienst die wordt verleend grotendeels in het belang van de individuele aanvrager moet zijn. Anders dan bij bijvoorbeeld de rioolheffing, wordt deze dienst enkel in het belang van de aanvrager verstrekt. Denk bijvoorbeeld aan een omgevingsvergunning.
- Daarnaast mag er geen sprake zijn van een ambtshalve dienstverlening, gedoogbeschikking of een vergunning, vrije activiteit of melding. Zo mogen er voor vergunningen die op initiatief van de gemeente uitgevoerd worden geen leges in rekening gebracht worden. Het is altijd van belang om te beoordelen of bijvoorbeeld instemmingsbesluiten als legesplichtige activiteit kan dienen ja of nee.
Belastbaar feit
Waar in de meeste verordeningen een specifiek belastbaar feit opgenomen kan worden, is dit voor de legesverordening niet mogelijk. De gemeente kan erg veel verschillende diensten leveren, waardoor het niet mogelijk is om alle leges te vangen in één geformuleerd belastbaar feit. Vaak wordt het belastbare feit omschreven als het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bepaalde vergunning. Het voordeel van deze formulering is dat de belastingplichtige de leges verschuldigd vanaf het moment dat de aanvraag van een dienst of vergunning in behandeling is genomen en niet pas vanaf het moment dat de dienst door de gemeente wordt verleend.
Tarief
Op grond van artikel 217 Gemeentewet moet de belastingverordening het tarief vermelden. Voor leges worden de tarieven vaak in een bijbehorende tarieventabel opgenomen. De gemeente heeft een ruimte autonomie om tarieven vast te stellen, mits niet gebaseerd op inkomen, vermogen of winst. Ook mogen de tarieven niet onredelijk of willekeurig zijn. In sommige gevallen wordt de vrijheid van de gemeente om zelf tarieven op te stellen beperkt door het rijk. Het rijk heeft bijvoorbeeld maximumtarieven opgesteld voor reispapieren, rijbewijzen, akten van burgerlijke stand, VOG-verklaringen, tarieven op basis van de Wet op de Kansspelen en de vergoeding op basis van de Wet op de explosieven civiel gebruik.
Kostendekkendheid
Op grond van artikel 229b lid 1 Gemeentewet geldt dat de tarieven voor leges maximaal kostendekkend mogen zijn. De kostendekkendheid wordt op grond van de Hoge Raad getoetst op het niveau van de verordening. De gemeente mag zelf kiezen in hoeverre zij de kosten van de leges verhalen. Er is geen plicht om volledig kostendekkend te werken. Wel behoeft er geen sprake te zijn van een kostendekkendheid op productniveau.
Voor leges geldt ook dat er kruissubsidiëring mogelijk is. Dit betekent dat het tarief voor de ene dienst minder dan 100% kostendekkend is en het andere tarief meer dan 100% kostendekkend is.
Wel wijzen wij in dit kader op artikel 13 lid 2 van de Dienstenrichtlijn. Wanneer vergunningverlening geschaard kan worden onder de Dienstenrichtlijn geldt dat binnen het cluster van dit vergunningstelsel moet worden beoordeeld of de leges reëel is. Het hoeft niet per product maximaal kostendekkend te zijn, want op grond van regelgeving mag dit ook een forfait betreffen. Ons advies is daarom ook altijd de kostendekkendheid van deze producten in hun eigen cluster te beoordelen. Deze mogen niet meer dan kostendekkend zijn.
Toetsing door de rechter
De kostendekkendheid van de legesverordening kan getoetst worden door de rechter. Het is daarom belangrijk dat de gemeente de kostendekkendheid van de leges zorgvuldig vaststelt en een duidelijke kostenonderbouwing heeft die helder toegelicht kan worden. Voor een uitgebreidere uitleg over de kostenonderbouwing verwijzen wij u graag naar het vorige nieuwsbrief artikel over kostenonderbouwing.
Conclusie
Bij het oprichten van een BI-zone komt veel kijken. De gemeenteraad is betrokken bij veel keuzemomenten en heeft invloed op de belastingplichtigen, de grootte van de BI-zone en de hoogte van de BIZ-bijdrage.
Indien en voorzover uw gemeente een BIZ overweegt, stelt u dan een projectgroep samen van ondernemers en medewerkers van de gemeente om de mijlpalen gezamenlijk te bepalen en teleurstellingen te voorkomen.
Meer weten?
Of heeft u vragen over de Bedrijven Investering Zone, dan kunt u contact opnemen met een van onze WOZ en lokale belastingen specialist Olga Menger.