Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)

3 juli 2026

Per 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in werking. Deze wet verandert het speelveld voor zowel uitleners als inleners van arbeidskrachten ingrijpend. De wet introduceert een verplicht toelatingsstelsel waarbij uitleners uitsluitend nog arbeidskrachten ter beschikking mogen stellen wanneer zij zijn toegelaten tot de uitleenmarkt. Tegelijkertijd is het dan enkel mogelijk om nog in te lenen van toegelaten partijen. De Wtta beoogt de kwaliteit en betrouwbaarheid binnen de uitzend-/detacheringssector te versterken en misstanden tegen te gaan, maar heeft ook gevolgen voor ondernemingen die incidenteel werknemers ter beschikking stellen. Ook voor overheidsorganisaties is de Wtta van belang. In dit artikel gaan wij hier nader op in.

Aanleiding

Het doel van de Wtta is misstanden in de flexibele arbeidsmarkt (uitleenmarkt) tegen te gaan. Voorbeelden hiervan zijn onderbetaling, schijnconstructies, slechte huisvesting, het ontwijken of ontduiken van wet- en regelgeving en dergelijke. De overheid tracht met de Wtta te zorgen voor meer grip, betere handhaving en een gelijker speelveld op de uitleenmarkt.

De Wtta moet ervoor zorgen dat uitleners alleen nog arbeidskrachten kunnen uitlenen als zij zijn toegelaten tot de uitleenmarkt. Ook mogen ondernemingen die arbeidskrachten inlenen alleen nog inlenen van uitlenende partijen die zijn goedgekeurd en daarmee zijn toegelaten tot de uitleenmarkt.

De Wtta treedt op 1 januari 2027 in werking. Vanaf 1 januari 2028 houdt de Nederlandse Arbeidsinspectie toezicht en kunnen er boetes gegeven worden aan inleners die samenwerken met uitleners die niet zijn toegelaten en aan uitleners die zonder toelating mensen blijven uitlenen.

De Wtta is opgenomen als onderdeel van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi).

Wanneer ben je uitlener?

Een onderneming wordt als uitlener in de zin van de Wtta aangemerkt indien sprake is van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De definitie hiervan is: het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht en leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid.

Dit betekent dat onder de Wtta (kunnen) vallen:

  • Detacheerders
  • Payrolbedrijven
  • Uitzendbureaus
  • Maar ook ondernemingen die (slechts) incidenteel personeel uitlenen en/of dit doen als nevenactiviteit kunnen hieronder vallen.

NB. De Wtta geldt niet bij het aannemen of uitbesteden van werk omdat dan geen sprake is van uitlenen van personeel.

Toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Om een toelating te verkrijgen, alsmede om een toelating of een voorlopige toelating te behouden, moet de uitlener voldoen aan een normenkader. Dit normenkader bestaat uit eisen die betrekking hebben op de naleving van arbeidswetten, sociale verzekeringswetten en fiscale wetten en dienen ter bescherming van de belangen van terbeschikkinggestelde arbeidskrachten of de bestrijding van misbruik of oneigenlijk gebruik van die wetten.

Het normenkader vormt de basis voor toelating tot de uitleenmarkt en bevat de eisen waaraan uitleners moeten voldoen, zowel bij toelating als gedurende hun activiteiten daarna. Deze eisen zijn grotendeels gebaseerd op bestaande wet- en regelgeving en sluiten aan bij bekende normen, zoals de NEN 4400 en het SNA-keurmerk. Nieuw is dat door de Nederlandse Arbeidsinspectie aangewezen inspectie-instellingen (NAU) voortaan structureel toezicht houden op de naleving. Hier starten zij vanaf 1 januari 2028 mee.

Uitleners die toelating aanvragen tot de uitleenmarkt zijn verplicht een waarborgsom te storten bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Deze waarborgsom dient als financiële zekerheid voor het nakomen van verplichtingen. Het bedrag bedraagt €100.000 voor bestaande uitleners en €50.000 voor startende uitleners.

Onder voorwaarden kan bij de eerste aanvraag vrijstelling van de waarborgsom worden verleend. Voor een vrijstelling moet de uitlener kunnen aantonen dat zij reeds 4 jaar onafgebroken bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven en daadwerkelijk werknemers heeft uitgeleend. Bovendien moet zij een verklaring bij de Belastingdienst opvragen waaruit blijkt dat zij alle belastingen en premies heeft betaald.

Verantwoordelijkheden voor de inlener

Bedrijven die personeel inhuren via bijvoorbeeld een uitzendbureau, detacheerder of payrollbedrijf krijgen met de Wtta extra verantwoordelijkheden. Vanaf 1 januari 2028 mogen zij alleen nog personeel inlenen van uitleners met een officiële toelating of ontheffing van de NAU, tenzij een uitzondering geldt. Inleners moeten daarnaast vóór de start vastleggen via welke uitlener het personeel wordt ingezet (ook bij doorlening) en zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste arbeidsvoorwaarden aan de uitlener. Doen zij na 1 januari 2028 zaken met een niet-toegelaten uitlener, dan riskeren zij een boete en moeten zij de samenwerking stopzetten.

Het belang voor overheidswerkgevers

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten heeft grote praktische gevolgen voor zowel inleners als uitleners. Ook voor gemeenten en andere overheidswerkgevers (hierna: gemeenten) heeft deze wet mogelijk gevolgen. Gemeenten treden in de praktijk namelijk vaak op als inlener van extern personeel, bijvoorbeeld via uitzendbureaus of detacheringsbureaus, maar kunnen in bepaalde situaties ook zelf personeel uitlenen, zoals binnen regionale samenwerkingen of gemeenschappelijke regelingen en dergelijke. Het is dan ook van belang om tijdig de (mogelijke) gevolgen in beeld te brengen en waar nodig actie te ondernemen.

Als inlener moeten gemeenten vanaf de inwerkingtreding van de Wtta (1 januari 2027) en met name per 1 januari 2028 actief controleren of de uitleners waarmee zij samenwerken beschikken over een geldige toelating of ontheffing van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Ook moeten gemeenten hun interne processen zo inrichten dat tijdig wordt vastgelegd via welke uitlener personeel wordt ingezet en dat de juiste arbeidsvoorwaarden worden verstrekt.

Tegelijkertijd moeten gemeenten die zelf personeel uitlenen nagaan of zij onder de verplichtingen van de Wtta vallen en hier indien nodig tijdig op acteren. Overigens gelden er onder voorwaarden enkele uitzonderingen, zoals bij intercollegiale inleen en uitleen of bij intra-concern detachering. Er geldt bovendien een specifieke uitzondering voor publiekrechtelijke rechtspersonen voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening of de Participatiewet die personen met een arbeidsbeperking een dienstbetrekking aanbieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.

Daarnaast geldt dat organisaties die maar in beperkte mate personeel uitlenen, in bepaalde gevallen een ontheffing kunnen aanvragen. Dit is mogelijk wanneer de omzet uit het uitlenen van personeel minder bedraagt dan 10% van de totale omzet en die omzet niet hoger is dan € 5 miljoen per jaar.

Gezien de uitzonderingen verwachten wij dat veel gemeenten in veel gevallen waarschijnlijk in aanmerking kunnen komen voor een uitzondering op de toelatingsplicht danwel ontheffing kunnen aanvragen voor toelating. Het is echter van groot belang, dit goed te (laten) toetsen.

Tot slot. Ook wanneer een gemeente niet (als uitlener) onder de Wtta valt, blijft het van essentieel belang om rekening te houden met de Wtta en aantoonbaar enkel zaken te doen met uitleners die aan deze wet voldoen.

Meer weten?

Meer hierover weten? Aarzel dan niet en neem contact op met senior specialisten Loonheffingen Remco Bosma, Anja Mironova of uw vaste aanspreekpunt. 

Remco Bosma
Senior specialist Loonheffingen & Sociale Verzekeringen, Expert DHT/TCF

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen