Jurisprudentie voor de maand april

5 mei 2026

In dit artikel doen wij u een overzicht toekomen van door ons geselecteerde, interessante jurisprudentie of regelgeving. 

Relevante jurisprudentie lokale belastingen

Formeel belastingrecht

  • Verzetsrechter mocht nieuwe argumenten tegen WOZ-waarde niet negeren  | Lees meer >>
  • Verlening redelijke termijn indien gemachtigde onvoldoende beschikbaar is voor zittingen?  | Lees meer >>
  • WOZ-beschikking leidend bij energiebelasting  | Lees meer>>
  • Onvoldoende geconcretiseerd verzoek voor geheimhouding mandaatbesluit afgewezen  | Lees meer >>
  • Wijziging Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst per 1 april 2026 | Lees meer >>
  • Matiging proceskostenvergoeding bij gedeeltelijk gegrond  | Lees meer >>
  • Bestuursorgaan mag ondanks inhoudelijke beoordeling onder omstandigheden in [hoger] beroep een tijdigheidsverweer inzake bezwaar bepleiten  | Lees meer >>
  • Eerdere betrokkenheid raadsheren geen reden voor wraking | Lees meer >>
  • Uitblijven besluit op WOZ-bezwaar leidt tot dwangsom .  | Lees meer >>
  • Ondanks onjuiste fiscale kwalificatie uitgaven toch aftrekbaar door opgewekt vertrouwen inspecteur  | Lees meer>>
  • Beroep per gewone e-mail in plaats van via Veilig Mailen toch ontvankelijk | Lees meer >>
  • Ontvangst aanmaning bewezen en verzuimboete en motivering terecht  | Lees meer >>
  • Overschrijding redelijke termijn komt voor rekening van de Staat  | Lees meer >>
  • Verlengde beslistermijn gemeenten geldt ook voor dwangsombesluiten | Lees meer >>
  • Rechtbank ging uit van onjuiste verdeling bewijslast voor tijdige indiening e-mailbezwaar | Lees meer >>
  • Gedingstukken verliezen relevantie na vernietiging van aanslagen | Lees meer >>
  • Gemeenschappelijke bijlage bij conclusies over machtigingen-problematiek | Lees meer >>
  • Fiscale verzamelwet 2027 wetsvoorstel lokale overheden | Lees meer >>

WOZ

  • Te laat WOZ-verzoek bij overstap naar eeuwigdurende erfpacht | Lees meer >>
  • Ondanks verhaalsmogelijkheid verlaagt verborgen zwembad WOZ-waarde | Lees meer >>
  • PAS-melderschap drukt WOZ-waarde van melkveebedrijf; waarde wordt goede justitie vastgesteld . | Lees meer >>
  • Onjuiste bewijslastverdeling bij voorgestelde afwijking WOZ-taxatiewijzer . | Lees meer >>
  • Hof legt bewijslast WOZ-waarde, zij het op onjuiste gronden, terecht bij belanghebbende | Lees meer >>
  • WOZ-waarden parkeerterrein en woning in goede justitie vastgesteld | Lees meer >>
  • Verdeelsleutel uitvoeringskosten WOZ wordt mogelijk weer herzien | Lees meer >>
  • Verkoopcijfer rechtvaardigt WOZ-waarde | Lees meer >>
  • Risico-opslag wijzigt WOZ-waarde niet maar proceskosten stijgen | Lees meer >>
  • Indexeringspercentages vallen onder art. 40 lid 2 Wet Woz, onderbouwing ervan niet | Lees meer >>
  • Onjuiste bewijslastverdeling bij voorgestelde afwijking van WOZ-taxatiewijzer | Lees meer >>

Onroerende zaak belasting

  • Ook indirecte tariefdifferentiatie OZB door teruggaafregeling volgens A-G in strijd met art. 220f Gemeentewet ​ | Lees meer >>

Waterschapsbelasting

  • Bezwaar tegen waterschapsbelasting aanhouden tot WOZ-beschikking onherroepelijk is  | Lees meer >>

Parkeerbelasting

  • Geen overmacht bij vergeten definitieve kentekenwijziging parkeervergunning  | Lees meer >>
  • Kostenraming parkeerbelastingen van Rotterdam is niet te ruim . | Lees meer >>
  • Zonder blauwe strepen geen naheffingsaanslag parkeerbelasting  | Lees meer >>
  • Onvoldoende inzicht in kostenraming parkeerbelasting | Lees meer >>
  • Gratis parkeren zonder aangifteverplichting sluit naheffing uit | Lees meer >>

Toeristenbelasting

  • Zuiveringsheffing en toeristenbelasting terecht bij exploitant geheven .  | Lees meer >>

Reclamebelasting

  • Lichtgroene gevelkleur terecht aangemerkt als openbare aankondiging voor reclamebelasting. | Lees meer >>
  • Aanslag reclamebelasting van € 30.000 vernietigd; bedrijfskleuren geen reclame-uiting | Lees meer >> 

Leges

  • Verhoging en opslag leges omgevingsvergunning bij legalisatie onrechtmatig   | Lees meer >>
  • Onterechte legesheffing voor verzoek tot wijziging van gehele bestemmingsplan   | Lees meer >>
  • Leges ook bij snelle intrekking verschuldigd: aanvraag is in behandeling genomen | Lees meer >>

Afvalstoffen- en rioolheffing

  • Geen overschrijding opbrengstlimiet riool- en afvalstoffenheffing gemeente Lingewaard . | Lees meer >>
  • Door interne compensatie faalt beroep tegen aanslag afvalstoffenheffing  | Lees meer >>
  • Verhuurde woning aan studenten kwalificeert voor de zuiveringsheffing als bedrijfsruimte . | Lees meer >>
  • Reikwijdte van de rioolheffing bij ontbreken van een rioolaansluiting | Lees meer >> 

Proceskostenvergoeding

  • AI-gestuurde WOZ-taxatie geldt als deskundigenverslag, geen vergoeding op basis van uurtarief | Lees meer >>

Bedrijveninvesteringszone

  • Kleinere BIZ-zone na draagvlakmeting geen reden voor onverbindendheid BIZ-verordening | Lees meer >>

Formeel belastingrecht

Verzetsrechter mocht nieuwe argumenten tegen WOZ-waarde niet negeren

De Hoge Raad oordeelt dat de verzetsrechter ten onrechte geen acht heeft geslagen op de nieuwe argumenten die X in verzet heeft aangedragen tegen de WOZ-waarde. De Hoge Raad is van oordeel dat de verzetsrechter ten onrechte de nieuwe argumenten die X in het verzet heeft aangedragen genegeerd heeft. Ook in verzet kunnen nog nieuwe argumenten naar voren gebracht worden, indien die argumenten ook hadden kunnen worden aangevoerd bij een normale behandeling van de zaak.

De verzetsrechter moet het verzet met inachtneming van die argumenten beoordelen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep grond en doet de zaak zelf af. De gedingstukken doen namelijk concluderen dat de door X in verzet aangevoerde argumenten twijfel doen ontstaan over de uitkomst van het beroep bij de rechtbank. De rechtbank moet daarom opnieuw beoordelen of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.

Verlening redelijke termijn indien gemachtigde onvoldoende beschikbaar is voor zittingen?

A-G Pauwels bespreekt de vraag hoe er bij de vaststelling van de ISV moet worden omgegaan met de situatie waarin er vertraging in de beroepsfase ontstaat, omdat de gemachtigde van de belastingplichtige structureel niet of onvoldoende beschikbaar is voor zittingen. 

Er wordt geconcludeerd dat de onvoldoende beschikbaarheid van de gemachtigde aangemerkt moet worden als een bijzondere omstandigheid, als deze omstandigheid ook werkelijk invloed heeft gehad op de duur van de procedure in de betreffende zaak. In bovenstaande zaak heeft het Hof volgens A-G Pauwels een te strenge maatstaf gehanteerd bij de beoordeling van de toerekening van de vertraging.

WOZ-beschikking leidend bij energiebelasting

Het Hof van ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de tekst van het besluit niet toelaat dat de inspecteur afwijkt van de gegeven WOZ-beschikkingen voor de energiebelasting.  X levert gas aan meerdere productielocaties van tuinbouw Bv’s die allemaal een eigen gasaansluiting hebben. X is van mening dat een verbruiker als een aangemerkt moet worden voor de energiebelasting. Dit resulteert door het degressieve tarief in een lagere energiebelasting. Het Hof is van mening dat er voor vier productielocaties sprake is van een onroerende zaak. Hierdoor heeft X recht op een teruggaaf van de energiebelasting voor het tijdvak februari 2021. 

Onvoldoende geconcretiseerd verzoek voor geheimhouding mandaatbesluit afgewezen

De rechtbank Zeeland West-Brabant heeft geoordeeld dat het verzoek van de inspecteur om het mandaatverzoek geheim te houden onvoldoende geconcretiseerd is en wijst het verzoek daarom af. De inspecteur wil vanwege de veiligheid van de Belasting-dient medewerkers anoniem procederen, door het mandaatbesluit geheim te houden. Volgens de rechtbank blijkt uit de stukken en de openbare bronnen geen steun voor concrete dreiging. 

Wijziging Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst per 1 april 2026

De regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst [Regeling EBV] wordt op 1 april 2026 gewijzigd. De regeling regelt op welke manier het berichtenverkeer tussen burger en bedrijf en de Belastingdienst plaatsvindt.

Matiging proceskostenvergoeding bij gedeeltelijk gegrond

De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar gegrond verklaard en aan belanghebbende een vergoeding voor de proceskosten toegekend. De rechtbank heeft aanleiding gezien om het bedrag van die vergoeding met de helft te verminderen omdat belanghebbende slechts deels in het gelijk is gesteld. Zij voert daartoe onder meer aan dat matiging op grond van artikel 2, lid 2, van het Besluit slechts mogelijk is indien een partij gedeeltelijk in het gelijk is gesteld op een geschilpunt van ondergeschikt belang voor de hoofdzaak. Een geschil over artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ is niet een punt van onderschikt belang, aldus belanghebbende.

Bestuursorgaan mag ondanks inhoudelijke beoordeling onder omstandigheden in [hoger] beroep een tijdigheidsverweer inzake bezwaar bepleiten

De Hoge Raad oordeelt dat het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zich ertegen verzetten dat in [hoger] beroep, voor het eerst, het standpunt wordt ingenomen dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens onverschoonbare termijnoverschrijding. Onder omstandigheden geldt echter een uitzondering. De heffingsambtenaar mag in principe in hoger beroep niet meer, voor het eerst, het standpunt innemen dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens onverschoonbare termijnoverschrijding. Het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel verzetten zich hier namelijk tegen. Op bovenstaande regel geldt wel een uitzondering. Wanneer de belanghebbende eerder in bezwaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt die van belang zijn voor de beoordeling van de tijdigheid van het bezwaar, dan is het bestuursorgaan volgens de Hoge Raad wel gerechtigd om in [hoger] beroep alsnog een tijdigheidsverweer met betrekking tot het bezwaar te voeren.

Eerdere betrokkenheid raadsheren geen reden voor wraking

De Hoge Raad wijst het wrakingsverzoek af. Het enkele feit dat de betrokken raadsheren eerder in een andere zaak van X een beslissing heeft genomen, vormt geen grond voor wraking. Rechters worden uit hoofde van hun aanstelling als onpartijdig verondersteld. Enkel wanneer er zich omstandigheden voordoen die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert wordt deze veronderstelling anders. Aangezien X geen aanvullend onderzoek heeft aangevoerd wordt het verzoek afgewezen.

Uitblijven besluit op WOZ-bezwaar leidt tot dwangsom

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij uitspraak op bezwaar heeft gedaan en stelt daarom een beslistermijn onder oplegging van een dwangsom vast. De heffingsambtenaar heeft geen verweer gevoerd, waardoor de stellingen van X voor waar aangenomen zijn. De heffingsambtenaar moet alsnog binnen twee weken uitspraak op bezwaar doen. 

Ondanks onjuiste fiscale kwalificatie uitgaven toch aftrekbaar door opgewekt vertrouwen inspecteur

In geschil is of de navorderingsaanslag IB/PVV 2016 terecht is opgelegd. Hof ’s Hertogenbosch is van mening dat de inspecteur het opgewekte vertrouwen schendt door een navorderingsaanslag 2016 op te leggen. De inspecteur heeft bij de aanslagen voor 2014 tot en met 2016 de indruk gewekt dat de gevolgde gedragslijn gebaseerd is op een bewuste standpuntbepaling. Aangezien de situaties  in 2014 en 2016 hetzelfde zijn schendt de inspecteur dat vertrouwen nu door de navorderingsaanslag over 2016 op te leggen. 

Beroep per gewone e-mail in plaats van via Veilig Mailen toch ontvankelijk

Een beroepschrift dat in strijd met het procesreglement per gewone e-mail in plaats van via Veilig Mailen is ingediend toch ontvankelijk is. Dat oordeelt de Hoge Raad in haar uitspraak. Het beroep is op gebrekkige wijze ingediend, maar in zo’n geval geldt als uitgangspunt dat de rechter de indiener de gelegenheid moet bieden het gebrek te herstellen. Enkel als de indiendende partij daar geen gebruik van maakt kan de rechter het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaren. Ook mag de rechter ervoor kiezen om te oordelen dat in een geval als dit het alsnog indienen van het beroep niet zinvol is en de indienende partij zonder herstel ontvankelijk verklaren.

Ontvangst aanmaning bewezen en verzuimboete en motivering terecht

De inspecteur is erin geslaagd om overtuigend aan te tonen dat X de aanmaning tot het doen van aangifte heeft ontvangen en mag daarom een verzuimboete opleggen. X heeft kort na de aanmaning schiftelijk gereageerd, waarin X uitstel voor de aangifte vraagt.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de uitspraak op bezwaar voldoende gemotiveerd is. De inspecteur oordeelt, met betrekking tot de bezwaargrond over rente, terecht enkel over de belastingrente.

Overschrijding redelijke termijn komt voor rekening van de Staat

De overschrijding van de redelijke termijn in de eerste aanleg moet in zijn geheel toegerekend worden aan de rechtbank. Dit oordeelt de Hoge Raad. Het Hof had de Staat moeten veroordelen tot vergoeding van de immateriële schade wegens het overschrijden van de redelijke termijn. De Staat moet daarom zowel de proceskostenvergoeding en de griffierechten betalen.

Verlengde beslistermijn gemeenten geldt ook voor dwangsombesluiten

Op grond van artikel 236 lid 2 Gemeentewet loopt de beslistermijn van de gemeente tot het einde van het kalenderjaar. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze beslistermijn ook geldt als de uitspraak op bezwaar niet ziet op de heffing zelf maar op een dwangsombeschikking over een gemeentelijke heffing. De tekst van artikel 236 ziet op ieder bezwaarschrift waarop de heffingsambtenaar beslist en ziet daarom niet alleen op bezwaren tegen een belastingheffing.

Rechtbank ging uit van onjuiste verdeling bewijslast voor tijdige indiening e-mailbezwaar

Bij de beoordeling van de tijdige indiening per e-mail is de rechtbank uitgegaan van een onjuiste verdeling van de bewijslast. Verzending per e-mail valt onder afdeling 2.3 Awb. Artikel 2:17 Awb stelt dat een e-mail is ontvangen als het bericht het systeem van het bestuursorgaan heeft bereikt. Als de ontvangst wordt betwist, is het aan de verzender om aannamelijk te maken dat het bericht verzonden is. Als de verzender kan aantonen dat hij het bericht naar het juiste e-mailadres heeft verstuurd rechtvaardigd dit een vermoeden van ontvangst. Een schermafbeelding is dus voldoende om ontvangst aannemelijk te maken.

Gedingstukken verliezen relevantie na vernietiging van aanslagen

Hof ‘s-Hertogenbosch is van mening dat het geschil in kwestie beperkt is tot de vraag of X aanspraak kan maken op een integrale proceskostenvergoeding. De stukken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de vernietigde aanslagen vallen daarom buiten het kader van artikel 8:42 Awb.

Gemeenschappelijke bijlage bij conclusies over machtigingen-problematiek

Het Hof in Den Haag heeft in verschillende zaken om een meer recente machtiging verzocht. Zij heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde niet aan dit verzoek heeft voldaan.
A-G Pauwels is van mening dat het hier om een feitelijke kwestie gaat. Feit is dat de overlegde machtiging dient als bewijsmiddel van volmacht. De feitenrechter mag vervolgens beoordelen of er met de overlegde machtiging voldoende bewijs is geleverd. Hierbij mogen de omstandigheden van het geval worden meegenomen. Op grond van artikel 8:24 Awb mag de feitenrechter als zij nog twijfelt, of meer zekerheid nodig heeft, vragen om een nieuwe machtiging.

Fiscale verzamelwet 2027 wetsvoorstel lokale overheden

Het wetsvoorstel van de Fiscale verzamelwet 2027 is ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat verschillende fiscale maatregelen, zoals;

  • Een aanpassing van de begripsbepaling motorrijtuigenbelasting
  • Rechtsbescherming decentrale belastingen
  • Aanpassing categorieaanduiding bestuurlijke boetes
  • Declaratiebepaling AWR
  • Gedeeltelijk vervallen Fiscale vereenvoudigingswet 2017

De bedoeling is dat de wijzigingen grotendeels per 1 januari 2027 in werking treden.

WOZ

Te laat WOZ-verzoek bij overstap naar eeuwigdurende erfpacht

Het Hof in Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar terecht weigert om een WOZ-beschikking 2015 af te geven, omdat X het verzoek ver buiten de in de erfpachtbrief gestelde termijn heeft ingediend.
X heeft het verzoek ongeveer een jaar na afloop van de zesmaandentermijn ingediend. X heeft op geen enkel moment een concrete, verschoonbare reden gegeven voor deze vertraging. Het Hof acht de door de gemeente opgestelde procedure duidelijk en vindt dat de rechtsbescherming voldoende gewaarborgd wordt via bezwaar, beroep en hoger beroep. Ook het beroep van X op artikel 19 VEU slaagt niet, aangezien er geen sprake is van een onder het Unierecht vallend gebied.

Ondanks verhaalsmogelijkheid verlaagt verborgen zwembad WOZ-waarde

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar bij de WOZ-waardering rekening moet houden met een verborgen zwembad met asbestpuin. Voor de WOZ-waarde is de mogelijkheid van X om schade te verhalen op de verkoper niet relevant.
De rechtbank oordeelt dat het verborgen zwembad met asbestpuin een objectief vaststelbaar verborgen gebrek vormt, die de waarde in het economisch verkeer beïnvloed. Er moet bij de waardering rekening gehouden worden met de schade, waarbij bepalend is wat een redelijk handelend verkoper minder zou betalen. Beide partijen slagen er niet in om de door haar verdedigde waarde aannemelijk te maken. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt vervolgens de WOZ-waarde zelf schattenderwijs vast.

PAS-melderschap drukt WOZ-waarde van melkveebedrijf; waarde wordt goede justitie vastgesteld

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de drie onroerende zaken terecht als drie afzonderlijke WOZ-objecten zijn aangemerkt, omdat de objecten verschillende gebruikers hebben. Met betrekking tot de WOZ-waarden is de rechtbank van mening dat er ten onrechte geen rekening gehouden is met het PAS-melderschap. 

Onjuiste bewijslastverdeling bij voorgestelde afwijking WOZ-taxatiewijzer

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de bewijslast ten onrechte bij X heeft gelegd. De stukken van het geding laten zien dat X zowel in de eerste aanleg, als voor het hof de toepassing van de Taxatiewijzer en de bijbehorende restwaarden bestrijdt. Er is daarom geen reden om af te wijken van de hoofdregel dat de stelplicht en de bewijslast in de eerste instantie op de heffingsambtenaar rust.

Hof legt bewijslast WOZ-waarde, zij het op onjuiste gronden, terecht bij belanghebbende

De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat op X de bewijslast rust. X moet aantonen dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Het Hof baseerde zijn oordeel op het feit dat X is afgeweken van de kengetallen in de Taxatiewijzer. Dit is een onjuiste grond. Er bestaat geen grond om de stelplicht en bewijslast bij X te leggen, enkel omdat zij de restwaarde uit de Taxatiewijzer niet als uitgangspunt heeft aanvaard.
Niettemin is de door het hof toegepaste bewijslastverdeling juist. Wanneer de partij die geen hoger beroep heeft ingesteld, in eerste aanlag niet is geslaagd het in het bewijzen van haar waarde stelling, dan wordt dat oordeel in hoger beroep als gegeven beschouwd. Dit heeft als gevolg, dat X in hoger beroep moet bewijzen dat de waarde op een lager bedrag moet worden vastgesteld.

WOZ-waarden parkeerterrein en woning in goede justitie vastgesteld

Het Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat beide partijen er niet in zijn geslaagd om de bepleite WOZ-waarden van het parkeerterrein en de woning aannemelijk te maken. Het Hof heeft de waarden daarom zelf in goede justitie vastgesteld.
Het Hof oordeelt dat de heffingsambtenaar en ten onrechte vanuit gaat dat het parkeerterrein afzonderlijk verkoopbare plaatsen zijn, terwijl de 22 parkeerplaatsen op drie percelen liggen en niet per stuk verkoopbaar zijn. Hierdoor maakt de heffingsambtenaar de waarde niet aannemelijk. Belanghebbende onderbouwt de door haar gestelde waarde ook niet voldoende met geschikte referenties.

Verdeelsleutel uitvoeringskosten WOZ wordt mogelijk weer herzien

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de unie van Waterschappen, de Waarderingskamer en de Belastingdienst zijn akkoord met een breed evaluatieonderzoek naar de Wet WOZ. De besluitenlijst van het laatste bestuurlijk overleg WOZ [BO WOZ] waar dit uit blijkt is naar de Tweede Kamer gestuurd. Op de agenda van het volgende bestuurlijk overleg WOZ staat een voorstel over de kostenverdeling voor de Landelijke Voorziening WOZ.

Verkoopcijfer rechtvaardigt WOZ-waarde

De heffingsambtenaar maakt de WOZ-waarde van het bedrijfspand voor 2021 op basis van het eigen verkoopcijfer uit 2019 aannemelijk. Dit oordeelt Hof ’s Hertogen Bosch. Aangezien belanghebbende geen concrete bezwaren aanvoert tegen de gehanteerde koop- en huurcijfers verklaart het hof het hoger beroep ongegrond.

Risico-opslag wijzigt WOZ-waarde niet maar proceskosten stijgen

De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van het eerste winkelpand met de huurwaardekapitalisatiemethode voldoende onderbouwt. Bovendien beslist het hof dat de rechtbank de proceskostenvergoeding bij het verzoek om immateriële schadevergoeding te laag toegepast en verhoogt deze volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De toepassing van een punt met wegingsfactor 0,25 leidt tot een hogere vergoeding, zodat het hof de uitspraak van de rechtbank op dit punt vernietigt.

Indexeringspercentages vallen onder art. 40 lid 2 Wet Woz, onderbouwing ervan niet

Onder verwijzing naar zijn overzichtsarrest van februari 2026 oordeelt de Hoge Raad dat de indexeringspercentages die worden gebruikt om de verkoopprijzen naar waarde peildatum te herrekenen onder art. 40 lid 2 Wet WOZ vallen. De gegevens waarop deze indexeringspercentages gebaseerd zijn vallen hier niet onder.

Onjuiste bewijslastverdeling bij voorgestelde afwijking van WOZ-taxatiewijzer

Het Hof heeft de bewijslast ten onrechte bij belanghebbende neergelegd. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende zowel in de eerste aanslag als voor het hof de toepassing van de taxatiewijzer bestrijdt. Hierdoor is er geen reden om af te wijken van de hoofdregel betreffende de stelplicht en bewijslast. Deze blijven beide in eerste instantie op de heffingsambtenaar rusten. 

Onroerende zaak belasting

Ook indirecte tariefdifferentiatie OZB door teruggaafregeling volgens A-G in strijd met art. 220f Gemeentewet

Advocaat-generaal Pauwels is van mening dat art. 220f zich verzet tegen indirecte tariefdifferentiatie binnen de OZB via een teruggaafregeling zoals in de gemeente Súdwest-Fryslân. In de gemeente wordt gebruik gemaakt van een opslag in het OZB-tarief. Deze opslag geldt in beginsel voor alle belastingplichtigen, maar er bestaat een speciale regeling waardoor bepaalde groepen de opslag in het geheel terug kunnen krijgen. Het feit dat de regeling geprivatiseerd is en dus niet binnen de verordening valt, maakt dit niet anders. De rechtbank en het Hof oordelen net als de A-G dat dit neerkomt op verboden tariefdifferentiatie. Door de teruggaafregeling ontstaat er een onderscheid tussen de groepen belastingplichtigen.

Waterschapsbelasting

Bezwaar tegen waterschapsbelasting aanhouden tot WOZ-beschikking onherroepelijk is

Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat artikel 131 Waterschapswet zo mot worden uitgelegd dat de heffingsambtenaar eerst de mogelijkheid heeft om uitspraak op bezwaar tegen de aanslag waterschapsbelasting te doen, nadat de WOZ-beschikking onherroepelijk vaststaat. De rechtbank verwijt hierbij naar de arresten van de Hoge Raad uit 2002 [BNB 2002/305] en [V-N 2010/54.8] 2010.

Parkeerbelasting

Geen overmacht bij vergeten definitieve kentekenwijziging parkeervergunning

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat het vergeten door te geven van een definitieve kentekenwijziging bij een parkeervergunning geen overmacht vormt. De naheffingsaanslagen van de parkeerbelasting zijn daarom terecht aan X opgelegd.
De parkeerbelasting is een objectieve belasting. Dit betekent dat er geen rekening gehouden kan worden met persoonlijke omstandigheden. X draagt als parkeervergunning houder zelf de verantwoordelijkheid om het kenteken tijdig te wijzigen. Het vergeten van de definitieve kentekenwijziging vormt geen noodsituatie of overmacht die de betaling van de parkeerbelasting feitelijk onmogelijk maakt.

Kostenraming parkeerbelastingen van Rotterdam is niet te ruim

De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de betwiste kostenposten, meer dan slechts zijdelings verband houden met het innen van de niet betaalde parkeerbelasting, zo oordeelt het Hof Den Haag. Het Hof is van mening dat de kostenraming voldoet aan de gestelde eisen.

Zonder blauwe strepen geen naheffingsaanslag parkeerbelasting

X mag ervan uitgaan dat zijn parkeerplaats tot de blauwe zone behoorde op basis van het blauwe zonebord en het ontbreken van blauwe lijnen. Het vertrouwen van X was gerechtvaardigd, dit wordt bevestigd door de gewijzigde situatie. Inmiddels zijn er in de specifieke parkeervakken wel blauwe lijnen aangebracht. Het beroep van X is gegrond en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Onvoldoende inzicht in kostenraming parkeerbelasting

De heffingsambtenaar van de gemeente Zeist is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de kostenraming van de parkeerbelasting deugdelijk is. Het is niet duidelijk geworden waar de door de gemeente geraamde overhead kosten uit bestaan. Het enkele ingebrachte feit van de heffingsambtenaar, dat het percentage van 50% van de personeelskosten een algemeen aanvaard uitgangspunt is, is niet voldoende als onderbouwing.

Gratis parkeren zonder aangifteverplichting sluit naheffing uit

De gemeentelijke verordening voor toepassing van het gratis parkeren tijdens de eerste twee uur, stelt niet als voorwaarde dat de parkeerapparatuur bij aanvang al in werking moest worden gesteld. Aangezien de belanghebbende voor het hof onbetwist heeft gesteld dat zij niet langer dan 2 uur geparkeerd heeft, kan geen naheffingsaanslag worden opgelegd. Het feit dat er niet of niet op de voorgeschreven wijze aangifte is gedaan van de parkeerbelasting maakt niets uit. Er kan dan ook geen naheffingsaanslag worden opgelegd, aangezien er geen belasting verschuldigd is.

Proceskostenvergoeding

AI-gestuurde WOZ-taxatie geldt als deskundigenverslag, geen vergoeding op basis van uurtarief

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een geautomatiseerde WOZ-taxatie via een softwaremodel kwalificeert als deskundigenverslag in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank past voor de vergoeding een object gebonden vergoeding toe in plaats van een uurtarief.
De rechtbank is van oordeel dat ZX niet aannemelijk heeft gemaakt dat W BV kwalificeert als een taxatie deskundige, maar dat het werk wel kwalificeert als data-analytische deskundigheid. Het document geldt daarom als deskundigenverslag in de zin van het Bpb. De rechtbank verwerpt vergoeding naar werkelijk gedeclareerde uren maal tarief. Zij sluit aan bij de WOZ-benchmark van de Waarderingskamer.

Belastingrechter onbevoegd inzake toekennen rente over proceskosten en griffierecht

Belanghebbende is van mening dat de heffingsambtenaar heeft nagelaten om een besluit te nemen over de verschuldigdheid en hoogte van de wettelijke rente.
De belastingrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep van belanghebbende. Alleen de burgerlijke rechter is bevoegd om te oordelen over een beslissing over de vergoeding van de wettelijke rente. Doordat het niet mogelijk is om beroep in te stellen bij de belastingrechter is het ook niet mogelijk om beroep in te stellen wegens het niet tijdig beslissen door de heffingsambtenaar. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan het verzoek van de belanghebbende om een dwangsom vast te stellen.

Toeristenbelasting

Belastingrechter onbevoegd inzake toekennen rente over proceskosten en griffierecht

Het Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de exploitant van de chalets heffingsplichtig is voor de zuiveringsheffing en toeristenbelasting 2022 ter zake van een park met chalets voor arbeidsmigranten. Aangezien de exploitant de chalets volgtijdig ter beschikking stelt is hij heffingsplichtig voor de zuiveringsheffing. De enkele verwijzing naar een factuur en grootboekkaart maakt geen ander gebruik aannemelijk. Daarnaast is de exploitant er niet in geslaagd om voor het beroep op het gelijkheidsbeginsel andere concrete vergelijkingsgevallen aan te leveren. Het hof verklaart het beroep ongegrond.

Reclamebelasting

Lichtgroene gevelkleur terecht aangemerkt als openbare aankondiging voor reclamebelasting

Belanghebbende exploiteert een speciaalzaak en heeft op de gevel en de luifel van het pand een lichtgroene kleur aangebracht. Belanghebbende is van mening dat dit geen reclame vormt, omdat het gewoon gaat om een effen kleur die niet aansluit met de huisstijl van de onderneming.

De rechtbank is van mening dat de lichtgroene kleur onderdeel is van het begrip ‘openbare aankondiging’ en wel degelijk een reclamefunctie heeft. De rechtbank acht hierbij van belang dat de kleur onderdeel is van de huisstijl van de winkelketen en ook bij andere filialen gebruikt wordt. De aanslag is terecht opgelegd. 

Aanslag reclamebelasting van € 30.000 vernietigd; bedrijfskleuren geen reclame-uiting

Belanghebbende exploiteert een bedrijf vanuit een pand. Het pand is blauw met gele delen. Op het pand staat de bedrijfsnaam in blauwe letters en een afbeelding van een gele vrachtwagen. Belanghebbende stelt bij de rechtbank dat het onterecht is dat de aanslag van de reclamebelasting onterecht is, omdat de kleuren van het pand geen reclame-uiting zijn.
De rechtbank is het eens met belanghebbende, omdat zij het niet aannemelijk acht dat de blauw en gele kleuren van het pand onderdeel zijn van de huisstijl van het bedrijf. Zo zijn er geen andere filialen met dezelfde kleurstelling en ook de kleurstelling op de website van het bedrijf komt niet overeen. Ook is van belang dat belanghebbende de blauwe kleur niet zelf heeft aangebracht. De aanslag is vernietigd.

Leges

Verhoging en opslag leges omgevingsvergunning bij legalisatie onrechtmatig

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de heffingsambtenaar de legesaanslag voor een omgevingsvergunning tot legalisatie van een steiger te hoog heeft vastgesteld. Er zijn twee afzonderlijke legesposten, die niet voldoen aan de wettelijke en verordening voorwaarden.
De rechtbank is van mening dat de heffingsambtenaar de verhoging van 50% voor het achteraf indienen van een aanvraag niet mag toepassen. Deze opslag ziet namelijk niet op een individueel verleende dienst. Daarnaast heeft de heffing ambtenaar de tarieventabel uit artikel 2.27 onterecht toegepast, aangezien hij om aanvullende gegevens heeft gevraagd voordat hij de aanvraag in behandeling heeft genomen.

Onterechte legesheffing voor verzoek tot wijziging van gehele bestemmingsplan

Het opnieuw vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan wordt voornamelijk uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente. Het houdt dan ook niet in overheersende mate verband met de dienstverlening ten behoeve van het individualiseerbaar belang. Als iemand een aanvraag indient tot het wijzigen van het bestemmingsplan is het in behandeling nemen van de aanvraag niet een verrichte dienst waarvoor op grond van de Gemeentewet leges geheven kunnen worden. Het feit dat er wellicht sprake is van indirect individualiseerbaar belang maakt hiervoor geen verschil. 

Leges ook bij snelle intrekking verschuldigd: aanvraag is in behandeling genomen

De legesaanslag is terecht opgelegd. De vergunningsaanvraag is namelijk wel degelijk in behandeling genomen. Hierdoor heeft het belastbare feit zich wel voorgedaan. Het feit dat de indiening van de aanvraag kort daarna werd ingetrokken, neemt niet weg dat er leges verschuldigd zijn. Aangezien de vergunningsaanvraag binnen 8 weken na aanvraag weer is ingetrokken zijn de leges verminderd met 25%. De rechtbank is van mening dat dit en juist tarief is, aangezien de omvang van de werkzaamheden niet van belang is voor de hoogte van de leges.

Afvalstoffen- en rioolheffingen

Geen overschrijding opbrengstlimiet riool- en afvalstoffenheffing gemeente Lingewaard

Het opbrengstlimiet bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing van de gemeente Lingewaard is niet overschreden. Belanghebbende stelt dat met name de overheid en egalisatie voorzieningen geen last ter zake vormen en betwist daarom de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt net als de rechtbank dat de opbrengstlimiet niet is overschreden. Ten aanzien van de rioolheffing kwalificeert de toevoeging aan de egalisatievoorziening als een last ter zake. Ook de overheadkosten zijn succesvol onderbouwd en niet succesvol bestreden.

Door interne compensatie faalt beroep tegen aanslag afvalstoffenheffing

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar erin is geslaagd om in hoger beroep alsnog aannemelijk te maken dat de post overheid wel een last ter zake is van de afvalstoffenheffing. Doordat het beroep van de heffingsambtenaar op interne compensatie slaagt moeten de overhead kosten wel als last ter zake worden aangemerkt. Hierdoor kunnen de standpunten van X niet leiden tot een vermindering van de aanslag afvalstoffenheffing, zoals die in eerste instantie wel door de rechtbank is vastgesteld. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond. [Art. 81 lid 1 Wet RO]

Verhuurde woning aan studenten kwalificeert voor de zuiveringsheffing als bedrijfsruimte

Het Hof is van mening dat een woning die wordt verhuurd aan studenten die gemeenschappelijke ruimtes delen, voor de zuiveringsheffing kwalificeert als bedrijfsruimte en niet als woonruimte. Aangezien de studenten geen beschikking hebben tot een zelfstandige woonruimte met eigen voorzieningen moet worden gekeken of het pand in zijn geheel als woonruimte kan worden aangemerkt. In dit geval moet beoordeeld worden dat er geen sprake is van een woonruimte. Door de constante wisselende samenstelling van de groep studenten is er geen sprake van een gezin of een vergelijkbare eenheid.

Reikwijdte van de rioolheffing bij ontbreken van een rioolaansluiting

De heffingsambtenaar heeft de aanslag van de rioolheffing terecht opgelegd. Uit de Verordening rioolheffing Amersfoort volgt dat de kosten van waterzorgplichten op alle burgers mogen worden verhaald. De opbrengsten van de heffing worden gebruikt om de waterzorgkosten te dekken. De eis voor een directe of indirecte aansluiting op het riool geldt niet meer, omdat iedere belastingplichtige profijt heeft van de gemeentelijke waterhuishouding. De gemeenteraad is vrij om de elementen van de rioolheffing in de verordening de invulling te geven die zij wensen. De aangevoerde gronden van eiseres houden hierdoor geen stand, omdat het niet uitmaakt of er wel of geen gemeentelijke riolering aanwezig is. Het feit dat eiseres een eigen rioleringsvoorziening heeft maakt dit niet anders.

BIZ

Kleinere BIZ-zone na draagvlakmeting geen reden voor onverbindendheid BIZ-verordening

Een verkleining van de BIZ-zone na een proefpeiling en draagvlakmeting is toelaatbaar. De verkleining hoeft niet te leiden tot een verplichting om de statuten van de BIZ-vereniging te wijzigen. Ook leidt het niet tot nietigheid van de uitvoeringsovereenkomst met de gemeente.
Naar oordeel van het Hof Den Haag zijn de proefpeiling en draagvlakmeting voldoende zorgvuldig uitgevoerd, hierdoor is er geen schending van het vertrouwensbeginsel. Daarnaast leidt de verkleining van de BIZ-zone niet tot een onlogisch geheel en is er geen sprake van een onredelijke of willekeurige BIZ-bijdrage.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen