In een recente conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad staat de reikwijdte van artikel 220f lid 1 Gemeentewet centraal. Het draait hierbij om de vraag of gemeenten via een constructie met een ondernemersfonds en een retributieregeling feitelijk toch tariefdifferentiatie kunnen realiseren.
Verzet tegen OZB-aanslagen
Eigenaren en gebruikers van niet-woningen in de gemeente Súdwest-Fryslân hebben zich verzet tegen de OZB-aanslagen over 2021. Zowel de Rechtbank Noord-Nederland als het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben de belastingplichtigen het gelijk gesteld. Inmiddels ligt de zaak voor bij de Hoge Raad.
Feiten: OZB-opslag en retributieregeling
De gemeente paste in beginsel de normale uitgangspunten voor de OZB toe. Dat betekent een tarief voor woningen, eigenaren niet woningen en gebruikers niet woningen. In het tarief voor de niet-woningen was een opslag verwerkt. Deze opslag kwam ten goede aan een ondernemersfonds.
Dit fonds kende een retributieregeling op grond waarvan bepaalde categorieën ondernemers (een deel) een financiële bijdrage konden krijgen.
Belanghebbenden stelden dat dit leidt tot een ongeoorloofde tariefdifferentiatie tussen belastingplichtigen en wijzen op artikel 220f lid 1 Gemeentewet.
Centrale rechtsvragen
Deze procedure is van belang voor de gemeentelijke belastingautonomie en roept de volgende rechtsvragen op:
- Wat is de reikwijdte van de tariefgelijkheidsbepaling in art. 22f (1) Gemeentewet: staat zij alleen in de weg aan een progressief tarief of verzet zij zich ook tegen tariefdifferentiatie?
- Verzet de bepaling zich ook tegen indirecte tariefdifferentiatie?
- Wordt dat anders in het geval de indirecte tariefdifferentiatie een gevolg is van een retributieregeling die buiten de belastingverordening is neergelegd?
- Kan in een dergelijk geval de belastingrechter bij de exceptieve toetsing van de belastingverordening aan art. 220f Gemeentewet ook zo’n externe regeling betrekken?
Conclusie A-G
De Advocaat-Generaal komt tot een duidelijke conclusie:
- Artikel 220f lid 1 Gemeentewet verzet zich niet alleen tegen een progressief tarief maar ook tegen (indirecte) tariefdifferentiatie.
- Het hof heeft bij de exceptieve toetsing van de verordening aan voornoemde bepaling ook de retributieregeling kunnen en mogen betrekken, en terecht geoordeeld dat indirecte tariefdifferentiatie ermee in strijd is.
- Het Hof is terecht uitgegaan dat het de retributieregeling bij de exceptieve toetsing van de Verordening mocht betrekken.
Dit betekent dat de OZB-verordening in strijd is met de Gemeentewet voor zover daarin de opslag is opgenomen. De Advocaat-Generaal adviseert de Hoge Raad dan ook om het cassatieberoep ongegrond te verklaren.
Relevantie
Er zijn meer gemeenten in Nederland die een opslag kennen op de tarieven OZB niet woningen. Het is van belang om te beoordelen of niet dezelfde uitgangspunten worden toegepast als bij deze casus. Indien dat het geval is, dan is het advies de werkwijze te heroverwegen. Er zijn hiervoor ook goede alternatieven aanwijsbaar zoals de BIZ regeling of bijvoorbeeld de reclamebelasting.
Meer weten?
Neem contact op met lokale belastingen specialist Olga.menger@fiscaliade.nl of 06 123 44 782 of uw vaste aanspreekpunt.