Een audiovisuele parkvoorstelling met projecties, geluid en een vast wandelparcours valt voor de btw onder het verlenen van toegang tot een bioscoop. Dat oordeelt Hof ’s-Hertogenbosch. Voor innovatieve culturele evenementen daarmee niet het algemene btw-tarief van 21%, maar het verlaagde tarief van 9%.
Achtergrond
De uitspraak draait om een Belgische animatiestudio die in een park een voorstelling organiseert waarbij bezoekers tijdens een wandeling van ongeveer 2,5 kilometer een animatiefilm beleven. De film verschijnt in delen op kasteelmuren, bomen, standbeelden en speciaal geplaatste objecten, steeds met begeleidend geluid. Bezoekers krijgen toegang via tijdsloten, volgen een vast parcours en bepalen zelf hun tempo.
De onderneming stelt dat op deze activiteit het verlaagde btw-tarief van toepassing is, omdat zij toegang verlenen tot een bioscoop. De inspecteur houdt vast aan het algemene tarief van 21%. De rechtbank volgt de inspecteur, maar in hoger beroep trekt het Hof een andere conclusie.
Oordeel
Het Hof oordeelt dat de prestatie kwalificeert als het verlenen van toegang tot een bioscoop. Het begrip ‘bioscoop’ ziet volgens het Hof niet alleen op de klassieke bioscoopzaal waar bezoekers zittend naar één scherm kijken. Dat begrip omvat ook andere verschijningsvormen, zoals een drive-inbioscoop en een openluchtbioscoop. Het Hof benadrukt bovendien dat de betekenis van dat begrip meebeweegt met maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.
Doorslaggevend is de kern van de prestatie. Bezoekers verkrijgen tegen betaling toegang tot een evenement waarbij een film – een samenhangend verhaal in beeld en geluid – aan het publiek wordt vertoond. Dat vertonen vormt de hoofdprestatie; de wandeling blijft daaraan ondergeschikt. Het Hof hecht daarbij gewicht aan het feit dat het toegangsbewijs alleen toegang geeft tot het parcours van de voorstelling, dat het grootste deel van de wandeling in het teken staat van het bekijken van de film en dat de ticketprijs fors hoger ligt dan die van een regulier parkbezoek.
Dat de film in fragmenten verschijnt, dat bezoekers hun eigen tempo bepalen en dat zij niet zittend kijken, verandert dat oordeel niet. Ook het buitenkarakter van het evenement maakt geen verschil. Het Hof verklaart het hoger beroep daarom gegrond en vernietigt de eerdere uitspraak.
Gevolgen voor de praktijk
Deze uitspraak scherpt de fiscale behandeling van innovatieve film- en belevingsconcepten aan. Het verlaagde btw-tarief is niet voorbehouden aan de traditionele bioscoopzaal. Ook nieuwe en hybride vormen van filmvertoning vallen daaronder zodra de filmvertoning de kern van het evenement vormt.
Voor organisatoren van immersieve evenementen, audiovisuele routes en vergelijkbare culturele producties geeft dit arrest een duidelijk aanknopingspunt. Niet de vorm, maar de inhoud beslist. Staat de filmbeleving centraal en ondersteunen de overige elementen die ervaring slechts, dan geldt het verlaagd tarief. Daarmee wint de inhoudelijke kwalificatie aan gewicht en verliest de klassieke setting haar doorslaggevende betekenis.
Meer weten?
Heeft u vragen of opmerkingen? Neem contact op met onze btw-specialist Nikita Brameijer, Marian Roberti of uw vaste aanspreekpunt. Wij helpen u graag!