Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s vanaf 2027 en mogelijk extra lasten

15 april 2026

Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% voor werkgevers voor ter beschikking gestelde personenauto’s en -bussen die rijden op fossiele brandstoffen en (mede) voor privédoeleinden worden gebruikt. Woon-werkverkeer wordt in deze regeling eveneens aangemerkt als privégebruik. In dit nieuwsbericht gaan wij nader in op de belangrijkste aandachtspunten.

Doel pseudo-eindheffing

Om de klimaatdoelstellingen te halen en broeikasgasemissies te verminderen, is volgens het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) aanvullend beleid nodig. Daarom is in het Belastingplan 2026 per 1 januari 2027 een nieuwe pseudo-eindheffing opgenomen (artikel 32bc Wet op de loonbelasting 1964). Het betreft een pseudo-eindheffing voor ter beschikking gestelde personenauto’s en -bussen die (gedeeltelijk) rijden op fossiele brandstoffen én voor privédoeleinden worden gebruikt. Het doel van de maatregel is om werkgevers te stimuleren om te kiezen voor het ter beschikking stellen van volledig emissie-vrije personenauto’s.

Aandachtspunten

Voor fossiele personenauto’s die uitsluitend in het kader van de bedrijfsvoering ter beschikking worden gesteld, is de pseudo eindheffing niet van toepassing. Er wordt daarom onderscheid gemaakt tussen enerzijds personenauto’s die door de werkgever uitsluitend voor zakelijk gebruik beschikbaar worden gesteld (en dus niet voor privédoeleinden) en anderzijds personenauto’s die door de werkgever mede voor privégebruik, waaronder woon-werkverkeer, ter beschikking worden gesteld.

 

De pseudo-eindheffing die berekend wordt per kalendermaand bedraagt:

  • 12% van de catalogusprijs voor auto’s jonger dan 25 jaar oud;
  • 12% van de marktwaarde (waarde economisch verkeer) voor auto’s ouder van 25 jaar en ouder.

De pseudo-eindheffing dient uiterlijk afgedragen te worden bij de aangifte over het tweede loonaangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar. Echter, is het ook mogelijk om gedurende het kalenderjaar te betalen middels de reguliere aangifte loonheffingen. Hiervoor wordt een nieuwe rubriek in het collectieve deel van de aangifte loonheffingen aangemaakt.

 

Een pseudo-eindheffing komt voor rekening van de werkgever en kan niet worden verhaald op de werknemer, alsmede het vragen van een eigen bijdrage aan een werknemer ten behoeve van deze pseudo-eindheffing is niet toegestaan.

 

Wellicht ten overvloede; deze pseudo-eindheffing voor de werkgever komt naast de eventueel van toepassing zijnde bijtelling voor een auto van de zaak voor een werknemer. 

Voor welke auto's geldt de pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing is van toepassing indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  1. De betreffende auto is een personenauto of -bus;
  2. De betreffende auto stoot meer dan 0 gram CO2 uit;
  3. De auto wordt ter beschikking gesteld aan de werknemer;
  4. De auto wordt ook voor privédoeleinden ter beschikking gesteld, waaronder woon-werkverkeer.

 

Fossiele personenauto

De regeling geldt uitsluitend voor personenauto’s en -bussen (M1 in het kentekenregister). Voor bestelauto’s (N1 in het kentekenregister) is de pseudo-eindheffing daarom niet van toepassing. Daarnaast moet de betreffende personenauto CO2 uitstoten. Dit betekent dat ook hybride personenauto’s onder de regeling vallen. Of een voertuig als personenauto kwalificeert en wat de uitstoot van de auto is, kan worden nagegaan in het kentekenregister.

 

Piket- en wachtdiensten

In het Belastingplan 2026 is een nuance opgenomen voor ritten met fossiele personenauto’s waarin gereden móet worden vanwege de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld surveilleren door politieagenten of met spoed repareren van liften). Deze ritten worden voor de toepassing van de pseudo-eindheffing geacht niet plaats te vinden vanwege privédoeleinden. Ook als eenzelfde rit in andere omstandigheden – dus niet voor, tijdens of na een dergelijke dienst – wel als een rit voor privédoeleinden zou worden aangemerkt. Dit betreft bijvoorbeeld een werknemer met piketdiensten of wachtdiensten die voorafgaand of na afloop van een dergelijke dienst de fossiele personenauto gebruikt om mee naar huis te rijden, of tijdens de dienst gebruikt om vanuit een privéaangelegenheid tijdig op een oproep te kunnen reageren.

 

De auto wordt ter beschikking gesteld aan de werknemer

Van terbeschikkingstelling is sprake wanneer de werkgever een personenauto of -bus aan de werknemer, al dan niet via een externe aanbieder, aanbiedt en de werknemer voor kortere of langere tijd de feitelijke beschikkingsmacht over de personenauto uitoefent. Met andere woorden: de werknemer is dan in staat om in meer of mindere mate te bepalen hoe en voor welke doeleinden de personenauto wordt gebruikt.

 

Gebruik voor privédoeleinden

De pseudo‑eindheffing geldt niet voor fossiele personenauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt. Woon‑werkverkeer wordt in deze regeling echter expliciet aangemerkt als privégebruik. Dit vormt een belangrijk verschil ten opzichte van de bijtellingsregeling van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 (de ‘bijtellingsregeling’), waarin woon‑werkverkeer juist niet als privégebruik wordt aangemerkt. Voor de pseudo‑eindheffing wordt voor het begrip privégebruik aangesloten bij de definitie die geldt voor de omzetbelasting, en daarmee inclusief woon‑werkverkeer. Dit verschil kan er onder omstandigheden toe leiden dat bij de werknemer geen bijtelling verschuldigd is, terwijl de werkgever wél pseudo‑eindheffing moet afdragen.

Samenloop en verschillen met de 'bijtellingsregeling'

Hoewel de voorwaarden voor de bijtellingsregeling en de nieuwe pseudo-eindheffing veel overeenkomsten kennen, zijn er twee belangrijke verschillen:

 

  1. De bijtellingsregeling (artikel 13bis) geldt zowel voor personenauto’s als voor bestelauto’s (M1 en N1) en wordt berekend per kalenderjaar. De pseudo-eindheffing daarentegen geldt alleen voor personenauto’s (M1) en wordt berekend per kalendermaand.

 

  1. De bijtellingsregeling beschouwt woon-werkverkeer niet als privégebruik van de auto. Daarnaast geldt voor de bijtellingsregeling een grens van 500 kilometer privégebruik per kalenderjaar. Wanneer een werknemer/werkgever kan aantonen dat hij op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé rijdt, is er geen bijtelling verschuldigd. De pseudo-eindheffing kwalificeert woon-werkverkeer wel als privégebruik en geldt er geen kilometergrens.

Zodra een ter beschikking gestelde fossiele personenauto op enig moment voor privédoeleinden wordt gebruikt, is pseudo-eindheffing verschuldigd over de betreffende kalendermaand.

Overgangsrecht

De regeling voor de pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s en -bussen gaat van kracht per 1 januari 2027 voor auto’s die vanaf deze datum voor het eerst ter beschikking worden gesteld door de werkgever.

 

Voor auto’s die voor 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld door de werkgever, geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030. Voor deze fossiele personenauto’s is gedurende deze periode (nog) geen pseudo-eindheffing verschuldigd.

Hoe nu verder?

Ook overheidswerkgevers beschikken vaak over een wagenpark, waarvan (mogelijk) een aanzienlijk deel van de personenauto’s of -bussen (nog) niet volledig elektrisch is. Wij adviseren werkgevers om tijdig te anticiperen op de nieuwe pseudo-eindheffing door hier bij de aanschaf van nieuwe voertuigen al rekening mee te houden. Voor de bestaande personenauto’s is het verstandig om vóór het vervallen van het overgangsrecht maatregelen te treffen, zoals het opstellen of aanvullen van bestaand beleid en het uitwerken van een systematiek waaruit blijkt dat privégebruik waaronder woon-werkverkeer niet plaatsvindt.

 

Veel werkgevers zijn inmiddels gewend om aantoonbaar te maken dat ter beschikking gestelde bestel- en personenauto’s op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé worden gebruikt. In de praktijk vraagt dit vaak omvangrijke administratieve handelingen en controles, hetgeen door gemeenten vaak als een aanzienlijke last wordt ervaren. Het is de moeite waard om na te gaan in hoeverre deze systematiek kan worden uitgebreid of verfijnd, met name ten aanzien van woon-werkverkeer. Ook in het kader van de omzetbelasting (btw) kan dit voordelen opleveren.

 

Het is daarom verstandig tijdig te anticiperen op de aankomende pseudo-eindheffing door de administratie en controle van het wagenpark zo in te richten dat aantoonbaar gemaakt kan worden dat met ter beschikking gestelde fossiele personenauto’s geen privékilometers worden gereden, inclusief woon-werkverkeer. Daarnaast is het belangrijk om de nieuwe pseudo-eindheffing nadrukkelijk mee te nemen bij toekomstige beslissingen over de aanschaf of vervanging van de huidige personenauto’s.

Meer weten?

Meer hierover weten? Aarzel dan niet en neem contact op met specialist Loonheffingen Remco Bosma of uw vaste aanspreekpunt. 

Remco Bosma
Senior specialist Loonheffingen & Sociale Verzekeringen, Expert DHT/TCF

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen