Tijdens Prinsjesdag 2026 zijn er voor de Loonheffingen een aantal voorgestelde wijzigingen opgenomen in het Belastingplan en Overige fiscale maatregelen 2027 die ook van belang zijn voor overheidswerkgevers. In dit artikel gaan wij in op de meest in het oog springende zaken die veranderen per 2027 op het gebied van de werkkostenregeling, premies volks- en werknemersverzekeringen en Zvw, pseudo eindheffing fossiele personenauto’s, maximum pensioengevend loon, tarieven in de inkomstenbelasting, en de bewaarplicht bij opting-in.
Wijzigingen in de Werkkostenregeling
Percentage eerste schijf vrije ruimte
Zoals eerder al was aangekondigd, wordt de eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkostenregeling per 1 januari 2027 verhoogd van 2,00% naar 2,16% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. De tweede schijf (het meerdere boven € 400.000) blijft ongewijzigd op 1,18%.
Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25
Om de koopkracht van mensen te ondersteunen, verhoogt het kabinet structureel, om werkgevers en werknemers zekerheid te geven, de maximaal gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Omgerekend leidt de hogere reiskostenvergoeding tot een voordeel van circa € 0,30 per liter brandstof. Voor de ritten die een werknemer moet maken om voor en naar het werk te reizen, kan hiermee door de werkgever een groot deel van de prijsstijging van brandstof belastingvrij worden gecompenseerd. Deze maatregel betreft de codificatie van een eerder in 2026 uitgevaardigd goedkeurend beleidsbesluit.
De verhoging van het maximum van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer geldt voor werknemers in de loonheffingen, maar ook voor de hoogte van de aftrekbare reiskosten van IB-ondernemers en resultaatgenieters.
Wellicht ten overvloede, het is voor werkgevers niet verplicht om een (volledige) reiskostenvergoeding te betalen aan werknemer. Zo schrijft de Cao gemeenten (en SGO) enkel voor dat de werkgever een regeling vaststelt voor de vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer maar laat de inhoud hiervan vrij om lokaal te bepalen voor welk(e) vervoersmiddel(en) een reiskostenvergoeding wordt gemaakt.
Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25
Het kabinet stelt voor de gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten af te schaffen. Deze vrijstelling bedraagt momenteel maximaal 20% van de waarde, met een maximum van € 500 per werknemer per jaar. Denk hierbij aan personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtickets, hypotheekadvies of verzekeringspremies die in bepaalde branches veelvuldig voorkomen zoals de detailhandel en industriële/productiegerichte sectoren. Voor overheidswerkgevers is deze voorgestelde wijziging in algemene zin minder relevant.
Het voorstel om de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen betekent dat werkgevers die werknemers korting geven op eigen producten, deze onder kunnen brengen in de zogenaamde vrije ruimte van de werkkostenregeling. Het voordeel van het verstrekken van een branche-eigen product wordt bepaald aan de hand van de waarde in het economische verkeer. Voor branche-eigen producten die worden verstrekt aan oud-werknemers blijft gelden dat dit loonvoordeel wordt aangemerkt als eindheffingsloon voor de werkkostenregeling.
Premies volks- en werknemersverzekeringen en Zvw in 2027
In begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2027, zijn de (voorgestelde) premiepercentages voor 2027 opgenomen. In onderstaande tabel ziet u de samenvatting.
Premie | Betaald door | 2026 % | 2027 % |
Aow | Werknemer | 17,90 | 17,90 |
ANW | Werknemer | 0,1 | 0,1 |
Awf-laag | Werkgever | 2,74 | 2,74 |
Awf-hoog | Werkgever | 7,74 | 7,74 |
Ufo | Werkgever | 0,68 | 0,68 |
Aof-laag | Werkgever | 6,27 | 6,67 |
Aof-hoog | Werkgever | 7,63 | 8,03 |
Aof (kinderopvang) | Werkgever | 0,5 | 0,5 |
Whk (rekenpremie) | Werkgever | 1,52 | 1,67 |
Zvw (werkgeversheffing) | Werkgever | 6,10 | 6,27 |
Zvw (bijdrage) | Werknemer | 4,85 | 5,02 |
Wijzigingen in de pseudo eindheffing voor fossiele personenauto’s
Ingevolge het Belastingplan 2026 (BP 2026) treedt de zogenoemde pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s op 1 januari 2027 in werking. Deze heffing houdt in dat iedere werkgever een heffing van 12% verschuldigd is over de cataloguswaarde van een fossiele personenauto als deze auto ook voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld aan een of meer werknemers. Eerder dit jaar hebben wij u daarover via onze nieuwsbrief geïnformeerd en aangegeven dat deze pseudo-eindheffing ook grote gevolgen kan hebben voor het wagenpark van overheidswerkgevers.
Van belang is dat de verschuldigdheid van deze pseudo-eindheffing is gekoppeld aan de fossiele personenauto en niet aan de werknemer. Dit betekent dat de kosten voor rekening van de werkgever komen en niet op de werknemers kan worden verhaald. Voor de duidelijkheid; voor deze regeling wordt ook woon-werkverkeer als gebruik voor privédoeleinden aangemerkt.
Werkgevers die een personenauto al voor 1 januari 2027 ter beschikking hebben gesteld, zijn de heffing nog niet direct verschuldigd. Hiervoor wordt een overgangstermijn voorgesteld tot en met 31 december 2030.
Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2026 was al toegezegd het jaar 2026 te gebruiken om gesignaleerde knelpunten te onderzoeken en, indien wenselijk, de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s zodanig aan te passen dat daarmee deze knelpunten worden gemitigeerd. In het Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 stelt het Kabinet voor om deze pseudo-eindheffing op een aantal punten aan te passen. Het gaat om de volgende onderwerpen:
- Vervangend vervoer bij onderhoud en reparatie;
- Uitzondering voor lesauto’s;
- Uitbreiden en aanpassen termijn van het algemene overgangsrecht;
- Overgangsrecht voor tijdelijke ter beschikking gestelde huur- en deelauto’s;
- Anticumulatiebepaling met de pseudo eindheffing excessieve vertrekvergoedingen.
Mocht u hier inhoudelijk meer over willen weten, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.
Maximum pensioengevend loon niet geïndexeerd
Met ingang van 1 januari 2015 is het inkomen waarover een pensioen (tweede pijler) kan worden opgebouwd (pensioengevend loon) of waarover een lijfrente (derde pijler) kan worden opgebouwd gemaximeerd. Per 2015 bedroeg deze zogenoemde aftoppingsgrens € 100.000. Op grond van de wet wordt de aftoppingsgrens aan het begin van het kalenderjaar geïndexeerd. Vanwege deze indexatie bedraagt de aftoppingsgrens momenteel € 137.800 (bedrag 2026).
Voorgesteld wordt om bij het begin van de kalenderjaren 2027 tot en met 2032 geen indexatie toe te passen met betrekking tot de aftoppingsgrens van het pensioengevend loon en van het inkomen voor de opbouw van lijfrenten. Hiermee wordt de indexatie van de aftoppingsgrens voor de komende zes jaar gepauzeerd.
Tarieven inkomstenbelasting
Als het belastingplan wordt aangenomen, betekent dit voor werkgevers dat zij in 2027 gemiddeld gezien meer loonbelasting/premie volksverzekeringen moeten inhouden en afdragen over het loon van hun werknemers. Dit komt omdat de percentages van de eerste en tweede schijf in de inkomstenbelasting omhoog gaan. De eerste schijf gaat omhoog van 35,75% naar 36,23% (over inkomen tot € 39.247). De tweede schijf gaat omhoog van 37,56% naar 38,16% (over inkomen tussen 39.247 en € 78.426). Over het inkomen in de derde schijf (boven € 78.426) blijft 49,50% verschuldigd.
Bewaarplicht bij opting-in
In de fiscale verzamelwet 2027 die al eerder is ingediend bij de Tweede Kamer is een voorgestelde wijziging opgenomen die relevant is voor gemeenten en specifiek voor raadsleden en commissieleden.
De Wet op de loonbelasting biedt de mogelijkheid om op verzoek een arbeidsverhouding die niet kwalificeert als een echte dienstbetrekking en ook niet op andere gronden wordt beschouwd als een dienstbetrekking (fictieve dienstbetrekking) toch als een dienstbetrekking voor de loonbelasting te laten beschouwen. Deze mogelijkheid om een arbeidsverhouding op verzoek als dienstbetrekking voor de loonbelasting te beschouwen, wordt ook wel de term opting-in (en pseudo-werknemer) gebruikt.
Bij gemeenten maken de meeste raadsleden gebruik van deze mogelijkheid.
Voorgesteld wordt om vanaf 2027 de verplichting te laten vervallen om de gezamenlijke verklaring voor opting-in bij de inspecteur in te dienen. Deze meldplicht wordt vervangen door een bewaarplicht. De beoogde inhoudingsplichtige, in dit geval de gemeente, moet de gezamenlijke verklaring bij de loonadministratie bewaren. Toezending aan de Belastingdienst is dan niet meer nodig.
Meer weten?
Meer hierover weten? Aarzel dan niet en neem contact op met senior specialisten Loonheffingen Remco Bosma, Anja Mironova of uw vaste aanspreekpunt.