Gemeenten gebruiken regelmatig een maximale aanmeldduur om de parkeerdruk te reguleren. Recent hebben twee gerechtshoven zich uitgesproken over de vraag of een naheffingsaanslag parkeerbelasting kan worden opgelegd wanneer een parkeerder deze maximale aanmeldduur overschrijdt. Opvallend genoeg kwamen beide hoven tot een verschillend oordeel. In dit artikel bespreken wij beide uitspraken.
Gerechtshof Amsterdam
In juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2026:1338) geoordeeld over de relatie tussen de maximale aanmeldduur en de parkeerbelasting.
In deze zaak had de belanghebbende zijn auto geparkeerd in een gebied waar uitsluitend tegen betaling van parkeerbelasting mocht worden geparkeerd. De gemeente had de maximale aanmeldduur vastgesteld op één uur.
Bij aanvang van het parkeren betaalde de belanghebbende parkeerbelasting door zijn kenteken via een parkeerapp aan te melden voor de maximale duur van één uur. Later constateerde een parkeercontroleur dat de auto langer dan een uur geparkeerd stond. Vervolgens legde de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag op.
De belanghebbende was het hier niet mee eens. Hij stelde dat de naheffingsaanslag onterecht was opgelegd, omdat hij bij aanvang van het parkeren aan zijn betalingsverplichting had voldaan.
De heffingsambtenaar stelde daarentegen dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Hoewel de parkeerbelasting slechts voor één uur tegelijk kon worden voldaan, kon de parkeerder de parkeeractie telkens met een uur verlengen. Volgens de heffingsambtenaar was daarom geen sprake van een maximale parkeerduur.
Het hof volgde deze redenering niet. Volgens het hof kan op grond van de wet uitsluitend bij aanvang van het parkeren aangifte van parkeerbelasting worden gedaan. De door de heffingsambtenaar voorgestane werkwijze is daarom wettelijk niet toegestaan, ook al is het technisch mogelijk om later alsnog te betalen. Het hof vernietigde daarom de naheffingsaanslag.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam in een vergelijkbare zaak tot een andere conclusie. Ook in deze zaak kon de belanghebbende zich aanmelden voor een maximale duur.
Volgens het hof bleek uit de parkeerverordening en de parkeerapparatuur dat parkeerbelasting moest worden betaald voor een bepaalde periode, waarbij telkens voor maximaal twee uur kon worden betaald. Wanneer een parkeerder langer dan twee uur wilde parkeren, moest hij opnieuw parkeerbelasting voldoen.
Het hof oordeelde dat de parkeerder in dat geval zelf verantwoordelijk is voor een aanvullende betaling. Omdat de belanghebbende langer geparkeerd stond zonder opnieuw te betalen, was de naheffingsaanslag volgens het hof terecht opgelegd.
Wat nu?
De twee gerechtshoven zijn dus tot verschillende oordelen gekomen. Daarmee blijft vooralsnog onduidelijk hoe moet worden omgegaan met situaties waarin een parkeerder de maximale aanmeldduur overschrijdt.
Uiteindelijk zal de Hoge Raad hierover duidelijkheid moeten geven. Daarbij zal onder meer de vraag moeten worden beantwoord of het wettelijke begrip ‘aanvang van het parkeren’ eraan in de weg staat dat een parkeerder na het begin van het parkeren nog aanvullende betalingen verricht.
Wij blijven deze ontwikkelingen volgen en houden u op de hoogte van toekomstige ontwikkelingen en een eventueel oordeel van de Hoge Raad.
Meer weten?
Meer weten over de maximale parkeer en aanmeldduur? Of heeft u andere vragen over uw parkeerverordening, dan kunt u contact opnemen met een van onze specialisten of uw vaste aanspreekpunt: WOZ en lokale belastingen specialist Olga Menger.