In het land worden ondernemersverenigingen/stichtingen of fondsen gevoed met veelal door henzelf afgedragen belastingen die door de gemeente worden afgedragen aan het ondernemersverband. Hierbij wordt veel gebruik gemaakt van de volgende belastingen:
- Reclamebelasting
- BIZ-heffing
- Onroerendezaakbelasting (opslag op niet-woningen tarief)
In dit artikel gaan wij in op de opslag op het OZB-tarief.
Opslag OZB
Wat gebeurt er in de praktijk? Ondernemersfondsen nemen het initiatief met de gemeenten om in de gehele gemeente (of een specifiek deel daarvan) activiteiten te organiseren. Daarvoor wordt overeengekomen om een opslag op het OZB niet-woningen tarief te doen. Deze opslag wordt opgelegd en geïnd door de gemeente die het vervolgens afdraagt aan het ondernemersfonds. Het ondernemersfonds verzorgt vervolgens zelf activiteiten of sluist de gelden door naar trekkingsgerechtigden die daarvoor een aanvraag hebben ingediend.
Het komt voor dat er in de gemeente een groep belanghebbenden is die niet gebaat zijn bij die voorzieningen/activiteiten die worden getroffen. Gemeenten gaan hier vervolgens verschillend mee om.
In de casus die wij in dit artikel bespreken hadden de gemeente en het ondernemersfonds met de achterliggende partijen (in dit geval agrariërs) afgesproken dat zij een geldelijke bijdrage ontvingen, een zogenaamde retributieregeling.
Overige belanghebbenden vonden deze retributieregeling niet eerlijk en waren van mening dat er onrechtmatig werd opgetreden. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad hier een oordeel over gegeven.
Wat stond ter discussie en wat is het oordeel?
De vraag was of de gemeente ongeoorloofde tariefdifferentiatie toepaste door middel van de retributieregeling en of de rechter deze regelingen wel had mogen betrekken in het oordeel.
Advocaat-Generaal
Voorafgaand aan de uitspraak van de Hoge Raad heeft de Advocaat-Generaal (hierna: A-G) zich hierover uitgelaten. Kort gezegd oordeelde de A-G dat er ook ongeoorloofde tariefdifferentiatie op kan treden ondanks dat dit niet rechtstreeks uit de verordening is af te leiden. Ook afspraken en regelingen buiten de belastingverordening kunnen worden meegewogen als de gemeenteraad daarbij nauw is betrokken en het samenstel van maatregelen feitelijk leidt tot ongeoorloofde tariefdifferentiatie.
De vraag is daarom wanneer sprake is van voldoende betrokkenheid van de gemeenteraad en wanneer deze betrokkenheid kan leiden tot ongeoorloofde tariefdifferentiatie.
Conclusie A-G
De A-G concludeert dat er sprake was van strijd met artikel 22f lid 1 van de Gemeentewet doordat de gemeenteraad als gevolg van het handelen en de overige documentatie in feite een tariefdifferentiatie in de OZB had opgenomen.
Rol van de gemeenteraad
Voor deze conclusie was van belang dat de gemeenteraad een belangrijke rol had bij de oprichting van het ondernemersfonds en voortzetting daarvan. De raad was onder meer betrokken bij de oprichting van het ondernemersfonds, besloot via een geamendeerd voorstel tot voortzetting daarvan en stemde ermee in dat de meeropbrengst uit de OZB-opslag opnieuw als subsidie aan het fonds werd verstrekt.
Dit betrof niet slechts een zijdelingse betrokkenheid, maar het maakte de grondslag voor de constructie mogelijk.
Ondanks dat de gemeente niet rechtstreeks partij was bij de overeenkomst en geen handtekening heeft gezet, maakt dit niet anders. Dit laat zien dat het niet enkel gaat om de formele betrokkenheid, maar dat de inhoudelijke inbreng alsmede het feitelijke resultaat van het gehele samenstel van afspraken dient te worden beoordeeld.
Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde op 9 oktober 2026 dat de rechtbank, het Hof en A-G het juist hebben. De tarieven tussen die categorieën mogen verschillen. Binnen een categorie mag het tarief echter niet verschillen. Bij de beoordeling van het tarief moet volgens de Hoge Raad niet alleen gekeken worden naar de belastingverordening. Andere verbindende voorschriften of besluiten van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders zijn ook van belang. De wijze waarop de regeling over de teruggave tot stand is gekomen, leidt in dit geval in feite tot een verboden differentiatie van tarieven. De belastingverordening van de gemeente is daarom onverbindend voor zover dit de opslag betreft.
Andere situaties
De conclusie is mogelijk ook relevant voor situaties die niet volledig overeenkomen met deze casus waarbij sprake is van een teruggaafregeling. Ook andere afspraken kunnen relevant zijn. Als de gemeenteraad nauw is betrokken bij een overeenkomst, kan deze buiten de belastingverordening geplaatste regeling worden meegewogen indien het feitelijk tot tariefdifferentiatie leidt.
Conclusie
Vooropgesteld: een opslag op de OZB is mogelijk. Maar de wijze waarop de regels en bijdragen vervolgens worden vormgegeven, inclusief de betrokkenheid van de gemeenteraad, leidt tot een ongeoorloofde tariefdifferentiatie.
Belang voor de praktijk
Gemeenten doen er goed aan om niet alleen de tekst van de belastingverordening te beoordelen, maar ook na te gaan welke financiële afspraken rondom een ondernemingsfonds zijn gemaakt en welke rol de gemeenteraad daarbij heeft gespeeld.
Meer weten?
Meer weten? Of heeft u vragen over de exceptieve toetsing met betrekking tot belastingverordeningen, dan kunt u contact opnemen met een van onze specialisten of uw vaste aanspreekpunt: WOZ en lokale belastingen specialist Olga Menger.