Geen beroep op  btw-compensatiefonds mogelijk voor gemeente voor aanleg noodaanlanding in haven

1 februari 2022

Voor het bepalen van de btw-verrekeningsmogelijkheden van een transactie is het essentieel te weten wie de afnemer is. Alleen wanneer een partij de afnemer is van een dienst of goed, kan er een recht op compensatie of aftrek van voorbelasting bestaan. Recent heeft de rechtbank een uitspraak gedaan dat de gemeente geen afnemer was ondanks dat zij van de aannemer de facturen in rekening gebracht kreeg. Secundair werd de vraag over de eigendomspositie in relatie tot BCF gesteld. In dit artikel lichten wij deze uitspraak toe.

De casus

Voor de realisatie van de aanleg van een noodaanlanding heeft de gemeente facturen met btw ontvangen. In geschil was of de gemeente recht heeft op compensatie nu ter discussie stond of deze wel als afnemer aangemerkt kon worden. Uit de feiten en omstandigheden bleek dat alleen de Staat als opdrachtgever in de overeenkomst was aangemerkt. De gemeente ontving en betaalde de facturen van de leverancier.

De Belastingdienst was op grond van bovenstaande van mening dat de gemeente niet als afnemer aangemerkt kon worden van de prestatie. Indien de rechtbank van mening was dat dit wel het geval was, dan zou dit volgens de Belastingdienst alsnog niet leiden tot een teruggave uit het BCF omdat de gemeente in dat geval een verstrekking zou doen aan een individuele derde (de Staat) omdat de noodaanlanding op grondgebied van de Staat ligt. Wanneer er sprake is van een verstrekking aan een individuele derde, kan er geen sprake zijn van recht op een bijdrage uit het BCF. De Belastingdienst vond het feit dat de noodaanlanding werd gerealiseerd op grond van de Staat en door ‘natrekking’ in eigendom komt van de Staat, een reden om de prestatie aan te merken als direct geleverd aan de Staat en niet aan de gemeente.

De rechtbank oordeelde dat de gemeente niet als afnemer van de prestatie aangemerkt kon worden. Alleen de Staat zou in deze casus als afnemer van de desbetreffende prestatie kunnen worden aangemerkt. De rechtsbetrekking tussen de Staat en de aannemer was ‘de rechtsbetrekking op grond van welke de levering is verricht’. Uit de overeenkomst zou zijn op te maken dat de aannemer de opdracht tot aanleg van de noodaanlanding kreeg van de Staat en daarnaast was het de Staat onder wiens toezicht de aannemer de prestatie diende uit te voeren. Het feit dat de gemeente de betalingen verrichtte van de facturen, maakte niet dat er sprake was van een relatie leverancier – afnemer.

Aandachtspunten

Belangrijk uit deze casus is dat het enkele feit dat een gemeente of provincie de facturen ontvangt en betaalt en het vermeld worden in de overeenkomst nog niet betekent dat de gemeente als afnemer kan worden aangemerkt en dus compensatiegerechtigd is. Vooral in de situatie waarbij meerdere partijen en/of gemeenten zijn betrokken dient dit goed beoordeeld te worden. Anders kan dit dure, en vaak onvoorziene, gevolgen hebben voor de btw. Het is dus belangrijk dat voortijdig vastgesteld wordt wie fiscaal de afnemer is van de prestatie. Dit is belangrijk om mee te nemen in het maken van afspraken tussen partijen om achteraf geen discussies of onverwachte financiële risico’s te krijgen.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de gevolgen of wilt u weten wat dit voor uw organisatie in de praktijk betekent? Aarzel dan niet contact op te nemen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.