Subsidies zijn voor gemeenten een belangrijk instrument om maatschappelijke en beleidsmatige doelen te realiseren. In de praktijk wordt vaak aangenomen dat een subsidie niet belast is met btw. Toch is niet iedere bijdrage of subsidie automatisch onbelast voor de btw. Wanneer tegenover de bijdrage een concrete (tegen)prestatie staat, kan namelijk sprake zijn van een met btw belaste prestatie. Daarnaast rijst voor gemeenten regelmatig de vraag of een subsidie inclusief of exclusief btw moet worden verstrekt.
In dit artikel bespreken wij waar de grens ligt tussen een onbelaste subsidie en een vergoeding voor een met btw belaste prestate, en welke aandachtspunten daarbij voor gemeenten van belang zijn.
Het verschil tussen een onbelaste subsidie en een vergoeding voor prestatie
Voor de btw is niet beslissend hoe partijen een financiële bijdrage benoemen. Dat een betaling in een beschikking, overeenkomst of beleidsstuk als ‘subsidie’ wordt omschreven, betekent niet automatisch dat sprake is van een btw onbelaste subsidie. De btw-kwalificatie wordt bepaald door de feitelijke omstandigheden en de concrete afspraken die aan de betaling ten grondslag liggen.
Uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en de Nederlandse Hoge Raad volgt dat voor btw-heffing sprake moet zijn van een rechtstreeks verband tussen de betaling en de verrichte prestatie.
Met andere woorden: de bijdrage of subsidie moet worden betaald als tegenprestatie voor een concrete dienst of activiteit. Ontbreekt een dergelijk rechtstreeks verband, dan is doorgaans sprake van een subsidie die buiten de heffing van btw blijft.
Bij de beoordeling is daarom van belang of de ontvanger van de subsidie of bijdrage een concrete prestatie verricht ten behoeve van de verstrekker. Wanneer een bijdrage uitsluitend wordt verstrekt om bepaalde activiteiten van de subsidieontvanger mogelijk te maken of een algemeen maatschappelijk doel te ondersteunen, zal doorgaan sprake zijn van een onbelaste subsidie. Daarentegen kan sprake zijn van een belatbare prestatie wanneer de ontvanger zich verbind tot het leveren van een specifieke dienst of het realiseren van een concreet eindresultaat. In dat geval kan de bijdrage worden aangemerkt als vergoeding voor een met btw-belaste prestatie.
Hoe beoordeel je in de praktijk of er sprake is van een subsidie of een met btw-belaste prestatie?
Of een financiële bijdrage voor de btw kwalificeert als een onbelaste subsidie of als vergoeding voor een prestatie, moet worden beoordeeld aan de hand van alle feiten en omstandigheden van het geval. Daarbij is geen enkel criterium op zichzelf doorslaggevend. In de praktijk zijn wel verschillende aanwijzingen te onderscheiden die kunnen wijzen op een subsidie of juist op een prestatie onder bezwarende titel.
Een aanwijzing voor een onbelaste subsidie is dat het initiatief voor de activiteiten bij de subsidieontvanger ligt. Ook wanneer de gesubsidieerde activiteiten primair zijn gericht op een algemeen maatschappelijk belang en niet specifiek voor de subsidieverstrekker worden verricht, kan dit erop wijzen dat sprake is van een subsidie. Hetzelfde geldt wanneer de subsidieverstrekker slechts algemene voorwaarden stelt aan de besteding van de middelen en van de ontvanger verlangt dat deze verantwoording aflegt over de rechtmatige besteding daarvan.
Daartegenover staan omstandigheden die kunnen wijzen op een belastbare prestatie. Een belangrijk signaal is bijvoorbeeld dat in een subsidiebeschikking concreet is vastgelegd welke activiteiten de ontvanger moet verrichten, welke resultaten moeten worden behaald of welke diensten aan de verstrekker, bijvoorbeeld een gemeente, moeten worden geleverd. Ook het gebruik van termen als ‘opdracht’, ‘uitvoering’, ‘levering’, ‘dienstverlening’ of ’tegenprestatie’ kan aanleiding zijn voor een nadere btw-beoordeling.
Daarnaast verdient het aandacht wanneer de gesubsidieerde activiteiten betrekking hebben op een gemeentelijke taak. Als een gemeente een bijdrage verstrekt voor werkzaamheden die tot haar publieke takenpakket behoren, kan de vraag ontstaan of zij feitelijk werkzaamheden door een andere partij laat uitvoeren die zij anders zelf zou verrichten. Dit betekent niet automatisch dat sprake is van een belastbare prestatie, maar het kan wel een relevante aanwijzing zijn bij de beoordeling.
Voor de btw-beoordeling is onder meer de subsidiebeschikking relevant. In de praktijk kunnen echter ook andere documenten, zoals uitvoeringsovereenkomsten, samenwerkingsovereenkomsten, convenanten en andere onderliggende afspraken, van belang zijn. Zo kan een bijdrage in de beschikking als subsidie worden aangeduid, terwijl uit aanvullende afspraken blijkt dat de ontvanger zich heeft verbonden tot het verrichten van specifieke werkzaamheden of het behalen van concrete resultaten. In dat geval neemt het risico toe dat de bijdrage wordt aangemerkt als vergoeding voor een prestatie. Kortom, de beoordeling vraagt daarom steeds om een integrale analyse van alle relevante documenten en feiten. Niet de benaming van de bijdrage, maar de realiteit is uiteindelijk bepalend voor de btw-gevolgen.
Als al geoordeeld wordt dat er sprake is van een prestatie tegen vergoeding, zal ook nog moeten worden beoordeeld of de subsidieontvanger voor de prestaties btw-belast ondernemer is. Er kunnen ook nog vrijstellingen van toepassing zijn, zoals (maar niet uitputtend) de sportvrijstelling, onderwijsvrijstelling of WMO/zorgvrijstellingen.
Praktijkvoorbeeld gemeente
De gemeente verstrekt een financiële bijdrage aan een stichting voor het organiseren van culturele activiteiten in de gemeente. Wanneer de stichting zelf bepaalt welke activiteiten worden georganiseerd en de gemeente de bijdrage voornamelijk verstrekt ter bevordering van de algemene cultuurstimulering in de gemeente, zal veelal sprake zijn van een subsidie die buiten de heffing van btw blijft.
De situatie kan anders liggen wanneer de gemeente vooraf vastlegt welke evenementen moeten worden georganiseerd, hoeveel activiteiten minimaal moeten plaatsvinden en aan welke eisen deze moeten voldoen. Deze omstandigheden kunnen erop wijzen dat de stichting niet uitsluitend subsidie ontvangt voor haar activiteiten, maar zich tegenover de gemeente heeft verbonden tot een concrete/individualiseerbare prestatie. Of daadwerkelijk sprake is van een btw-belaste prestatie, moet verder worden beoordeeld aan de hand van alle feiten en afspraken en toetsing op eventuele vrijstellingen zoals een sociaal culturele vrijstelling.
Subsidies in- of exclusief btw verstrekken?
Voor gemeenten speelt daarnaast de cruciale vraag of een subsidie in- of exclusief btw moet worden verstrekt. Uiteraard hangt dit samen met welke afspraken partijen met elkaar wensen te maken. Veelal zie je de volgende varianten:
- Zijn de activiteiten van de subsidieontvanger btw-belast? Dan kan de subsidieontvanger de btw op door haar gemaakte kosten (de voorbelasting) aftrekken via de btw-aangifte. De subsidie wordt dan meestal exclusief btw verleend;
- Is de activiteit van de subsidieontvanger btw-vrijgesteld? Dan kan de subsidieontvanger de btw op door haar gemaakte kosten (de voorbelasting) niet aftrekken via de btw-aangifte. In dat geval wordt de subsidie vaak inclusief btw (als budgettaire post) verstrekt om te voorkomen dat de ontvanger een budgettair tekort heeft.
Het belang voor de praktijk
Voor gemeenten is de kwalificatie van een verstrekking van een bijdrage/subsidie op meerdere fronten van belang. Wanneer sprake is van een onbelaste subsidie, blijft btw-heffing in achterwege. Als echter wel sprake is van een met btw-belaste prestatie, dient de ontvanger een factuur vermeerderd met btw naar de gemeente te sturen. De gemeente zal dan ook moeten beoordelen hoe deze te betalen (inkoop) btw voor de gemeente kwalificeert. Kan zij de inkoop btw compenseren bij het btw-compensatiefonds omdat het ziet op overheidshandelen of is er nog een uitsluitingsgrond van toepassing.
Ook speelt het vraagstuk of een subsidie in- of exclusief btw wordt verstrekt. Kortom, voor gemeenten is het gezien het bovenstaande van belang om vooraf kritisch te beoordelen welke verplichtingen aan een bijdrage/subsidie worden verbonden en hoe deze worden vastgelegd. Zo kunnen onverwachte btw-gevolgen, tekorten op budgetten en discussies met de Belastingdienst achteraf zoveel mogelijk worden voorkomen.
Meer weten?
Wilt u meer weten of heeft u vragen of opmerkingen? Aarzel dan niet om contact op te nemen met onze specialisten. Zij helpen u graag! Neem contact op met onze btw-specialist Nikita Brameijer, Marian Roberti of uw vaste aanspreekpunt.