De Bedrijven Investeringszone; wat is dat precies?

3 juni 2026

Op initiatief van de lokale ondernemers kan de gemeente een Bedrijven Investeringszone [hierna: BI-zone] instellen. De BI-zone is vaak gevestigd in een winkelgebied of op een bedrijventerrein.

Gemeenten kunnen van de ondernemers in de BI-zone een BIZ-bijdrage heffen. De opbrengst van deze belasting wordt als een subsidie teruggegeven aan een vereniging/stichting die is opgericht in het belang van de BI-zone. De opbrengsten van de BIZ-bijdrage worden gebruikt voor de ontwikkeling en verbetering van het winkelgebied of bedrijventerrein. De wet- en regelgeving omtrent de BIZ is geregeld in de Wet op de bedrijveninvesteringszones en niet in de Gemeentewet.

Voordat de BIZ-bijdrage geheven kan worden, zijn er veel stappen die genomen moeten worden; zowel door de gemeente als door de ondernemers. De gemeente zal keuzes moeten maken over de belastingplichtigen, de grote van de BI-zone, het tarief en de looptijd. In onderstaand artikel bespreken we de verschillende onderdelen.

Wat is de BI-zone? [Bedrijven Investeringszone]

Zoals eerder benoemd kan de gemeente op verzoek van de lokale ondernemers een BI-zone instellen. Belangrijk om hierbij te benoemen is dat de gemeenteraad zelf mag kiezen of zij de BI-zone willen invoeren of niet. De gemeenteraad is niet verplicht om de zone in te voeren als de ondernemers daarom vragen. De looptijd van de BI-zone en de BIZ-bijdrage is maximaal 5 jaar.

De initiatiefnemende ondernemers dienen voor de oprichting van de BI-zone een plan in bij de gemeente. Hierin moet onder andere staan waarom zij een BI-zone willen oprichten, welke ondernemers mee willen doen en om welk winkelgebied/bedrijventerrein het gaat. Ook kunnen zij een voorstel doen over de hoogte van de af te dragen BIZ-bijdrage. 

Het is van groot belang dat de gemeente de voorstellen kritisch doorleest. De BI-zone dienen goed en logisch afgebakend te worden, zodat er later geen sprake kan zijn van oneerlijke of willekeurige belastingheffing. Voor de afbakening van de zone is het van belang dat de onroerende zaken op een bepaalde peildatum gebaat zijn bij de voorzieningen die tot stand worden gebracht met medewerking van de gemeente en de BIZ-bijdrage. Het is overig niet noodzakelijk dat iedere ondernemer individueel profijt heeft van de investeringen die worden gedaan van de afgedragen BIZ-bijdrage.

Hoe wordt de BIZ-bijdrage vastgesteld?

Op grond van artikel 1 Wet op de bedrijveninvesteringszone mogen gemeentes de BIZ-bijdrage heffen. Op de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage zijn de regels voor gemeentelijke belastingen van toepassing verklaard. Dit betekent dat de BIZ-bijdrage aangemerkt kan worden als een belasting.

De BIZ-bijdrage mag alleen geheven worden van gebruikers en/of eigenaren van niet-woningen die zich bevinden in de BI-zone. In beginsel wordt het tarief van de bijdrage vastgesteld op basis van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De wetgever heeft hiervoor gekozen, omdat de draagvlakmeting ook aansluit bij de WOZ-waarden van de bijdragenplichtigen. De gemeente heeft de vrijheid om van deze regel af te wijken en van iedere bijdrage plichtige hetzelfde tarief te heffen.

Hoe wordt de BIZ-bijdrage uitgekeerd?

De opbrengst van de BIZ-bijdrage moet in zijn geheel worden gebruikt voor de ontwikkeling van de veiligheid, kwaliteit, schoonheid etc. van de openbare ruimte in het winkelgebied of op het bedrijventerrein van de BI-zone. Hiervoor wordt een stichting of vereniging opricht, met als enig doel het bevorderen van de BI-zone.

De Wet op de Bedrijveninvesteringszone schrijft voor dat er tussen de gemeente en de organisatie een overeenkomst gesloten wordt, waarin wordt opgenomen aan welke voorwaarden de organisatie moet voldoen om de subsidie uitgekeerd te krijgen. Zo schrijft de wet een dwingende afdwingbepaling voor. Dit betekent dat de subsidieontvanger, in dit geval de organisatie, verplicht is om de activiteiten uit te voeren waarvoor de subsidie verstrekt wordt. Daarnaast moet de stichting of vereniging verantwoording afleggen over de besteding van het geld aan de ondernemers die een bijdrage leveren aan de BI-zone.

De draagvlakmeting

Voordat de gemeente een BIZ-verordening inwerking kan laten treden, moet er eerst een draagvlakmeting uitgevoerd worden onder de potentiële bijdrageplichtigen. Op grond van artikel 4 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones kan de BI-zone alleen in werking worden gesteld, als uit de draagvlakmeting is gebleken dat er voldoende draagvlak is onder de bijdrageplichtigen. 

De gemeente is verplicht om de draagvlakmeting schriftelijk uit te voeren onder alle bekende bijdrageplichtigen. Daarnaast moeten alle bijdrageplichtigen op de hoogte gesteld worden van de inhoud van de in te stellen verordening. De bijdrageplichtigen mogen ieder één stem voor of tegen de inwerkingtreding van de verordening uitbrengen.

Uit artikel 5 lid 1 Wet BIZ blijkt dat er sprake is van voldoende draagvlak als:

  • Minimaal de helft van de bijdrageplichtigen een stem heeft uitgebracht tijdens de draagvlakmeting, en;
  • Minimaal tweederde deel van die groep voor de inwerkingtreding van de verordening heeft gestemd, en; [indien van toepassing]
  • De som van de WOZ-waarden van de bijdragenplichtigen die voor de inwerkingtreding van de verordening hebben gestemd hoger is dan de som van de WOZ-waarden van de bijdragenplichtigen die tegen de inwerkingtreding van de verordening hebben gestemd.

Het laatste vereiste is niet van toepassing als in de verordening wordt vastgesteld dat iedere bijdrageplichtige een gelijke bijdrage moet betalen aan de BI-zone.

Let op: de verordening kan vastgesteld worden voordat de draagvlakmeting is uitgevoerd. Dit kan belangrijk zijn voor de planning van de inwerkingtreding. Wanneer een verordening door de raad per 1 januari is vastgesteld en gepubliceerd, kan – indien de draagvlakmeting pas daarna positief wordt afgerond – op grond van jurisprudentie alsnog terugwerkende kracht worden verleend. Het is dan natuurlijk wel belangrijk om na de publicatie van de uitkomst van de draagvlakmeting de aanslagen op te leggen.

Ten slotte

Wij wijzen erop dat bij de beoordeling van de verstrekking van de bijdrage aan de ondernemersvereniging ook goed naar de btw-positie gekeken moet worden van zowel de gemeente als de ondernemersvereniging. Worden er door de vereniging prestaties verricht aan de gemeente ja of nee? En wat betekent het voor de btw-positie van de vereniging als de bijdrage van de gemeente aan de vereniging onbelast is?

Conclusie

Bij het oprichten van een BI-zone komt veel kijken. De gemeenteraad is betrokken bij veel keuzemomenten en heeft invloed op de belastingplichtigen, de grootte van de BI-zone en de hoogte van de BIZ-bijdrage.

Indien en voorzover uw gemeente een BIZ overweegt, stelt u dan een projectgroep samen van ondernemers en medewerkers van de gemeente om de mijlpalen gezamenlijk te bepalen en teleurstellingen te voorkomen.

Meer weten?

Of heeft u vragen over de Bedrijven Investering Zone, dan kunt u contact opnemen met een van onze WOZ en lokale belastingen specialist Olga Menger.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen