In een onlangs gepubliceerde uitspraak bepaalt de Rechtbank Den Haag dat het exploiteren van squash- en padelcentra mogelijkerwijs kan leiden tot btw-vrijgestelde verhuur. In het onderhavige geval verkrijgt de sporter met de huur van de baan het exclusieve gebruiksrecht voor het gebruiken van de betreffende baan. Dit exclusieve recht leidt ertoe dat er sprake is van vrijgestelde verhuur voor de btw, aldus de Rechtbank Den Haag.
Feiten en omstandigheden
De Eiseres exploiteert diverse squash- en padelcentra. Tegen een bepaald tarief kan de sporter voor een bepaalde tijdsduur de squash- of padelbaan (hierna: banen) huren. Naast de verhuur van de banen kan de sporter ook gebruik maken van de horecagelegenheid.
Eiseres heeft sinds het begin van de exploitatie van de banen geen omzetbelasting afgedragen over de baanverhuur. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat er sprake is van vrijgesteld verhuur.
De Belastingdienst stelt zich daarentegen op het standpunt dat bij de verhuur van de squash- en padelbanen sprake is van het gelegenheid geven tot sportbeoefening. Eiseres verricht volgens de Belastingdienst aanvullende diensten ten behoeve van de sportbeoefening, bestaande uit het ter beschikking stellen van kleed- en doucheruimten, sanitair en horecagelegenheid. Dit leidt er volgens de Belastingdienst toe dat er geen sprake meer is van het louter verhuren van een onroerende zaak. De verhuur van de banen dient daarom te worden belast tegen het verlaagde btw-tarief van 9%, als bedoeld in Tabel I, post b3, van de Wet op de omzetbelasting.
Het oordeel van de Rechtbank
De Rechtbank begint zijn uitspraak met het definiëren van de btw-vrijstelling voor de verhuur van onroerend goed. Uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie volgt volgens de Rechtbank onder meer dat het wezenlijke kenmerk van het begrip ‘verhuur van onroerende goederen’ erin bestaat dat aan een huurder voor een overeengekomen tijdsduur tegen vergoeding het recht wordt verleend om een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en om ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten. De objectieve aard van de betreffende handeling is beslissend, aldus de Rechtbank. Deze vrijstelling moet echter beperkt worden uitgelegd.
Bij de verkoop van grond dient zorgvuldig te worden beoordeeld of er sprake is van btw-ondernemerschap. Voorbereidende, actieve handelingen kunnen ertoe leiden dat btw-ondernemerschap ontstaat bij de verkoop. Het omgekeerde geldt eveneens: indien de grond niet btw-belast is gebruikt en zonder bewerkingen wordt verkocht, kan juist géén sprake zijn van btw-ondernemerschap. Uiteindelijk zijn steeds de specifieke feiten en omstandigheden van het geval doorslaggevend.
Vervolgens verwijst de Rechtbank naar het arrest van het Hof van Justitie van 18 januari 2014. In deze zaak heeft het Hof geoordeeld dat diensten die verband houden met sportbeoefening en lichamelijke opvoeding zoveel mogelijk als één geheel moeten worden beschouwd. Indien de verhuurder naar de verhuur van een terrein ook andere commerciële activiteiten verricht, zoals toezicht, beheer en voortdurend onderhoud, kan niet worden gesproken van loutere verhuur van onroerend goed.
Hierna gaat de Rechtbank Den Haag over tot de beoordeling van de motivering van de Eiseres. Allereerst betoogt de Eiseres dat de sporter via een online reserveringssysteem het exclusieve gebruiksrecht van de baan verkrijgt voor een bepaalde tijdsduur. De banen zijn geopend van negen uur ’s ochtends tot één uur ’s nachts. Dit zijn ook de openingstijden van de horeca. Het horecapersoneel doet echter niets anders dan het openen en sluiten van de baan, zo stelt de Eiseres. Het horecapersoneel houdt geen toezicht en alleen in uitzonderlijke gevallen kan een sporter zich melden bij de bar. Daarnaast is het onderhoud minimaal. De sporter kan bovendien geen rackets, ballen, o.i.d. huren. Dit alles leidt er volgens de Eiseres toe dat er sprake is van btw-vrijgestelde verhuur van de banen.
De Rechtbank gaat mee in het betoog van de Eiseres dat er sprake is van vrijgesteld verhuur van onroerend goed aan particuliere sporters. Het feit dat de sporter door het maken van een reservering in het online reserveringssysteem een exclusief gebruiksrecht verkrijgt om op een bepaalde datum en gedurende een bepaalde tijd gebruik te maken van een bepaalde squash- of padelbaan, acht de Rechtbank doorslaggevend. Het verweer van de Belastingdienst dat er een complex van diensten wordt afgenomen door de sporter en er een vorm van toezicht is, schuift de Rechtbank terzijde. Ook het feit dat er toiletten en kleed- en doucheruimten aanwezig zijn, leidt er volgens de Rechtbank niet toe dat er sprake is van meer dan de passieve verhuur van een baan aan de sporter.
De Rechtbank Den Haag verklaart het beroep van de Eiseres dan ook gegrond. De verhuur van de banen is volgens de Rechtbank vrijgesteld van btw.
Het belang voor de praktijk
Dat de Rechtbank hier oordeelt dat er sprake is van vrijgestelde verhuur is te begrijpen. Na deze zaak blijft er echter vooral veel onduidelijk. Wanneer is er bijvoorbeeld wél sprake van toegang verlenen tot het geven van sportbeoefening? Is hiervan reeds sprake als de verhuurder van de baan ook rackets en ballen verhuurt of zijn er meer activiteiten nodig, zoals actief toezicht?
Daarnaast rest de vraag welke bepaling voorrang heeft? Het lage tarief voor het toegang verlenen tot sportbeoefening of de vrijstelling voor verhuur van onroerend goed?
Wellicht biedt het Hof in een eventueel Hoger Beroep meer duidelijkheid.
Meer weten?
Heeft u vragen of opmerkingen? Neem contact op met onze btw-specialist Nikita Brameijer, Marian Roberti of uw vaste aanspreekpunt. Wij helpen u graag!