Per 1 januari 2026 zijn zowel de fiscale regels als de bepalingen in de Cao Gemeenten ten aanzien van de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) gewijzigd. In deze nieuwsbrief gaan wij in op de belangrijkste wijzigingen: structurele invoering van de RVU-drempelvrijstelling en de verhoging van de pseudo-eindheffing in de fiscale wetgeving enerzijds en de beperking van de werknemerskring die gebruik kunnen maken van de RVU-regeling in de Cao Gemeenten anderzijds.
Wat is de RVU vanuit fiscaal perspectief?
De definitie van een RVU is opgenomen in artikel 32ba, lid 6, Wet op de loonbelasting. Onder RVU wordt verstaan ‘een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan pensioen of AOW te voorzien in één of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de AOW dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling.’
Oftewel: een regeling, of een onderdeel daarvan, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft te voorzien in één of meerdere uitkering(en) of verstrekking(en) ter overbrugging van de periode tot het pensioen of AOW is ingegaan.
Indien sprake is van een RVU-uitkering, dient de werkgever een (extra) pseudo-eindheffing betalen over de door hem gedane en op hem drukkende uitkering alsmede over de door hem voldane en op hem drukkende bijdrage of premie aan een fonds of een verzekeraar (art. 32ba lid 1 Wet LB 1964). Naast een uitkering in geld, kan het ook (extra) toegekend verlof, vrijstelling van werk etc. zijn. Deze lasten komen voor rekening van de werkgever en kunnen niet verhaald worden op de werknemer.
Gewijzigd tarief RVU pseudo-eindheffing per 2026
De pseudo-eindheffing is per 1 januari 2026 verhoogd van 52% naar 57,7%. Een voorbeeld: dit betekent concreet dat een ontslagvergoeding van € 100.000 de werkgever uiteindelijk € 157.700 kost terwijl de werknemer netto slechts € 50.500 ontvangt.
De RVU drempelvrijstelling per 2026
In het pensioenakkoord van 2019 is tussen het kabinet en de sociale partners afgesproken dat een RVU tot een bepaald bedrag tijdelijk niet belast wordt met de pseudo-eindheffing. Hierdoor werd het voor werkgevers onder voorwaarden mogelijk om een bedrag van omgerekend de bruto AOW-uitkering voor alleenstaanden (het drempelbedrag) uit te keren, zonder dat hierover eindheffing is verschuldigd. Hiervoor is in de Wet op de loonbelasting een zogenoemde drempelvrijstelling opgenomen.
Per 1 januari 2026 is de RVU-drempelvrijstelling in de Wet op de loonbelasting voortgezet in een generieke, structurele regeling.
Om van de RVU-drempelvrijstelling gebruik te maken, moet er fiscaal gezien worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De drempelvrijstelling is van toepassing vanaf het moment dat de medewerker niet meer dan 36 maanden verwijderd is van de pensioengerechtigde leeftijd.
- De RVU-uitkering is onbelast tot een maandelijkse uitkering van € 2.657 bruto per maand (het drempelbedrag voor 2026).
RVU in de Cao Gemeenten en SGO per 2026
Per 1 januari 2026 is de RVU-regeling in de Cao Gemeenten aangepast. Deze aanpassingen komen voort uit het Gezond naar pensioen onderhandelaarsakkoord van 18 oktober 2024, waarin de sociale partners en het kabinet afspraken hebben gemaakt over een gerichtere inzet van de RVU-regeling.
Voor de volledigheid, het gaat hier niet om de fiscale (RVU) regels zoals hierboven benoemd, maar om een regeling uitgewerkt in de Cao waarin werknemers onder voorwaarden de mogelijkheid wordt geboden om eerder te stoppen met werken. De voorwaarden in de Cao komen niet één op één overeen met de fiscale voorwaarden.
De nieuwe RVU-regeling in de Cao gemeenten en SGO is per 1 januari 2026 strikter vormgegeven en is nu bedoeld voor werknemers met een aantoonbaar zwaar beroep voor wie doorwerken tot de AOW‑leeftijd redelijkerwijs niet haalbaar is zonder gezondheidsschade.
Op grond van artikel 2.11b van de Cao Gemeenten komt een werknemer in aanmerking voor de RVU-regeling als onder meer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- functie in schaal A of schaal 1 t/m 9;
- start RVU maximaal 2 jaar vóór AOW‑leeftijd;
- minimaal 20 dienstjaren bij een ABP‑werkgever, waarvan 10 jaar in de sector gemeenten;
- in de laatste 10 jaar minimaal 7 jaar een zwaar beroep uitgeoefend;
- het beroep voldoet aan de vastgestelde LOGA‑criteria (opgenomen in artikel 2.11b cao).
De gerichte RVU-regeling was niet direct per 1 januari 2026 operationeel. Om invulling te geven aan de voorwaarden voor een zwaar beroep was een speciale werkgroep ingesteld. Nu deze werkgroep haar taak heeft afgerond, kan met ingang van 1 april jl. van de RVU-regeling gebruik worden gemaakt door medewerkers die aan de voorwaarden voldoen.
Inwerkingtreding RVU zware beroepen in de Cao per 1 april 2026
Op 25 maart 20226 heeft LOGA (Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden) in de brief Inwerkingtreding RVU-regeling zware beroepen bekend gemaakt dat de gerichte RVU-regeling voor zware beroepen per 1 april 2026 in werking treedt.
In deze brief zijn ook vijf aspecten genoemd die van belang zijn bij de toetsing van de functiesop structurele belasting:
- werktijden,
- fysieke belasting,
- psychosociale belasting,
- cognitieve belasting,
- omgevingsbelasting.
De eerste set referentiefuncties die op dit moment al als zwaar beroep is aangemerkt, omvat o.a.:
- Chauffeur-belader afvalinzameling
- Medewerker groenvoorziening
- Grafdelver
- Sociaal rechercheur
- Handhaver openbare ruimte (BOA domein I)
- Technisch medewerker riool en gemalen
- Jeugdregisseur
- Verkeersoperator
- Zweminstructeur
- Medewerker milieustraat
- Medewerker gemeentereiniging
- Schoonmaakmedewerker
- Stratenmaker
Deze lijst is niet statisch en kan worden uitgebreid of aangepast.
Vanaf 1 april a.s. kunnen de werknemers zodoende een aanvraag indienen voor deelname aan de RVU-regeling. De aanvraag moet minimaal drie maanden vóór de gewenste ingangsdatum ingediend zijn bij de werkgever.
Voldoet de werknemer aan de voorwaarden en komt de lokale functie inhoudelijk geheel of vrijwel geheel met een referentiefunctie overeen (doel/kern en belangrijkste werkzaamheden), dan wordt de functie aangemerkt als zwaar beroep en is er direct toegang tot de RVU-regeling.
Voldoet de werknemer aan de voorwaarden, maar komt de lokale functie niet overeen met een referentiefunctie (doel/kern en belangrijkste werkzaamheden), dan kan de lokale functie worden aangemeld bij het LOGA voor een toets op het zijn van een zwaar beroep.
Meer weten?
Wij zien in de praktijk veelvuldig dat er verwarring bestaat over de verschillen tussen de fiscale wet- en regelgeving en de RVU-regeling zoals vastgelegd in de Cao gemeenten en SGO. Wij kunnen u uiteraard behulpzaam zijn bij vragen hierover en afwegingen omtrent mogelijke individuele casuïstiek. Ook geven wij veelvuldig voorlichtingen en trainingen over dit thema.
Meer hierover weten? Aarzel dan niet en neem contact op met specialist Loonheffingen Remco Bosma of uw vaste aanspreekpunt.