Jurisprudentie voor de maand juli-september

9 september 2026

In dit artikel doen wij u een overzicht toekomen van door ons geselecteerde, interessante jurisprudentie of regelgeving. 

Relevante jurisprudentie lokale belastingen

Formeel belastingrecht

  • Beroep toch ontvankelijk door ontbrekend verzendbewijs uitspraak op bezwaar | Lees meer >>
  • Termijnoverschrijding bij verzoek ambtshalve vermindering niet verschoonbaar | Lees meer >>
  • Verschoonbare termijnoverschrijding bij ernstige persoonlijke omstandigheden | Lees meer>>
  • Enkel principieel belang bij paspoortleges onvoldoende voor procesbelang | Lees meer >>
  • Inlichting Belastingtelefoon onvoldoende voor beroep op vertrouwensbeginsel | Lees meer >>
  • Twijfel aan uitleg begrotingsposten onvoldoende onderbouwd | Lees meer >>
  • Geen bezwaar en beroep mogelijk tegen beslissing tot vergoeding wettelijke rente | Lees meer >>
  • Tikfout in e-mailadres maakt termijnoverschrijding niet verschoonbaar | Lees meer >>
  • Beroepschrift ruim vijftien maanden te laat zonder verschoonbare omstandigheden | Lees meer>>
  • Coronaklok levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op | Lees meer >>
  • Aanmaningskosten onterecht bij onduidelijkheid over verzending notificatiebericht | Lees meer >>
  • Maximumbedrag kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting stijgt naar €84,30 in 2027

    | Lees meer >>

  • Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij toezending uitspraak naar opgegeven woonadres | Lees meer >>
  • Te late indiening beroep ondanks hartoperatie niet verschoonbaar | Lees meer >>
  • Beroepstermijn vangt aan bij kennisname uitspraak na gebrekkige bekendmaking | Lees meer >>

WOZ

  • Uitleg Hoge Raad over gegevensverstrekking bij WOZ-waardevastellingen niet-woningen | Lees meer >>
  • WOZ-waarde vliegtuighangar blijft in stand ondanks verschillen met referenties | Lees meer >>
  • Grondstaffel onderbouwt WOZ-waarde ondanks ten onrechte toegepaste liggingscorrectie | Lees meer >>
  • Art. 30a Wet WOZ niet in strijd met hogere regelgeving | Lees meer >>
  • Hof mocht beroep op schending art. 40 lid 2 Wet WOZ niet in het midden laten | Lees meer >>
  • Zonne-energie installatie op gehuurd dak is afzonderlijk WOZ-object | Lees meer >>
  • WOZ-waarde niet te hoog gezien waardecorrectie van €150.000 voor woning zonder eigen stroomaansluiting | Lees meer >>
  • Individuele bewoners woonzorgcomplex zijn gebruikers waardoor geen samenstel ontstaat | Lees meer >>
  • Cultuurgrondvrijstelling van toepassing op bedrijfsmatig geëxploiteerde akker | Lees meer >>
  • WOZ-waarde schattenderwijs verminderd wegens onvoldoende onderbouwing beide partijen| Lees meer >>
  • Schending motiveringsbeginsel bij WOZ-waarde door ontbreken huisbezoek taxateur | Lees meer >>
  • Geïndexeerd eigen verkoopcijfer prevaleert boven vergelijkingsmethode bij WOZ-waardering | Lees meer >>

OZB

  • Hekken rond pand beletten duurzaam gebruik pand op peildatum OZB 2023 | Lees meer >>

Parkeerbelasting

  • Kosten parkeerinformatiesysteem geen ‘last ter zake’, naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft wel in stand | Lees meer >>
  • Betaling parkeerbelasting met onjuist kenteken sluit naheffing uit | Lees meer >>
  • Geringe verwijtbaarheid leidt niet tot lagere naheffingsaanslag parkeerbelasting | Lees meer >>
  • Verlaten voertuig voor starten parkeerapplicatie valt buiten pardontijd | Lees meer >>
  • Verwerkingstijd betaling parkeervergunning komt voor risico vergunnighouder | Lees meer >>
  • Geen aanmaningskosten bij onzekere verzending notificatiebericht via Mijn overheid | Lees meer >>

Toeristenbelasting

  • Niet heffen toeristenbelasting bij arbeidsmigranten vormt begunstigend beleid | Lees meer >>
  • Forensenbelasting op voormalig ouderlijk huis niet in strijd met EVRM | Lees meer >>
  • Toeristenbelasting bij alleen betaalde overnachtingen niet discriminerend | Lees meer >>

Leges

  • Vernietiging legesheffing voor organisatie bijzondere vaartocht door strijd met evenredigheidsbeginsel | Lees meer >>
  • Geen extra bouwleges naast anterieure overeenkomst | Lees meer >>
  • Legesaanslag tweede fase vernietigd vanwege onbestemd perceel | Lees meer >>
  • E-mail kwalificeert als aanvraag bestemmingsplanwijziging zodat leges terecht zijn geheven | Lees meer >>

Afvalstoffen- en rioolheffing

    • A-G: ondanks gebruik riool geen rioolheffing voor leegstaand kantoorpand | Lees meer >>

Bedrijveninvesteringszone

  • Verlaagd BIZ-tarief van toepassing bij onduidelijke tariefstelling in verordening | Lees meer >>

Formeel belastingrecht

Beroep toch ontvankelijk door ontbrekend verzendbewijs uitspraak op bezwaar

Belanghebbende is er volgens het Hof in geslaagd om voldoende gemotiveerd te betwisten dat de uitspraak op bezwaar uiterlijk op de dag van dagtekening is verzonden. Hierbij acht het hof van belang dat belanghebbende een dag voor het einde van de beroepstermijn aangeeft de uitspraak een week later te hebben ontvangen.

De inspecteur kan geen verzendadministratie of ander bewijs van verzending overleggen en voldoet hiermee niet aan zijn bewijslast. Een screenshot is niet voldoende om aan te tonen dat een daadwerkelijke verzending heeft plaatsgevonden. Het Hof verklaart het beroep daarom alsnog ontvankelijk, al leidt dit inhoudelijk niet tot afwijkingen, omdat de aanslagen volgens het hof naar de juiste bedragen zijn opgelegd.

Termijnoverschrijding bij verzoek ambtshalve vermindering niet verschoonbaar

Op 27 december is het verzoek om ambtshalve vermindering terecht afgewezen vanwege termijnoverschrijding. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verzoek op 20 december 2023 bij de Belastingdienst bezorgd is. De rechtbank laat hierin meewegen dat belanghebbende het verzoek niet aangetekend, en slechts een paar dagen voor het einde van de termijn heeft verzonden. Hierdoor komt het niet kunnen overleggen van gegevens voor de rekening en risico van de belanghebbende. Daarnaast merkt de rechtbank nog op dat de verzendtheorie niet van toepassing is op een verzoek om ambtshalve vermindering. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar.

Verschoonbare termijnoverschrijding bij ernstige persoonlijke omstandigheden

Belanghebbende heeft in 2023 bezwaar gemaakt tegen de aan hem opgelegde aanslagen, maar deze bezwaren worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Hof Den Haag oordeelt dat de door belanghebbende geschetste persoonlijke omstandigheden maken dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Hierbij acht het Hof niet van belang dat de nieuwe termijn van zes weken ook is overschreden. Belanghebbende heeft zo spoedig mogelijk gehandeld, als redelijkerwijs van hem verwacht kon worden. De omstandigheden die het Hof laat meewegen zijn de mantelzorg voor ouders, het overlijden van de ouders, een depressie en een burn-out. De zaak wordt door het Hof teruggewezen voor inhoudelijke behandeling.

Enkel principieel belang bij paspoortleges onvoldoende voor procesbelang

 Belanghebbende maakt bezwaar tegen de leges voor de aanvraag van een paspoort. Belanghebbende stelt dat de kassabon niet voldoet aan de wettelijke eisen voor een belastingaanslag. Ook wordt de heffingsambtenaar in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.

 

 

Rechtbank Midden-Nederland is van mening dat belanghebbende geen procesbelang heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Het enkele principiële belang van belanghebbende is onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Het beroep tegen het dwangsom besluit is wel gegrond, aangezien de heffingsambtenaar niet tijdig heeft beslist.

Inlichting Belastingtelefoon onvoldoende voor beroep op vertrouwensbeginsel

Belanghebbende heeft de Belastingtelefoon gebeld over het invullen van haar aangifte IB/PVV. Belanghebbende maakt uiteindelijk bezwaar tegen de opgelegde aanslag, omdat zij stelt de adviezen van de medewerker van de Belastingtelefoon opgevolgd te hebben. In geschil is of belanghebbende beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel.

 

Ook al heeft belanghebbende aannemelijk gemaakt dat zij telefonisch advies heeft ingewonnen bij de belastingdienst, Rechtbank Gelderland is alsnog van mening dat zij dan geen recht heeft op een dubbele aftrek. De inspecteur is namelijk niet gebonden aan de inlichtingen en adviezen van de belastingtelefoon. Daarnaast is de verstrekte informatie zo duidelijk in strijd met de wet dat belanghebbende, die zelf jurist is, had moeten beseffen dat de verstrekte informatie onjuist was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

Twijfel aan uitleg begrotingsposten onvoldoende onderbouwd

Belanghebbende komt in bezwaar en beroep tegen de aanslagen watersysteemheffing, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Hij trekt de kostendekkendheid van deze heffingen in twijfel.

 

Zowel de Rechtbank als het Hof verklaren het beroep ongegrond. Volgens het Hof ‘s-Hertogenbosch heeft de heffingsambtenaar met verwijzingen naar de begrotingen van het waterschap en de gemeente en de gespecificeerde weergave van de kosten en opbrengsten van beide heffingen voldoende inzicht verschaft in de door belanghebbende betwiste kosten. Hij is er in geslaagd aannemelijk te maken dat de door belanghebbende gestelde doorberekende posten terecht zijn aangemerkt als last ter zake.

 

Het Hof acht de enkele stelling van belanghebbende dat er onvoldoende samenstelling is in de kostenposten en dat er inzicht ontbreekt onvoldoende om te twijfelen aan de door de heffingsambtenaar gegeven toelichting ten aanzien van deze posten.

 

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond.

Geen bezwaar en beroep mogelijk tegen beslissing tot vergoeding wettelijke rente

Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van rente in verband met vertraagde uitbetaling van een dwangsom, waarna de invorderingsambtenaar vergoedt bij beschikking €30 aan invorderingsrente. Vervolgens verzoekt belanghebbende om een vergoeding van de wettelijke rente. De invorderingsambtenaar stelt de te vergoeden wettelijke rente vast op €98 in een brief aangeduid als ‘uitspraak op bezwaar’, inclusief rechtsmiddelverwijzing.

 

Belanghebbende gaat in beroep, maar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De invorderingsambtenaar had de wettelijke rente niet bij een uitspraak op bezwaar vast mogen stellen, omdat er geen bezwaar en beroep openstaat tegen de beslissing om wettelijke rente te vergoeden.

Tikfout in e-mailadres maakt termijnoverschrijding niet verschoonbaar

Er is door de gemachtigde van belanghebbende hoger beroep ingediend tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het beroep ontbreekt gronden en een machtiging. Het hof heeft de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, maar ontvangt pas na verloop van de termijn de gronden en de machtiging.

 

De gemachtigde stelt dat het de herstelverzuimbrief niet heeft ontvangen, doordat hij bij het indienen van het beroep een tikfout in zijn eigen e-mailadres heeft gemaakt. Het hof heeft geoordeeld dat het hoger beroep niet ontvankelijk is, omdat gemachtigde zelf een onjuist e-mailadres heeft ingevuld. Dit komt voor eigen rekening en risico van de gemachtigde en belanghebbende. De omstandigheden leveren geen verschoonbare termijnoverschrijding op.

Beroepschrift ruim vijftien maanden te laat zonder verschoonbare omstandigheden

De heffingsambtenaar heeft voor het parkeren op 12 oktober 2023 een naheffingsaanslag opgelegd. Het bezwaar van 1 november 2023 wordt ongegrond verklaart. Belanghebbende heeft pas op 25 maart 2025 een beroepschrift bij de rechtbank ingediend. Belanghebbende verklaart dat hij twee advocatenkantoren benadert die hem niet kunnen bijstaan. Daarbij heeft hij ontdekt dat hij niet zelfstandig kan procederen. In geschil is of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

 

Het Hof Den haag heeft geoordeeld dat het beroepschrift te laat is ingediend en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Coronaklok levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op

De corona-avondklok levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op, zo oordeelt Gelderland. Belanghebbende maakt bezwaar tegen de MRB op aangifte. Dit bezwaarschrift wordt ruim na afloop van de termijn ontvangen door de inspecteur. Belanghebbende stelt dat het bezwaarschrift onterecht ongegrond verklaard is. Hier gaat de rechtbank niet in mee. Belanghebbende had prima de mogelijkheid om haar brief overdag op de post te doen, aangezien de kok alleen tijdens de nachtelijke uren gold. Daarnaast heeft de inspecteur het bezwaarschrift ver na de einddatum van de avondklok ontvangen. De bezwaren zijn daarom terecht ongegrond verklaart.

Aanmaningskosten onterecht bij onduidelijkheid over verzending notificatiebericht

Omdat belanghebbende de naheffingsaanslag parkeerbelasting niet heeft betaald, ontvangt hij een aanmaning van de invorderingsambtenaar. Er worden hierbij 9 euro aanmaningskosten in rekening gebracht. Belanghebbende stelt dat hij met betrekking tot de naheffingsaanslag geen notificatie heeft ontvangen. Belanghebbende is het niet eens met de in rekening gebrachte aanmaningskosten.

 

Het Hof oordeelt dat er ten onrechte aanmaningskosten aan belanghebbende in rekening zijn gebracht. De invorderingsambtenaar kan na onderzoek niet aantonen naar welk e-mailadres de notificatie over de naheffingsaanslag is gestuurd. Er kan hierdoor niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de notificatie ook daadwerkelijk naar belanghebbende is verzonden. De beschikking aanmaningskosten wordt door het hof vernietigt.

Maximumbedrag kosten naheffingsaanslag parkeerbelasting stijgt naar €84,30 in 2027

Het maximumbedrag dat gemeenten in rekening mogen brengen voor de kosten van een naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt per 1 januari 2027 verhoogd van €82,00 naar €84,30. De verhoging vloeit voort uit de jaarlijkse indexering op basis van de consumentenprijsindex. De verhoging betekent niet dat gemeenten dit bedrag automatisch ook werkelijk in rekening kunnen brengen. Dit mag uitsluitend als dit ook de werkelijke kosten van het opleggen en innen van een naslagheffing zijn.

Geen verschoonbare termijnoverschrijding bij toezending uitspraak naar opgegeven woonadres

Belanghebbende heeft in de beroepsprocedure verzocht om alle correspondentie naar haar woonadres te sturen. Het beroep wordt door de rechtbank ongegrond verklaard, waarna de uitspraak aangetekend naar het woonadres van belanghebbende gestuurd wordt. De hoger beroepstermijn eindigt op 8 november, maar het hoger beroepschrift wordt pas op 28 november door de rechtbank ontvangen.

 

De gemachtigde van belanghebbende stelt pas op 20 november kennis genomen te hebben van het beroepschrift en stelt dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Volgens de gemachtigde heeft de rechtbank de uitspraak naar de gemeente gestuurd in plaats van het woonadres van gemachtigde. Het Hof oordeelt het hoger beroep niet ontvankelijk, omdat de rechtbank de uitspraak conform het verzoek van belanghebbende naar haar woonplaats heeft gestuurd en de gemachtigde de juiste adressering onvoldoende gemotiveerd betwist heeft.

Te late indiening beroep ondanks hartoperatie niet verschoonbaar

Belanghebbende verricht werkzaamheden als gastouder en voert in haar IB-aangiften aftrekbare kosten op. Hier worden door de inspecteur vragen over gesteld, waarna een deel van de kosten niet in aanmerking wordt genomen. Belanghebbende schakelt een gemachtige in om bezwaar te maken en ontvangt uitspraak op 25 april 2024. Belanghebbende gaat vervolgens pas in november in beroep, maar stelt dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, in verband met een hartoperatie in maart 2024.

 

Hier gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank oordeelt de beroepen van belanghebbende dan ook niet ontvankelijk. Het is niet duidelijk waarom belanghebbende geen beroep heeft kunnen indienen op de uitspraak op bezwaar, aangezien zij wel op andere brieven heeft gereageerd.  

Beroepstermijn vangt aan bij kennisname uitspraak na gebrekkige bekendmaking

Belanghebbende dient 6 weken na de dagtekening die staat vermeld op de uitspraak op bezwaar een beroep in. De vraag is of het beroep van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege de termijnoverschrijding van de beroepstermijn.

 

Het Hof stelt dat de heffingsambtenaar er niet in slaagt aannemelijk te maken dat de uitspraak op bezwaar op of rond de dagtekening van zijn brief is verzonden. De uitspraak is niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, en hierdoor vangt de beroepstermijn aan op de dag dat belanghebbende per e-mail feitelijk kennisneemt van de uitspraak op bezwaar. Het beroep had door de rechtbank ontvankelijk verklaard moeten worden.

WOZ

Uitleg Hoge Raad over gegevensverstrekking bij WOZ-waardevastellingen niet-woningen

De Hoge Raad oordeelt dat bij een WOZ-waardevaststelling volgens de huurwaardekapitalisatiemethode de gemeente desgevraagd wel de huurwaarde en de kapitalisatiefactor inclusief de daaraan ten grondslag liggende prijzen moet verstrekken, maar niet de bronnen waaraan deze zijn ontleend.

 

De Hoge Raad verwijst hierbij naar HR 27 februari 2026 [ECLI:NL:HR:2026:297] en oordeelt dat de uitgangspunten voor de gegevensverstrekking uit dat arrest ook gelden voor de waarde vaststelling van niet woningen.

WOZ-waarde vliegtuighangar blijft in stand ondanks verschillen met referenties

Belanghebbende is eigenaar van een vliegtuighangar. Voor 2023 en 2024 wordt de WOZ-waarde vastgesteld, waar belanghebbende bezwaar tegen maakt. Volgens belanghebbende zijn de gebruikte referenties ongeschikt, vanwege verschil in oppervlakte, ligging en bereikbaarheid. Ook is er onvoldoende rekening gehouden met de scheurvorming aan de hangar. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarden met de verkoopcijfers en taxatiematrixen van vier hangars op hetzelfde terrein.

 

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de gebruikte referenties wel geschikt zijn. Hoekhangars zijn een bruikbare referentie, aangezien geluidsoverlast en privacy geen rol spelen. Dit is anders bij woningen. Met de scheurvorming behoefde de heffingsambtenaar geen rekening te houden, aangezien belanghebbende zelf heeft aangegeven dat niets wijst op constructieve problemen.

Grondstaffel onderbouwt WOZ-waarde ondanks ten onrechte toegepaste liggingscorrectie

Belanghebbende is eigenaar van een 2 onder 1 kap woning in een wijk met voornamelijk villa’s. Vanwege deze ligging heeft de heffingsambtenaar een opwaartse correctie toegepast van 15% op de WOZ-waarde, hiertegen gaat belanghebbende in bezwaar.

 

Volgens het Hof Den Haag is de opwaartse liggingscorrectie onterecht toegepast door de heffingsambtenaar, omdat de bovengemiddelde ligging reeds in de grondstaffel van de wijk is verdisconteerd. Echter, de grondwaarde op basis van de grondstaffel zonder deze correctie leidt nog steeds tot een waarde boven de beschikte waarde. Het Hof vernietigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en bevestigt de uitspraak op bezwaar.

Art. 30a Wet WOZ niet in strijd met hogere regelgeving

Belanghebbende stelt dat artikel 30a Wet WOZ buiten toepassing moet worden gelaten, omdat dit artikel onzorgvuldig tot stand zou zijn gekomen. Het Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat artikel 30a Wet WOZ niet in strijd is met hogere regelgeving. Hierbij wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025

Hof mocht beroep op schending art. 40 lid 2 Wet WOZ niet in het midden laten

Belanghebbende maakt bezwaar tegen een WOZ-beschikking en verzoekt daarbij op grond van artikel 40 lid 2 Wet WOZ om verstrekking van gegevens die aan de vastgestelde WOZ-waarde ten grondslag liggen. In hoger beroep is enkel nog in geschil of artikel 40 lid 2 Wet WOZ geschonden is, maar dit laat het Hof in het midden. Volgens het Hof zou belanghebbende niet benadeeld zijn in het geval van een schending, omdat hij ook zonder die schending beroep zou hebben ingesteld.

 

De Hoge Raad oordeelt dat dit niet in het midden gelaten mocht worden, aangezien een succesvol beroep op artikel 40 lid 2 Wet WOZ kan leiden tot een toekenning van een proceskostenvergoeding. Echter, dit leidt niet tot cassatie [artikel 81 Wet RO]

Zonne-energie installatie op gehuurd dak is afzonderlijk WOZ-object

Belanghebbende is eigenaar van een zonne0energieinstallatie. Deze installatie ligt op het dak van een distributiecentrum en wordt door stoeptegels op zijn plaats gehouden. De WOZ-waarde van de zonne-energie installatie wordt door de heffingsambtenaar vastgesteld op €847.000. Volgens belanghebbende is de installatie geen afzonderlijk WOZ-object en hij maakt daarom bezwaar.

 

Volgens het Hof is de zonne-energieinstallatie een gebouwd eigendom, omdat het een werk is in de zin van art. 3:3 BW. De installatie is naar aard en inrichting namelijk bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Hierbij is van belang dat het een technische complexe samenstelling is die een onderstel en kabels betreft. Ook is de installatie verzwaard met stoeptegels. Het feit dat de installatie los op het dak ligt en eenvoudig verplaatsbaar is, is niet van belang.

WOZ-waarde niet te hoog gezien waardecorrectie van €150.000 voor woning zonder eigen stroomaansluiting

Belanghebbende is het niet eens met de WOZ-waarde van zijn woning. Als grond voert hij daartoe aan dat zijn woning sinds twee jaren volledig is afgesloten van water. Ook stelt hij dat hij geen toegang heeft tot de aansluiting, aangezien die zich bevindt in de aan zijn woning grenzende houtzagerij.

 

De rechtbank heeft geoordeeld dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Er is voldoende rekening gehouden met de door belanghebbende aangevoerde gronden, via een waardecorrectie van €150.000.

Individuele bewoners woonzorgcomplex zijn gebruikers waardoor geen samenstel ontstaat

Belanghebbende huurt een woonzorgcomplex uit een hoofdgebouw en 24 appartementen voor de huisvesting van dak- en thuislozen. Alle appartementen beschikken over eigen sanitair en keuken. De gemiddelde woonduur bedraagt zeven jaar. De heffingsambtenaar heeft het complex afgebakend als 25 zelfstandige WOZ-objecten. Belanghebbende is het hier niet mee eens en stelt dat er sprake is van een samenstel.

 

Het Hof is van mening dat alle individuele bewoners gebruikers zijn van de appartementen en niet belanghebbende zelf. Aangezien belanghebbende niet zelf de gebruiker van de appartementen is, kan er geen sprake zijn van samenstel. De heffingsambtenaar heeft het complex dus juist afgebakend.

Cultuurgrondvrijstelling van toepassing op bedrijfsmatig geëxploiteerde akker

Belastingplichtige verkrijgt na een erfrechtelijke verdeling een onbebouwd perceel van 14.455 m2. Dit perceel bestaat uit een paardenweide en een akker. De akker wordt ter beschikking gesteld aan een akkerbouwbedrijf dat aardappelen, suikerbieten, snijmais en wintergerst verbouwd. Belastingplichtige is ook eigenaar van een woning aan de overkant van de weg. De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €102.000, waarna de belastingplichtige in bezwaar gaat. Uiteindelijk wordt hoger beroep ingesteld.

 

In geschil is of de onroerende zaak twee afzonderlijke WOZ-objecten omvat, of deze een samenstel vormt met het huisperceel en of de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op de akker. Volgens het Hof zijn de paardenweide en de akker een WOZ-object, aangezien zij dezelfde eigenaar hebben en een kadastraal perceel vormen. De cultuurgrondvrijstelling is van toepassing op de akker, omdat hier jaarlijks bedrijfsmatige akkerbouw plaatsvindt. De WOZ-waarde wordt verminderd tot €49.000

WOZ-waarde schattenderwijs verminderd wegens onvoldoende onderbouwing beide partijen

Belastingplichtige is eigenaar en gebruiker van een distributiecentrum. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde vast en legt een aanslag onroerendezaakbelasting op. Volgens belastingplichtige is de WOZ-waarde een stuk lager.

 

De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar er niet in is geslaagd om bij de gecorrigeerde vervangingswaarde voldoende inzichtelijk te maken waarop de gehanteerde restwaardepercentages, kengetallen en waardes zijn gebaseerd. Ook bij de huurkapitalisatiemethode ontbreekt de onderbouwing. Belastingplichtige is er overigens ook niet in geslaagd zijn gestelde WOZ-waarde te onderbouwen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, en verminderd de WOZ-waarde zelf schattenderwijs.

Schending motiveringsbeginsel bij WOZ-waarde door ontbreken huisbezoek taxateur

De rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar er niet in is geslaagd zijn bewijslast te dragen, omdat de vastgestelde WOZ-waarde niet wordt onderbouwt met bewijsmiddelen zoals een matrix of een taxatierapport. Daarnaast is de uitspraak op bezwaar onvoldoende gemotiveerd. Belanghebbende stelt in het bezwaarschrift dat er geen taxateur de woning heeft bezocht, maar toch verwijst de heffingsambtenaar hier wel naar in zijn uitspraak op bezwaar. Volgens de rechtbank is het motiveringsbeginsel geschonden. Zij stellen de WOZ-waarde van het object daarom in goede justitie vast.

Geïndexeerd eigen verkoopcijfer prevaleert boven vergelijkingsmethode bij WOZ-waardering

Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met een rieten kap. De WOZ-waarde wordt door de heffingsambtenaar vastgesteld op €1.554.000, waarna belanghebbende bezwaar maakt. Door de heffingsambtenaar wordt verzocht een inlichtingenformulier in te vullen over de toestand van de woning. Belanghebbende voldoet hier niet aan, waarna het bezwaar ongegrond wordt verklaard. In beroep onderbouwd de heffingsambtenaar de waarde met een taxatierapport. Belanghebbende onderbouwd de woning met de recente [lagere] verkoopcijfers.

 

Volgens het hof slaagt belanghebbende erin aannemelijk te maken dat de indexatie van het eigen verkoopcijfer naar de waardepeil datum een betere waardering oplevert dan de vergelijkingsmethode. De toetssteen is immers uiteindelijk de waarde in het economische verkeer, zoals omschreven in artikel 17 lid 2 Wet WOZ. Ee is geen vast criterium in welke waarderingsmethode prevaleert, maar in dit geval levert het eigen verkoopcijfer een betere waardering op dan de vergelijkingsmethode.

OZB

Hekken rond pand beletten duurzaam gebruik pand op peildatum OZB 2023

In 2021 koopt belanghebbende een pand in verwaarloosde staat op het op te knappen. De gemeente heeft in medio 2022 hekken rondom het pand geplaatst, vanwege de bouwkundige staat en het aantreffen van een drugslab in een ander pand in hetzelfde gebouw. Deze hekken zijn tot juli 2023 blijven staan. Belanghebbende is het daarom niet eens met de OZB-aanslagen van 2022 en 2023, omdat zij door de hekken het pand niet kon betreden. De heffingsambtenaar stelt dat de hekken het gebruik van het pand niet in de weg stonden.

Op 1 januari 2022 was te verwachten dat belanghebbende het pand duurzaam zou gaan gebruiken, maar dit was op 1 januari 2023 niet het geval, aangezien toen de hekken rondom het pand al geplaatst waren. Aangezien belanghebbende op 1 januari 2022 nog toegang tot het pand had, en ook geen reden had om te verwachten dat die toegang zou worden ontzegd blijft deze OZB-aanslag in stand. De aanslag van 2023 wordt vernietigd omdat belanghebbende toen geen toegang had tot het pand en de heffingsambtenaar er niet in slaagt om aannemelijk te maken dat belanghebbende toegang bleef houden tot het pand.

Parkeerbelasting

Kosten parkeerinformatiesysteem geen 'last ter zake', naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft wel in stand

Belanghebbende stelt dat gemeente Delft bij de berekening van de kosten van de naheffing parkeerbelasting de verhaalbare kostenlimiet heeft overschreden. Er zouden kosten zijn meegenomen die niet voldoende samenhangen met de heffing van de niet betaalde parkeerbelasting.

 

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de kosten van het parkeerinformatiesysteem PRIS niet als ‘last ter zake’ aangemerkt hadden mogen worden. Het systeem houdt onvoldoende verband met de heffing van de niet betaalde parkeerbelasting. Echter, dit leidt niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag. Ook wanneer bovenstaande kosten buiten beschouwing worden gelaten, blijft het maximale verhaalbare bedrag hoger dan het door de gemeente gehanteerde tarief. Het beroep van belanghebbende is daarom ongegrond.

Betaling parkeerbelasting met onjuist kenteken sluit naheffing uit

Een scanauto constateert dat de belastingplichtige geen belasting heeft voldaan. De belastingplichtige maakt bezwaar tegen de naheffing van de parkeerbelasting. Hij overlegt een bewijs waaruit blijkt dat er een parkeertransactie actief is voor dezelfde locatie, datum en tijdstip. De parkeertransactie is geregistreerd op een ander kenteken dan die van het geparkeerde voertuig.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de belastingplichtige aannemelijk maakt aan de parkeerbelasting te voldoen. De rechtbank vernietigd de naheffingsaanslag.

Geringe verwijtbaarheid leidt niet tot lagere naheffingsaanslag parkeerbelasting

Er wordt aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende beargumenteerd dat hij enkel kort geparkeerd heeft, omdat zijn kleindochter haar hockeytas voor de training was vergeten. In geschil is of de geringe verwijtbaarheid het opleggen van de parkeerbelasting verhinderd.

 

Het Hof  ‘s-Hertogenbosch oordeelt in dit geval dat zowel de heffingsambtenaar als de belastingrechter niet aan het evenredigheidsbeginsel kunnen toetsen. Hierbij wordt verwezen naar de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535, V-N 2024/51.18.

 

De wetgever heeft zich beseft dat er gevallen van geringe verwijtbaarheid kunnen zijn, maar heeft er toch voor gekozen de gemeenten de mogelijkheid te geven om een vast bedrag in rekening te brengen. Aangezien het Hof geen ruimte heeft op de kosten op grond van het evenredigheidsbeginsel te verlagen is het beroep ongegrond.

Verlaten voertuig voor starten parkeerapplicatie valt buiten pardontijd

Een parkeercontroleur constateert dat voor de auto van de belastingplichtige om 10:21 uur geen parkeerbelasting is voldaan en legt vervolgens naheffing op. De belastingplichtige maakt bezwaar en overlegt een screenshot waaruit blijkt dat hij 2 minuten later via de parkeerapplicatie de parkeerbelasting heet voldaan. Hij verklaart hierbij dat hij al lopende richting zijn bestemming zijn kenteken heeft aangemeld. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond.

 

Ook de rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. De pardontijd ziet namelijk op het zich direct van het voertuig naar de parkeerautomaat begeven en/of het onmiddellijk voldoen van parkeerbelasting. De verstreken 2 minuten vallen hier niet onder.

Verwerkingstijd betaling parkeervergunning komt voor risico vergunnighouder

Belastingplichtige parkeert op 9 december zijn auto aan een locatie waar betaald parkeren geld. Aangezien er geconstateerd wordt dat hij geen parkeerbelasting heeft voldaan wordt er door de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag opgelegd. Belastingplichtige stelt dat hij zijn parkeervergunning jaarlijks verlengt en dat de betaling hiervan op 9 december plaatsvind. Aangezien de verwerking 2 dagen duurt, is de vergunning pas op 11 december verleend.

 

De rechtbank is van mening dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake indien de vergunninghouder de verschuldigde belasting voldoet. Het feit dat de vergunning pas op 11 december geldig is door verwerkingstijd  komt voor rekening en risico van de belastingplichtige. Het beroep is ongegrond.


Geen aanmaningskosten bij onzekere verzending notificatiebericht via Mijn overheid

Aan belastingplichtige wordt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens parkeren zonder betalen. Er worden vervolgens €9 aan aanmaningskosten in rekening gebracht. Belanghebbende stelt zich te hebben aangemeld voor de berichtenbox van MijnOverheid, de notificatiefunctie te hebben ingeschakeld, maar geen notificatie over de naheffingsaanslag te hebben ontvangen. Uit opgevraagde gegevens blijkt dat het onbekend is of belanghebbende een notificatie op het opgegeven e-mailadres heeft ontvangen.

Het hof  oordeelt dat wie de notificatiefunctie in MijnOverheid inschakelt, erop mag rekenen daadwerkelijk notificaties te ontvangen. Hoewel plaatsing van de naheffingsaanslag in de berichtenbox volstaat voor bekendmaking, mag de invorderingsambtenaar geen aanmaningskosten in rekening brengen als niet met voldoende zekerheid vaststaat dat de notificatie naar het door belastingplichtige opgegeven e-mailadres is verzonden . Het hof vernietigt daarom de beschikking aanmaningskosten.

Toeristenbelasting

Niet heffen toeristenbelasting bij arbeidsmigranten vormt begunstigend beleid

Op grond van de Verordening 2021 toeristenbelasting heft de gemeente toeristenbelasting voor verblijf met overnachting tegen vergoeding in welke vorm dan ook. Het College van B&W bevestigt dat er geen toeristenbelasting wordt geheven van verblijf met overnachting van arbeidsmigranten. Het Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat belanghebbende met betrekking tot de aanslag 2021 voldoende feiten heeft aangevoerd die het vermoeden van begunstigend beleid rechtvaardigen. Daartegenover staat dat de heffingsambtenaar geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd om bovenstaande te ontkrachten.

Forensenbelasting op voormalig ouderlijk huis niet in strijd met EVRM

Belanghebbende is eigenaar van haar ouderlijk huis, maar staat ingeschreven bij een andere gemeente waar zij duurzaam verblijft en werkt. De heffingsambtenaar legt haar voor die jaren daarom de aanslagen forensenbelasting op. Belanghebbende maakt bezwaar en gaat in beroep. Ze beroept zich op artikel 8 EVRM en artikel 1 EP EVRM.

 

Het beroep op artikel 8 EVRM wordt verworpen. De tweede woning is door de emotionele band aan te merken als ‘woning’ in de zin van artikel 8 EVRM, maar dit betekent niet dat er geen belasting geheven mag worden. In beginsel valt belastingheffing onder de uitzondering van art. 8 lid 2 EVRM, tenzij er sprake is van een inbreuk op het recht van eigendom als bedoeld in art. 1 EP EVRM. Dit wordt door belanghebbende niet cijfermatig onderbouwd. Het beroep op het EVRM slaagt dus niet.

Toeristenbelasting bij alleen betaalde overnachtingen niet discriminerend

Belanghebbende heeft een camping waar tegen vergoeding overnacht kan worden. Hiervoor wordt een aanslag toeristenbelasting opgelegd. Tegelijk is er door de gemeente een gemeentelijke campingplaats aangewezen waar campers zonder vergoeding de nacht door morgen brengen. Volgens belanghebbende wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden, omdat er enkel toeristenbelasting wordt geheven voor betaalde overnachtingen.

 

De rechtbank stelt vast dat de Verordening toeristenbelasting alleen ziet op overnachtingen tegen vergoeding. Er is sprake van ongelijke behandeling, omdat betaald overnachten op een camping of gratis overnachten op een camperplaats gelijke gevallen zijn, maar hier bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor. Bij betaalde overnachtingen kan gecontroleerd worden van wie toeristenbelasting geheven moet worden, dit kan bij gratis overnachtingen niet. Het beroep is daarom ongegrond.

Leges

Vernietiging legesheffing voor organisatie bijzondere vaartocht door strijd met evenredigheidsbeginsel

Belanghebbende organiseert ter ere van de traditie een evenement waarbij suikerbieten over het water worden vervoerd. Hiervan doet hij voorafgaand aan het evenement melding bij Waterschap Brabantse Delta. Tot en met 2022 werden er voor dit evenement geen leges geheven, maar sinds de inwerkingtreding van de Legesverordening 2023 wordt de melding van het evenement aangemerkt als een aanvraag van 3 verschillende vergunningen. Er is op basis daarvan een legesaanslag van €1500 opgelegd. De rechtbank vernietigt de aanslag wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.

 

Het Hof ‘s-Hertogenbosch is van mening dat de invoering van de legesverordening onzorgvuldig is voorbereid, gebrekkig gemotiveerd is en dat de belangen van sociaalmaatschappelijke organisaties niet [voldoende] zijn meegenomen. Hierdoor is het Hof niet in staat om te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. Daarnaast is de legesverordening onduidelijk en bevat het onbepaalde heffingsgrondslagen. De rechtbank heeft de legesaanslag voor het evenement daarom terecht vernietigt.

Geen extra bouwleges naast anterieure overeenkomst

Belanghebbende vraagt voor de sloop en herbouw van een kinderdagverblijf een omgevingsvergunning aan. Tijdens de behandeling van de aanvraag is er tussen belanghebbende en gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Op grond hiervan moest belanghebbende 15.300 euro betalen aan de gemeente als bijdrage in gemeentelijke plankosten. In de overeenkomst is opgenomen dat deze bijdrage niet vervangend is voor legeskosten van het in behandeling nemen van de aanvraag. Aan belanghebbende wordt een aanslag leges opgelegd waarin een bedrag 6.280,95 in rekening wordt gebracht voor ‘Projectbesluit, uitgebreide procedure’. Belanghebbende gaat tegen de aanslag leges in beroep.

 

De rechtbank is van neming dat dit bedrag voor dezelfde diensten in rekening is gebracht, als voor de diensten die zijn opgenomen in de anterieure overeenkomst. De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende gegrond en verminderd de aanslag.

Legesaanslag tweede fase vernietigd vanwege onbestemd perceel

Belanghebbende heeft in 2021 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning tweede fase voor het bouwen van een woning. In 2007 verleent de gemeente de eerste fasevergunning met vrijstelling van het toen geldende bestemmingsplan uit 1985. In 2011 vervangt een nieuw bestemmingsplan het oude plan, maar het perceel van belanghebbende valt niet binnen de begrenzing daarvan, hierdoor is het perceel sindsdien een onbestemde witte vlek.

 

Er wordt een legesaanslag opgelegd van €11.233. Belanghebbende gaat in beroep, maar dit wordt ongegrond verklaart door de rechtbank, In hoger beroep is in geschil of de aanslag leges geheel of gedeeltelijk vernietigd moet worden, omdat de legessanctie van artikel 3.1 lid 4 Wro van toepassing is.

 

Het hof oordeelt dat het perceel van belanghebbende niet binnen het in 2011 vastgestelde bestemmingsplan valt. De raad heeft na het verstrijken van de periode van tien jaar ook geen nieuw bestemmingsplan vastgesteld voor het perceel. De legessanctie is daarom van toepassing, omdat de verstrekte diensten verband houden met een bestemmingsplan en de gemeente in de tweede fase ook toetst aan de verleende omgevingsvergunning eerste fase. De aanslag leges wordt daarom door het hof vernietigt.

E-mail kwalificeert als aanvraag bestemmingsplanwijziging zodat leges terecht zijn geheven

In 2018 dient belanghebbende een principeverzoek in voor het omzetten van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning. Belanghebbende krijgt een tijdelijke omgevingsvergunning van 4 jaar. In 2022 wordt er namens belanghebbende per e-mail een conceptbestemmingsplanwijziging aan de gemeentelijk adviseur gestuurd. Deze e-mail wordt bestempeld als aanvraag en daarom legt de heffingsambtenaar een aanslag leges op.

 

Belanghebbende gaat in beroep. Het Hof oordeelt dat een aanvraag voor een bestemmingsplanwijziging in iedere vorm kan plaatsvinden, zolang het een zelfstandig stuk betreft en er bij het bestuursorgaan geen twijfel bestaat over het feit dat er sprake is van een aanvraag. De e-mail van belanghebbende kwalificeert, mede door de eerdere correspondentie, als aanvraag. De gemeente heeft terecht leges geheven.

Afvalstoffen- en rioolheffingen

A-G: ondanks gebruik riool geen rioolheffing voor leegstaand kantoorpand

Belanghebbende is eigenaar van een kantoorpand dat sinds 2018 te koop en te huur heeft gestaan. In de loop van 2023 is het pand verkocht. Er wordt tijdens de leegstand water gebruikt om het pand schoon te maken. Dit water wordt afgevoerd via het riool.

 

Belanghebbende krijgt een aanslag rioolheffing, want op grond van de verordening rioolheffing van de gemeente is ‘de gebruiker van een perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd’ belastingplichtig. Belanghebbende gaat in beroep, omdat hij van mening is dat hij geen ‘gebruiker’ van het pand is.

 

Het Hof ‘s-Hertogenbosch stelt belanghebbende in het gelijk. Zij sluiten voor de uitleg van het begrip aan bij de uitleg van ‘gebruiken’ voor de OZB. Volgens AG Pauwels heeft het Hof terecht aansluiting gezocht bij de uitleg in de zin van de OZB. De sterke overeenkomsten tussen de tekst van de verordening rioolheffing en de verordening OZB wijst erop dat de gemeente heeft willen aansluiten bij die specifieke betekenis. Dit heeft als gevolg dat er sprake kan zijn van beperkt gebruik van de gemeentelijke riolering zonder dat een gebruiker kan worden aangewezen, maar dit is geen zwaarwegend tegenargument.

BIZ

Verlaagd BIZ-tarief van toepassing bij onduidelijke tariefstelling in verordening

Belanghebbende is gebruiker van een winkelpand, vanuit waar verschillende ondernemingen uitgevoerd worden. Er wordt door de heffingsambenaar een BIZ-aanslag van €523,25 opgelegd. Belanghebbende maakt bezwaar, omdat hij vindt dat hij als zakelijke dienstverlener onder het verlaagde tarief valt. In geschil is of de BIZ-aanslag terecht op grond van het basistarief van 0,325% is berekend of dat het verlaagde tarief van 0,16% van toepassing is.

 

De rechtbank Noord-Nederland is van mening dat de BIZ-verordening onvoldoende duidelijk is over het tarief bij ondernemingen met verschillende SBI-codes. De verordening regelt niet welk tarief geldt in dat geval. De belangrijkste activiteiten van belanghebbende vallen onder zakelijke dienstverlening en daarom past de rechtbank het verlaagde tarief toe en wordt de aanslag verminderd €257,60.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen