Kwalificatie woonzorgcentra OZB

25 maart 2021

Over geen enkel onderwerp – naast de hoogte van de WOZ-waarde – wordt zoveel geprocedeerd als over de toepassing van de kwalificatie woning dan wel niet-woning en toepassing van de woondelenvrijstelling in de OZB.  Alhoewel de Hoge Raad hier diverse arresten aan heeft gewijd blijft hierover onduidelijkheid bestaan.

Het belang zit erin dat…..

Wanneer een WOZ-object voor de OZB als woning wordt aangemerkt dan wordt er namelijk een aanslag opgelegd naar (het lagere) woningentarief en wordt er geen aanslag OZB voor gebruik opgelegd. Dit is het geval als de waarde van het object in hoofdzaak tot woning dient/ volledig dienstbaar is aan woondoeleinden. Indien een WOZ-object als een niet-woning wordt aangemerkt, maar er zijn wel delen die (in hoofdzaak) tot woondoeleinden dienen, dan blijft voor de heffingsmaatstaf OZB voor gebruik die delen buiten beschouwing. Dit heet de woondelenvrijstelling. Wij geven u een aantal aandachtspunten mee.

Conclusies Hoge Raad

In 2016 en 2018 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over de kwalificatie wonen en niet-wonen bij recreatieterreinen. In deze arresten werden verschillende beoordelingscriteria geïntroduceerd om de kwalificatie voor de OZB van woning of niet-woning enerzijds te beoordelen en de woondelenvrijstelling anderzijds. 


Deze beoordelingscriteria zijn temeer van belang bij de beoordeling van woonzorgcentra als woning of niet-woning voor de OZB. In het navolgende gaan wij dieper op de beoordelingscriteria in en geven wij de relevantie voor gemeenten weer.

Beoordelingscriteria; Geschiktheidscriterium en bestemmingscriterium

De Hoge Raad heeft in bovengenoemde arresten aangegeven dat voor de beoordeling van artikel 220a Gemeentewet een ander beoordelingscriterium geldt dan voor artikel 220e Gemeentewet. 


Zo oordeelt de Hoge Raad dat de vraag of een onroerende zaak kwalificeert als woning (220a Gemeentewet) beoordeeld moet worden aan de hand van het geschiktheidscriterium. Dit houdt in dat een (bepaald gedeelte van een) onroerende zaak naar aard en inrichting geschikt is voor menselijke bewoning.


Voldoet een (deel van een) onroerende zaak hier niet aan? Dan is er sprake van een niet-woning, maar kan er nog wel sprake zijn van de eerder genoemde woondelenvrijstelling (artikel 220e Gemeentewet). Of hiervan sprake is dient te worden beoordeeld aan een ander criterium, zijnde het Bestemmingscriterium. Alsdan is relevant wat de bestemming is en of dit een duurzaam karakter heeft.

Kwalificatie blijft onduidelijk

Uit jurisprudentie die nadien is gewezen, blijkt vaak dat deze criteria door elkaar worden gebruikt en dat hier verschillende interpretaties aan worden geven. Ook de gerechtelijke macht is hier niet altijd eenduidig in. Hierdoor blijft onduidelijk of ruimten zoals gezamenlijke woonruimten, hobbyruimten of keukens nu als woning of volledig dienstbaar aan woondoeleinden (kunnen) kwalificeren.


Recent heeft Hof Den Haag (wederom) een uitspraak gedaan over de kwalificatie van een woonzorgcentrum als woning of niet-woning waarbij de kwalificatie van gezamenlijke huiskamers de doorslag gaven (ECLI:NL:GHDHA:2021:36). Het Hof erkent dat er wellicht meer interpretaties zouden kunnen bestaan over de kwalificatie van gezamenlijke woonkamers of basis van een arrest van de Hoge Raad uit 2012 en 2018, maar dat het aan de Hoge Raad is hier een finaal oordeel over te geven. Zij blijft bij haar oordeel dat de gezamenlijke woonkamers als woning gekwalificeerd moeten worden en geeft daarbij ook een onderbouwing waarom dit oordeel het arrest van de Hoge Raad uit 2012 niet tegen hoeft te spreken. Overigens is een eerdere (overeenkomstige) oordeel van het zelfde Hof door de Hoge Raad afgedaan met artikel 81 RO.


Kortom het laatste woord is hierover niet gezegd en de finale beslechting zal van de Hoge Raad moeten komen. Dit betekent dat u nog altijd veel bezwaren kunt verwachten van diverse partijen over de kwalificatie woning / niet-woning.

Wat betekent dit voor u op de korte termijn?

Wij adviseren u uw bezwaarschriften juridisch zo goed mogelijk te motiveren waarbij specifiek onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende criteria en waarom een criteria wel of niet van toepassing is. Wij kunnen u hierbij helpen door:

  • u inzicht en grip te laten krijgen op de verschillende standpunten, jurisprudentie en/of en hoe deze van toepassing is op uw casus. 
  • u te helpen bij het opstellen en afhandelen van bezwaren ten aanzien van dit onderwerp.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen