Jurisprudentie voor de maand maart

11 maart 2026

In dit artikel doen wij u een overzicht toekomen van door ons geselecteerde, interessante jurisprudentie of regelgeving. 

Relevante jurisprudentie lokale belastingen

Bekijk hier alle relevante jurisprudentie op het gebied van lokale belastingen

  1. Formeel belastingrecht
    Uitblijven reactie rechtvaardigt niet afzien van horen en inzage. | Lees meer >> 
    Ontbreken van expliciete waarschuwing voor niet-ontvankelijkheid leidt niet tot ontvankelijkheid bezwaar.  | Lees meer >>
    Uitstel zitting terecht geweigerd wegens ontbreken gewichtige redenen. | Lees meer>> 
    E-mail met uitspraak op bezwaar maakt tweede uitspraak ongeldig en beroep niet-ontvankelijk. | Lees meer >>

    Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen voor indienen berichten in zin van art. 2:13 lid 2 Awb gepubliceerd. | Lees meer >> 

    Onderzoek naar te lage inflatieramingen Gemeentefonds uitgesteld tot evaluatie bbp-systematiek. | Lees meer >>

    Verwijzing in WOZ-zaak omdat beginsel hoor en wederhoor is geschonden | Lees meer >>
    Inspecteur beschikt over nieuw feit bij navorderingsaanslagen voor Curaçaose vennootschap.| Lees meer >> 
    Geen schending gelijkheidsbeginsel bij ‘rode bussenbelasting’ Amsterdam.  | Lees meer >>
    Beroep ontvankelijk ondanks oude machtiging. | Lees meer>> 
    Conclusie A-G Koopman over reikwijdte notificaties Berichtenbox MijnOverheid. | Lees meer >>

    Procesbelang bij vernietigde parkeerboetes door recht op proceskostenvergoeding. | Lees meer >> 

    Gemeenten dienen zelf omvang lokale heffingen te bepalen. | Lees meer >>

  2. WOZ
    Bewijslastverdeling gecorrigeerde vervangingswaarde bij afwijking van de Taxatiewijzer. | Lees meer >> 
    Uitleg Hoge Raad over bewijslastverdeling in WOZ-zaken over gecorrigeerde vervangingswaarde en rol van taxatiewijzer daarbij. | Lees meer >>
    Hoge Raad verstrekt overwegingen en regels over gegevensverstrekking in kader WOZ-waardering. | Lees meer >>
    Terugkomen op reeds ingetrokken stelling ter zitting in strijd met de goede procesorde. | Lees meer >>
  3. Waterschapsbelasting
    Tariefsverhoging waterschap is niet in strijd met evenredigheidsbeginsel.  | Lees meer >>
  4. Parkeerbelasting
    Naheffing parkeerbelasting vervalt door onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar. | Lees meer >>
    Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht ondanks AVG-bezwaren. | Lees meer >>
    Overmacht door storing website bij aanmelding parkeervergunning: naheffingsaanslag vernietigd. | Lees meer >>
  5. Forensenbelasting
    Forensenbelasting is verschuldigd ondanks toeristenbijdrage-overeenkomst.  | Lees meer >>
  6. Reclamebelasting 
    Kleur pand geldt als openbare aankondiging voor heffing reclamebelasting. | Lees meer >>
  7. Leges 
    Onjuiste bezoekerscapaciteit leidt tot verlaging leges voor evenementen.  | Lees meer >>
    Leges voor B&B ten onrechte berekend op bouwkosten nieuwbouwwoning.  | Lees meer >>
  8. Afvalstoffen- en rioolheffingen 
    Woningeigenaar ook bij eventueel gebruik van afvalcontainer door derden belastingplichtig voor afvalstoffenheffing. | Lees meer >>
    Verordening niet onverbindend door marginale overschrijding opbrengstlimiet. | Lees meer >>
    Drinkwaterbedrijf moet NAW-gegevens verstrekken aan gemeenten voor rioolheffing. | Lees meer >>

Formeel belastingrecht

Uitblijven reactie rechtvaardigt niet afzien van horen en inzage.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard hoewel de herstelverzuimbrief niet expliciet waarschuwt voor die consequentie. Het Hof acht beslissend dat X eerder tweemaal een niet-ontvankelijkverklaring ontvangt en dat de brief verwijst naar een eerdere procedure van X over de niet-ontvankelijkheid van diens bezwaar.

 

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar in stand blijft, ondanks het ontbreken van een expliciete waarschuwing in de herstelverzuimbrief. Op grond van een uitspraak van de Hoge Raad (HR 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1614, V-N 2019/50.10) brengt een zorgvuldige behandeling mee dat een bestuursorgaan erop dient te wijzen wat de overschrijding van de bezwaartermijn tot gevolg kan hebben. Doordat de heffingsambtenaar verwijst naar een eerdere procedure van X waarin diens bezwaar wegens vergelijkbare verzuimen niet-ontvankelijk is verklaard, is hier volgens het Hof aan voldaan. Het hoger beroep van X is ongegrond.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:GHSHE:2026:46, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 24/269

Ontbreken van expliciete waarschuwing voor niet-ontvankelijkheid leidt niet tot ontvankelijkheid bezwaar.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X mag vertrouwen op de uitlatingen van de heffingsambtenaar, waardoor de aanslag toeristenbelasting 2021 niet wordt opgelegd.

De heffingsambtenaar legt voor 2020, 2021 en 2022 aanslagen toeristenbelasting op aan een stichting. X, een vereniging, meldt dat de aanslagen op haar naam moeten komen. Er vindt telefonisch overleg plaats tussen X en de heffingsambtenaar, gevolg door een bevestigende e-mail waarin alleen de aanslag 2022 aan X wordt aangekondigd, zonder voorbehoud voor 2021. Desondanks legt de heffingsambtenaar op 30 november 2023 een nieuwe aanslag 2021 op aan X, die deze onder protest betaalt. X maakt bezwaar en beroept zich op de toezegging dat de aanslag 2021 vernietigd is. In geschil is of de heffingsambtenaar het vertrouwensbeginsel schendt door alsnog de aanslag toeristenbelasting 2021 op te leggen aan X. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X aannemelijk maakt dat zij uit de uitlatingen en bevestigende e-mail van de heffingsambtenaar redelijkerwijs mag afleiden dat de aanslag 2021 niet zou worden opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. Klik hier om de uitspraak verder te lezen. 

Uitstel zitting terecht geweigerd wegens ontbreken gewichtige redenen.

Hof Den Haag oordeelt dat de rechtbank en het Hof het uitstel van de zittingen terecht hebben geweigerd omdat X geen gewichtige redenen aanvoert. Zijn vragen over de dood van zijn vader raken de hoogte van de erfbelasting niet.

 

Hof Den Haag oordeelt dat een partij alleen recht heeft op uitstel bij een tijdig en met gewichtige redenen onderbouwd verzoek. X was ruim van tevoren bekend met de zittingsdata van zowel de rechtbank als het hof en vroeg te laat om uitstel vanwege al langer bestaande twijfels over het overlijden van zijn vader, zonder concrete relatie met de erfbelastingaanslag.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:GHDHA:2026:72, Gerechtshof Den Haag, BK-25/483

E-mail met uitspraak op bezwaar maakt tweede uitspraak ongeldig en beroep niet-ontvankelijk.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een per e-mail verzonden beslissing van de inspecteur een uitspraak op bezwaar vormt, zodat een tweede uitspraak op bezwaar niet mogelijk is. Het daartegen gerichte beroep van X NV is niet-ontvankelijk.

 

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de per e-mail verzonden beslissing een uitspraak op bezwaar vormt. De inhoud, het onderwerp en de rechtsmiddelverwijzing maken dat het een besluit is in de zin van de Awb. Een gebrekkige bekendmaking tast het bestaan van dit besluit niet aan. Met deze uitspraak eindigt de bezwaarprocedure, zodat een tweede uitspraak op bezwaar volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad geen rechtsgevolg heeft. Het beroep tegen de tweede uitspraak is daarom niet-ontvankelijk.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:RBNHO:2025:14653, Rechtbank Noord-Holland, HAA 25/1338

Aanwijzingsbesluit elektronische kanalen voor indienen berichten in zin van art. 2:13 lid 2 Awb gepubliceerd.

De Minister van Justitie en Veiligheid heeft een besluit gepubliceerd dat elektronische kanalen aanwijst voor het indienen van berichten in de zin van art. 2:13 lid 2 Awb zodat burgers en bedrijven weten welke kanalen beschikbaar zijn voor welke procedures.

 

Het besluit treedt in werking op 6 februari 2026.

 

Klik hier om verder te lezen: Staatscourant 2026, 3052 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen

Onderzoek naar te lage inflatieramingen Gemeentefonds uitgesteld tot evaluatie bbp-systematiek

Het kabinet stelt een onderzoek naar correctie van te lage inflatieramingen binnen het Gemeentefonds uit tot de eerste periodieke evaluatie van de bbp-systematiek. Dat antwoordt Staatssecretaris Eerenberg van Financiën op vragen van de Tweede Kamer naar aanleiding van de motie-Van der Goot (OPNL).

 

Klik hier om verder te lezen: Reactie brief Eerste Kamer m.b.t. motie-Van der Goot (OPNL) c.s. over corrigeren van te lage inflatieramingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Verwijzing in WOZ-zaak omdat beginsel hoor en wederhoor is geschonden.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof heeft gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor. Het hof heeft partijen namelijk niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de feitelijke gegevens (de algemene voorwaarden op de website van A) die hij aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd.

 

De Hoge Raad oordeelt dat het hof heeft gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor. Het hof heeft partijen namelijk niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de feitelijke gegevens (de algemene voorwaarden op de website van A) die hij aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd. Dat een bepaald gegeven aan openbare bronnen op het internet kan worden ontleend, brengt volgens de Hoge Raad op zichzelf nog niet mee dat zo’n gegeven daarom een feit of omstandigheid van algemene bekendheid is. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Amsterdam.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:HR:2026:235, Hoge Raad, 24/00576

Inspecteur beschikt over nieuw feit bij navorderingsaanslagen voor Curaçaose vennootschap.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit. Ook heeft hij geen ambtelijk verzuim begaan. De rechtbank overweegt daarbij dat het rapport van het vestigingsplaatsonderzoek uit 2019 is gebaseerd op de gegevens die medio 2018 zijn verstrekt.

 

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit. Ook heeft hij geen ambtelijk verzuim begaan. De rechtbank overweegt daarbij dat het rapport van het vestigingsplaatsonderzoek uit 2019 is gebaseerd op de gegevens die medio 2018 zijn verstrekt. Met de grote hoeveelheid informatie, waaronder vele e-mails, die in november 2018 en december 2018 door de beleggingsadviseur en het accountantskantoor, zijn verstrekt, is niet eerder rekening gehouden. Dit zijn nieuwe feiten waarover de inspecteur nog niet eerder beschikte. Daarbij merkt de rechtbank op dat de inspecteur enige tijd moet worden gegund om de grote hoeveelheid informatie te beoordelen.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:RBGEL:2025:10892, Rechtbank Gelderland, AWB 23_4566

Geen schending gelijkheidsbeginsel bij 'rode bussenbelasting’ Amsterdam.

Volgens A-G Koopman is de vermakelijkhedenretributie te land van de gemeente Amsterdam zowel op het niveau van de verordening als in de uitvoering niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

 

Belanghebbende, X, biedt rondritten per autobus door Amsterdam aan. Sinds 1 januari 2018 heft de gemeente Amsterdam een vermakelijkhedenretributie voor het tegen vergoeding bedrijfsmatig geven van een vermakelijkheid met een autobus, waarbij gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen. In 2019 bedraagt het tarief € 0,66 per passagier per rondrit. X voldoet over het tweede, derde en vierde kwartaal van 2019 in totaal ruim € 171.000 op aangifte. In de praktijk wordt de heffing alleen toegepast op X en twee vergelijkbare aanbieders. X stelt dat andere touringcarbedrijven ten onrechte buiten de heffing blijven. Volgens X is daarom (i) de verordening onverbindend wegens strijd met algemene rechtsbeginselen en (ii) het gelijkheidsbeginsel geschonden, via begunstigend beleid dan wel de meerderheidsregel.

 

Volgens A-G Koopman is de vermakelijkhedenretributie te land van de gemeente Amsterdam zowel op het niveau van de verordening als in de uitvoering niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Voor begunstigend beleid geldt bij aangiftebelastingen dat niet-handhaving op zichzelf onvoldoende is voor schending van het gelijkheidsbeginsel; vereist is dat het controlebeleid is gericht op begunstiging van een bepaalde groep. Dat is volgens het hof niet aannemelijk geworden. Ook het beroep op de meerderheidsregel faalt, omdat X onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens heeft verstrekt op grond waarvan de gemeente had kunnen naheffen.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:PHR:2026:126, Parket bij de Hoge Raad, 25/01913

Beroep ontvankelijk ondanks oude machtiging.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat het beroep van X tegen de WOZ-beschikking ontvankelijk is, ondanks een machtiging die ouder da zes maanden is. De rechtbank ziet geen gerede reden om aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde te twijfelen.

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:RBMNE:2026:181, Rechtbank Midden-Nederland, UTR 24/7844

Conclusie A-G Koopman over reikwijdte notificaties Berichtenbox MijnOverheid.

A-G Koopman gaat in een conclusie in op de juridische betekenis van notificaties bij elektronische bekendmaking via de Berichtenbox van MijnOverheid.

 

Aan belanghebbende, X is een bedrag van  12 euro aan aanmaningskosten opgelegd wegens het niet tijdig betalen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De aanslag is geplaatst in de Berichtenbox van MijnOverheid. X stelt dat hij geen e-mailnotificatie van die plaatsing heeft ontvangen en dat de aanslag daarom niet op de juiste wijze is bekendgemaakt, zodat ook geen aanmaningskosten verschuldigd zijn. Hof Den Haag oordeelt dat de aanslag rechtsgeldig is bekendgemaakt en dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat geen notificatie is verzonden of dat de notificatiefunctie was uitgeschakeld.

 

A-G Koopman gaat in een conclusie in op de juridische betekenis van notificaties bij elektronische bekendmaking via de Berichtenbox van MijnOverheid. Voor de rechtsgeldigheid van de bekendmaking is verzending of ontvangst van een notificatie in beginsel niet vereist. Anders ligt dit bij termijnoverschrijding: het niet ontvangen van een notificatie kan onder omstandigheden leiden tot verschoonbaarheid ex art. 6:11 Awb. Toch acht de advocaat-generaal een uitzondering gerechtvaardigd indien een belanghebbende wél voor notificaties is aangemeld maar geen notificatie is verzonden. In dat geval kan niet worden gezegd dat hij “in gebreke” is gebleven en verzetten ook beginselen van behoorlijk bestuur zich tegen het opleggen van invorderingskosten. De bewijslast dat de notificatiefunctie was ingeschakeld én dat een notificatie is verzonden, rust op het bestuursorgaan.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:PHR:2026:152, Parket bij de Hoge Raad, 24/03962

Procesbelang bij vernietigde parkeerboetes door recht op proceskostenvergoeding.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X ondanks vernietiging van de naheffingsaanslagen parkeerbelasting procesbelang behoudt, omdat hij via het beroep alsnog een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase kan verkrijgen.

 

Het hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit volgt dat ook beslissingen over proceskosten het belang bij beroep kunnen vormen. Het hof acht aannemelijk dat X voor het betreffende voertuig een geldige bewonersvergunning heeft, waardoor de naheffingsaanslagen zijn vernietigd wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid. De heffingsambtenaar dient de bezwaarkosten te vergoeden. Het hof verklaart de beroepen gegrond.

 

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:GHARL:2026:845, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24/1252 t/m 24/1257

Gemeenten dienen zelf omvang lokale heffingen te bepalen.

Het is vanuit een rechtsstatelijk perspectief niet aan de minister, maar aan de betreffende gemeenteraden zelf om te bepalen op welke wijze lokale lasten worden gedragen. Dat antwoordt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties op Kamervragen over de sterke stijging van de gemeentelijke lasten.

 

Klik hier om verder te lezen: Antwoorden op Kamervragen over sterke stijging gemeentelijke lasten | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

WOZ

Bewijslastverdeling gecorrigeerde vervangingswaarde bij afwijking van de Taxatiewijzer.

Hof Amsterdam oordeelt dat op de heffingsambtenaar de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat de door hem gehanteerde restwaarden en levensduurverlengingen van de opstallen gerechtvaardigd zijn.

Hof Amsterdam oordeelt dat op de heffingsambtenaar de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat de door hem gehanteerde restwaarden en levensduurverlengingen van de opstallen gerechtvaardigd zijn. Nu X BV de Taxatiewijzer slechts gedeeltelijk accepteert en de restwaarden en levensduurverlengingen nadrukkelijk betwist, blijft de bewijslast hiervoor bij de heffingsambtenaar rusten. Voor de restwaarden geldt dat deze bewijslast niet voortvloeit uit een afwijking van de Taxatiewijzer, maar uit de hoofdregel dat de heffingsambtenaar aannemelijk moet maken dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De vrije bewijsleer brengt mee dat hij daarbij gebruik mag maken van de Taxatiewijzer, maar een enkele verwijzing daarnaar volstaat niet omdat X BV de Taxatiewijzer op dit punt nadrukkelijk niet aanvaardt en de gehanteerde restwaarden betwist. Volgens het hof zijn het voortgezette gebruik van de opstallen, beperkte investeringen en algemene verwijzingen naar onderzoeken over sportobjecten onvoldoende om aanzienlijke levensduurverlengingen te rechtvaardigen.

Uitleg Hoge Raad over bewijslastverdeling in WOZ-zaken over gecorrigeerde vervangingswaarde en rol van taxatiewijzer daarbij.

De Hoge Raad geeft uitleg over de bewijslastverdeling in WOZ-procedures over de gecorrigeerde vervangingswaarde en de rol van taxatiewijzers daarbij.

De Hoge Raad geeft uitleg over de bewijslastverdeling in WOZ-procedures over de gecorrigeerde vervangingswaarde en de rol van taxatiewijzers daarbij. De Hoge Raad benadrukt dat taxatiewijzers slechts hulpmiddelen zijn en geen bindende normen. Toetssteen blijft de waarde zoals omschreven in art. 17 Wet WOZ. De normale regels van stelplicht en bewijslast brengen mee dat de bewijslast in eerste instantie op de heffingsambtenaar rust. Dit geldt ook bij toepassing van de gecorrigeerde vervangingswaarde waarbij de technische veroudering in geschil is, ook wanneer de heffingsambtenaar zich heeft aangesloten bij een taxatiewijzer. Alleen indien een partij een bepaald onderdeel van de taxatiewijzer als uitgangspunt heeft aanvaard en vervolgens toch een afwijking bepleit, rust op haar de last de gronden daarvoor te stellen en bij betwisting aannemelijk te maken. Daarbij merkt de Hoge Raad op dat een taxatiewijzer slechts aan de beslissing ten grondslag mag worden gelegd indien de wederpartij effectief commentaar heeft kunnen leveren op de betwiste onderdelen. Daarvoor is niet altijd nodig dat de belanghebbende de beschikking heeft over alle (onderliggende) gegevens van de taxatiewijzer.

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:HR:2026:234, Hoge Raad, 22/03412

Hoge Raad verstrekt overwegingen en regels over gegevensverstrekking in kader WOZ-waardering.

De Hoge Raad geeft enige algemene overwegingen over de uitleg van art. 40 Wet WOZ, toegespitst op de waarde vaststelling van woningen. Daarbij wordt voortgeborduurd op eerdere rechtspraak. Vervolgens formuleert de Hoge Raad regels voor diverse categorieën gegevens die hiervoor van belang zijn.

De Hoge Raad geeft enige algemene overwegingen over de uitleg van art. 40 Wet WOZ, toegespitst op de waardevaststelling van woningen. Daarbij wordt voortgeborduurd op eerdere rechtspraak. Vervolgens formuleert de Hoge Raad, voor diverse categorieën gegevens die veelal bij de waardevaststelling van woningen worden gebruikt, een aantal regels aan de hand waarvan moet worden bepaald of het gegevens zijn die aan de vaststelling van de waarde van een woning ten grondslag liggen in de zin van art. 40 Wet WOZ. Hierbij geldt dat slechts een informatieverplichting voor de heffingsambtenaar bestaat als de desbetreffende gegevens in een stuk zijn vastgelegd, in het concrete geval rechtstreeks zijn gebruikt voor de waardebepaling en de belastingplichtige een voldoende specifiek verzoek om verstrekking van een afschrift daarvan heeft gedaan.

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:HR:2026:297, Hoge Raad, 24/03415

Terugkomen op reeds ingetrokken stelling ter zitting in strijd met de goede procesorde.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het de heffingsambtenaar niet vrij staat om tijdens de zitting terug te komen op zijn stelling dat door hem de toezendplicht is geschonden.

In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar ter zitting vrij is om terug te komen op zijn stelling dat hij de toezendplicht niet heeft geschonden. Volgens de heffingsambtenaar is dit mogelijk omdat de Hoge Raad op 24 januari 2024, ECLI:NL:HR:2025:106, V-N 2025/6.24 heeft geoordeeld dat de toezendplicht niet wordt geschonden als de gevraagde stukken uiterlijk met de uitspraak op bezwaar worden toegezonden.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar in zijn verweerschrift in hoger beroep zijn stelling dat hij de toezendplicht niet heeft geschonden, uitdrukkelijk en ondubbelzinnig intrekt. Het is in strijd met een goede procesorde om ter zitting terug te komen op deze uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ingetrokken stelling, onder verwijzing naar een door de Hoge Raad op 24 januari 2025 gewezen arrest.

 

Waterschapsbelasting

Tariefsverhoging waterschap is niet in strijd met evenredigheidsbeginsel.

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de tariefsverhoging gezien de begroting voor 2024 van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht onvermijdelijk is. Volgens X is de tariefsverhoging in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht de belangen van de belastingplichtigen niet heeft meegewogen.

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de tariefsverhoging gezien de begroting voor 2024 van het Waterschap onvermijdelijk is. De toename van de kosten wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door de klimaatverandering en de toenemende complexiteit van het waterbeheer door de eisen aan schoon (gezuiverd) water en bescherming tegen wateroverlast en droogte. X heeft als inwoner van Amsterdam direct belang bij een goed watersysteembeheer (droge voeten) en zuiveringsbeheer (zuiveren van afvalwater). De belangen van de belastingplichtigen zijn dan ook betrokken bij de keuze om de tarieven in 2024 te laten stijgen.

Parkeerbelasting

Naheffing parkeerbelasting vervalt door onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat naheffingsaanslagen parkeerbelasting vervallen omdat X tijdig de verlenging van haar parkeervergunning betaalt en de heffingsambtenaar de aanslagen onvoldoende onderbouwt.

Verzending niet aangetoond maar naheffingsaanslag parkeerbelasting blijft in stand

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar niet kan bewijzen dat hij de naheffingsaanslag parkeerbelasting eerder heeft verzonden dan X stelt, omdat hij geen verzendadministratie heeft. De naheffingsaanslag blijft wel in stand, omdat X onvoldoende parkeerbelasting heeft voldaan. Klik hier om verder te lezen.

Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht ondanks AVG-bezwaren.

Hof Den Haag oordeelt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd, ondanks bezwaren van X over schending van de AVG. De heffingsambtenaar heeft voldoende bewijs geleverd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen [Art. 80a lid 1 Wet RO].

In hoger beroep stelt X onder andere dat zijn gegevens zijn verwerkt in strijd met de AVG. In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd en of de verwerking van gegevens in strijd is met de AVG.

Hof Den Haag (V-N 2025/27.1.7) oordeelt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd. De heffingsambtenaar heeft voldoende bewijs geleverd dat X op de locatie heeft geparkeerd zonder parkeerbelasting te voldoen. De door de heffingsambtenaar overgelegde bewijsmiddelen, waaronder foto’s en gps-coördinaten, maken dit aannemelijk. Het hof stelt verder dat, hoewel de verwerking van gegevens mogelijk in strijd is met de AVG, dit niet leidt tot vernietiging van de naheffingsaanslag. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

Klik hier om verder te lezen: ECLI:NL:HR:2026:252, Hoge Raad, 25/01355.

Overmacht door storing website bij aanmelding parkeervergunning: naheffingsaanslag vernietigd.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen parkeerbelasting hoeft te betalen nadat een storing op de gemeentelijke website het aanmelden met een bedrijfsparkeervergunning verhindert. De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag.

Forensenbelasting

Forensenbelasting is verschuldigd ondanks toeristenbijdrage-overeenkomst.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X forensenbelasting verschuldigd is over haar stacaravan. De bestaande toeristenbijdrage-overeenkomst via de VvE en het ontbreken van verhuuractiviteit nemen het belastbare feit niet weg.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat art. 223 Gemw en de lokale verordening de gemeente de bevoegdheid geven om forensenbelasting te heffen als X meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houdt zonder hoofdverblijf in de gemeente. X voldoet aan deze voorwaarden. De toeristenbijdrage-overeenkomst ziet alleen op toeristenbelasting en beperkt de forensenbelasting niet.

Reclamebelasting

Kleur pand geldt als openbare aankondiging voor heffing reclamebelasting.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de geelgekleurde delen van het pand van X BV een openbare aankondiging vormen en terecht in de reclamebelasting worden betrokken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de gele kleur onderdeel is van de huisstijl van X BV, overeenkomt met de kleur in logo’s en handelsnamen en herkenbaar is voor het publiek. Hierdoor vormt deze kleurstelling, samen met andere bedrijfsuitingen, een tot het publiek gerichte mededeling zichtbaar vanaf de openbare weg.

Leges

Onjuiste bezoekerscapaciteit leidt tot verlaging leges voor evenementen.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar bij het opleggen van de legesvergunning aanvraag evenementenvergunning is uitgegaan van de verkeerde bezoekerscapaciteit.

In beroep is in geschil of de heffingsambtenaar op grond van de legesverordening terecht en tegen het juiste tarief leges heft voor de aanvraag.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar bij het opleggen van de legesvergunning aanvraag evenementenvergunning is uitgegaan van de verkeerde bezoekerscapaciteit. Verder mag de heffingsambtenaar per evenement leges heffen, ook als de burgemeester daarvoor één vergunningenbesluit neemt.

Leges voor B&B ten onrechte berekend op bouwkosten nieuwbouwwoning.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar de leges voor een omgevingsvergunning voor een bed & breakfast niet mag berekenen op basis van bouwkosten van een nieuwbouwwoning. De heffingsambtenaar moet de leges opnieuw vaststellen op basis van zorgvuldig geraamde verbouwingskosten.

X dient op grond van de Wabo een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor wijziging van het gebruik van zijn woning naar wonen en bed & breakfast. X stelt beroep in. In geschil is of de heffingsambtenaar bij het vaststellen van leges voor de omgevingsvergunning de bouwkosten van een nieuwbouwwoning mag hanteren in plaats van verbouwingskosten.

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar de leges ten onrechte berekent aan de hand van bouwkosten van een nieuwbouwwoning, terwijl de aanvraag uitsluitend ziet op verbouwing van een bestaand pand. De inspecteur handelt hierdoor in strijd met het motiveringsbeginsel van art. 3:46 Awb.

Afvalstoffen- en rioolheffingen

Woningeigenaar ook bij eventueel gebruik van afvalcontainer door derden belastingplichtig voor afvalstoffenheffing.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X belastingplichtig is voor iedere leging van de aan zijn woning gekoppelde afvalcontainer, ook indien deze mogelijk door derden is gebruikt.

Belanghebbende, X, is eigenaar van een woning in de gemeente Helmond. Voor het jaar 2021 is aan hem een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd, gebaseerd op 27 geregistreerde ledigingen van een restafvalcontainer. Daarbij zijn op drie dagen telkens twee ledigingen op één dag geregistreerd. X betwist de aanslag en voert aan dat sprake is van dubbeltellingen, dat de container mogelijk door derden is gebruikt en dat het recht op inzage en het motiveringsbeginsel zijn geschonden.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X belastingplichtig is voor iedere lediging van de aan zijn woning gekoppelde afvalcontainer, ook indien deze mogelijk door derden is gebruikt. De omstandigheid dat een ander de container zou hebben aangeboden, laat onverlet dat X zelf belastingplichtige is en de heffing verschuldigd is. Het hof verwerpt het beroep van X op schending van art. 7:4 Awb en het motiveringsbeginsel.

Verordening niet onverbindend door marginale overschrijding opbrengstlimiet.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat een overschrijding van de opbrengstlimiet voor de rioolheffing met 0,25% verhoudingsgewijs verwaarloosbaar blijft. De verordening is niet onverbindend.

In de begroting 2015 staan geraamde baten van € 1.371.000 en geraamde lasten van € 1.367.000 exclusief BTW voor rioleringstaken. De heffingsambtenaar verstrekt in bezwaar en beroep diverse overzichten en specificaties van de geraamde lasten en baten. In geschil is of een marginale overschrijding van de opbrengstlimiet van de rioolheffing tot (partiële) onverbindendheid van de verordening leidt.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar met de overgelegde ramingen en toelichting aannemelijk maakt dat de door X betwiste posten reeds als lasten van de rioolheffing in de begroting zijn opgenomen. Door een onjuist toegepaste BTW-tarief op oudere investeringen vallen de lasten € 3681 te hoog uit, waardoor de geraamde opbrengst de limiet met 0,25% overschrijdt. De rechtbank oordeelt op basis van de arresten van de Hoge Raad, waaronder HR 10 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC3691, V-N 2009/18.37, dat een verhoudingsgewijs verwaarloosbaar kleine overschrijding geen (partiële) onverbindendheid veroorzaakt. De aanslag blijft in stand.

Drinkwaterbedrijf moet NAW-gegevens verstrekken aan gemeenten voor rioolheffing.

De voorzieningenrechter van Rechtbank Noord-Holland oordeelt in kort geding dat drinkwaterbedrijf PWN verplicht is de NAW-gegevens van haar klanten te verstrekken aan gemeenten voor de gemeentelijke belastingheffing.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen