De exceptieve toetsing krijgt steeds meer impact op gemeentelijke belastingverordeningen

1 april 2025

Inleiding

Het zal niemand zijn ontgaan dat in 2026 het zogenaamde ravijnjaar wordt voorspeld door gemeenten (zie ook ons eerdere artikel). Het is dan ook niet vreemd dat een groot aantal gemeenten druk bezig zijn met het maken van plannen om de (eventuele) val zoveel mogelijk te dempen. Dit kan door bezuinigingen door te voeren, maar ook om te beoordelen of de inkomsten geoptimaliseerd kunnen worden. Vanzelfsprekend behoort het beoordelen van de lokale belastingen tot één van deze mogelijkheden. Wellicht zijn belastingen of rechten nog niet kostendekkend, terwijl dit wel de wens is. Of misschien is er ruimte in het vaststellen van de belastingplicht door bijvoorbeeld de toeristenbelasting nog eens goed onder de loep te nemen of de precariobelasting of parkeerbelasting. 

Vanzelfsprekend kunnen gemeenten hierbij hun eigen beleid doorvoeren, mits daarbij bepaalde (fiscale) regels niet worden overtreden. Zo mag een gemeentelijke belasting niet gericht zijn op vermogen of winst. Daarnaast moet een verordening en de hierin opgenomen essentialia kenbaar zijn voor alle belanghebbenden, mag de verordening natuurlijk niet in tegenspraak zijn met eerdere verschenen jurisprudentie en moet de verordening voldoen aan hogere wetgeving, in casu de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 

Voorbeelden van deze beginselen zijn bijvoorbeeld: het zorgvuldigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, legaliteitsbeginsel, evenredigheidsbeginsel. Het beleid dat de gemeente heeft moet in een belastingverordening worden vastgelegd en zodoende ook voldoen aan deze beginselen. Nu is dit vanzelfsprekend niet veel nieuws. Maar toch zijn de afgelopen tijd een aantal verordeningen onverbindend verklaard, omdat zij niet voldeden aan één van bovengenoemde beginselen.

De exceptieve toetsing

De rechter toetst of een verordening voldoet aan de bovengenoemde beginselen. Dit is de zogenaamde exceptieve toetsing. De exceptieve toetsing gaat niet zover dat de rechter op de stoel van de wetgever (in dit geval de gemeente) gaat zitten, maar toetst wel of de gemeente bij het vastleggen van de verordening de algemene beginselen heeft toegepast. Dat kan alleen maar als de gemeente hieromtrent ook een toelichting heeft gegeven hoe omgegaan wordt met tariefstelling, welke uitgangspunten zijn gehanteerd en op welke wijze met belastingplichtigen is omgegaan. Als deze toelichting ontbreekt, dan kan de rechter niet toetsen of aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is voldaan en de rechter heeft al meerdere malen (forensenbelasting of de Advocaat-Generaal bij de OZB lasten in de gemeente Vlaardingen) geoordeeld dat in dat geval een zorgvuldige besluitvorming op grond van de Awb ontbreekt. Met als gevolg een verordening die onverbindend is.

Aandachtspunten gemeenten

Natuurlijk moet ten alle tijden een verordening die onverbindend is zoveel als mogelijk worden voorkomen. Daarom is een zorgvuldige en tijdige voorbereiding van de verordening van groot belang. Maar ook wanneer u juist de lokale belastingverordening in wenste te zetten als één van de middelen om mogelijk meer middelen binnen te halen, is dit natuurlijk zeer onwenselijk. Alle reden om aandacht te geven aan de verordeningen.

Een aantal tips die hierbij kunnen helpen:

  • Begin tijdig met de voorbereiding van de verordening.
  • Stem de inhoud van de verordening altijd af met de financiële afdeling en de afdeling beleid.
  • Geef de raad een artikelsgewijze toelichting op de verordening.
  • Neem contact op met uw fiscaal adviseur bij onduidelijkheid.

Meer weten?

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Wij praten u hier graag over bij. Neem contact op met onze specialist lokale belastingen Olga Menger of uw vaste aanspreekpunt. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws

Komende opleidingen