De leegstandsbelasting is in 2025 via een amendement geïntroduceerd tijdens de parlementaire behandeling van de Fiscale verzamelwet 2026. Het amendement werd op 23 september 2025 aangenomen en door de Eerste kamer aanvaard. In dit artikel leest u meer over de leegstandsbelasting.
Totstandkoming leegstandsbelasting
In Nederland staan meer dan 180.000 woningen leeg, waarvan 60.000 langer dan een jaar. Dit is erg onwenselijk in het licht van de huidige problematiek op de woningmarkt.
Uit een recente evaluatie van de Leegstandswet is gebleken dat de instrumenten – die zijn neergelegd in de Leegstandswet – onvoldoende effectief zijn en om die reden beperkt worden toegepast. Artikel 221a Gemeentewet kent de gemeente de bevoegdheid toe belasting te heffen op woningen die meer dan een jaar leegstaan. De wetgever beoogt daarmee de gemeenten meer handvatten te bieden om structurele leegstand aan te pakken.
Doel en reikwijdte van artikel 221a Gemeentewet
De leegstandsbelasting kan uitsluitend worden geheven van personen die aan het begin van het kalenderjaar de eigendom, het bezit of een beperkt recht hebben op woningen die minimaal twaalf maanden onafgebroken leegstaan (art. 1, onderdelen a en b, Leegstandwet). Overige vastgoedobjecten vallen hier dus per definitie niet onder.
Onder leegstand wordt verstaan: ‘het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn alsmede een gebruik dat de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van deze wet’ (art. 1 Leegstandwet).
Het is op voorhand niet zeker dat voor het begrip gebruik aangesloten moet worden bij het begrip gebruik zoals deze voor de OZB geldt.
Heffingsmaatstaf en tarief
Gemeenten krijgen de vrijheid om zowel de berekeningswijze van de heffing als de hoogte van het tarief naar eigen inzicht vast te stellen. Ze dienen het motiveringsbeginsel hierbij in acht te nemen. Het is aannemelijk dat er doorgaans aansluiting zal worden gevonden bij de heffingswijze van de OZB (percentage van een onroerende zaak), maar ook een vast bedrag, een progressief tarief wordt als voorbeeld genoemd.
Conclusie
Met de introductie van art. 221a Gemeentewet heeft de wetgever gemeenten een aanvullend fiscaal instrument gegeven om langdurige leegstand van woningen te bestrijden. Of dit instrument daadwerkelijk effectief is, hangt onder andere af van de wijze waarop gemeenten gebruik maken van de geboden beleidsruimte en hoe zij de belasting in hun verordening vorm zullen geven.
Voor eigenaren van langdurig leegstaande woningen betekent dit dat zij alert moeten zijn op lokale regelgeving en mogelijke financiële consequenties. Na enige tijd na invoering zal moeten blijken in hoeverre gemeenten de leegstandsbelasting daadwerkelijk gaan inzetten en of dit bijdraagt aan het terugdringen van de structurele leegstand op de woningmarkt.
Meer weten?
Als u vragen of opmerkingen heeft, dan kunt u contact opnemen met een van onze specialisten of uw vaste aanspreekpunt:
EB, Formeel & Lokale Middelen specialist Olga.menger@fiscaliade.nl of 06 123 44 782