Uitspraak Hoge Raad: IKB uitruil reiskosten niet gericht vrijgesteld na 12 maart 2020

28 januari 2026

De Hoge Raad heeft vrijdag 23 januari jl. uitspraak gedaan in de discussie over de vraag of doorbetaalde vaste reiskostenvergoedingen die zijn verkregen op basis van IKB-uitruil gedurende de coronaperiode ook onder het goedkeurende beleidsbesluit vallen en daarmee onbelast zijn. Eerdere jurisprudentie gaf een diffuus beeld. Met dit arrest lijkt er een einde te zijn gekomen aan de discussie. In dit artikel leest u hier meer over.

Waarop zien de procedures?

Volgens de Hoge Raad geldt de goedkeuring uit het Besluit van 14 maart 2020 (en latere besluiten) alleen voor vaste reiskostenvergoedingen die al voor 13 maart 2020 waren toegekend. Onder toekennen wordt in dit verband bedoeld dat de aanvraag voor IKB-uitruil voor die datum gedaan moest zijn. Reiskostenvergoeding die na deze datum zijn aangevraagd vallen niet onder de gegeven goedkeuring in het Besluit, aldus de Hoge Raad. Het arrest treft kunt u hier vinden: HR, 23-01-2026, nr. 24/02365. In dit nieuwbericht leggen wij uit wat deze uitspraak betekent en wat u nu kunt verwachten.

In eerdere nieuwsbriefartikelen hebben wij deze kwestie al vaker besproken. Samengevat zien de procedures op de discussie met de Belastingdienst op de uitbetaalde reiskostenvergoedingen gedurende de Corona jaren 2020 en 2021. Tijdens deze jaren werkten veel werknemers vanuit huis, als gevolg van de toenmalige lockdown. Het gevolg hiervan was dat er deze jaren over het algemeen veel minder reisbewegingen zijn gemaakt waardoor de (fiscale) vraag is of de gerichte vrijstelling wel kan worden toegepast of dat de uitbetaalde vaste netto reiskostenvergoedingen ten laste van de vrije ruimte van de WKR komen. In veel gevallen voldeed men namelijk niet meer aan het minimaal aantal reisdagen, een voorwaarde voor toepassing van de 214 dagenregeling die veelal aan de basis lag voor de berekening van de vaste reiskostenvergoeding.

Ten tijde van Corona heeft de Staatsecretaris van Financiën besluiten uitgevaardigd (hierna: Coronabesluiten), waarin deze onder voorwaarden een goedkeuring gaf dat een werkgever voor een vaste reiskostenvergoeding geen gevolgen hoeft te verbinden aan een wijziging in het reispatroon van een werknemer. Kortom, indien werkgever aan de voorwaarden voldeed, kon de vaste reiskostenvergoeding ongewijzigd worden voortgezet, ook indien er in de praktijk als gevolg van Corona niet of (veel) minder naar de werkplek werd gereisd. De vraag waar de Hoge Raad nu antwoord op heeft gegeven is of deze goedkeuring ook van toepassing is op situaties waarbij de vaste reiskostenvergoeding is verkregen middels IKB-uitruil, waarbij werknemers voorafgaand aan de uitruil een zogenoemd ‘vinkje’ (aanvraag) moest zetten.

Waarom wordt het onderscheid gemaakt tussen voor en na 13 maart 2020?

Op 12 maart 2020 kondigde het kabinet de eerste landelijke Coronamaatregelen aan, waarin onder andere werd opgeroepen om werknemers zoveel mogelijk thuis te laten werken. Enkele weken later, op 14 april 2020, verscheen het eerste Coronabesluit, dat met terugwerkende kracht vanaf 12 maart 2020 in werking trad. Daarin werd goedgekeurd “dat een werkgever gedurende de werking van dit besluit voor een vaste reiskostenvergoeding geen gevolgen verbindt aan een wijziging in het reispatroon van een werknemer”.

Op 16 juni 2020 werd dit Coronabesluit ‘verduidelijkt’ (gepubliceerd op 18 juni 2020). De goedkeuring gold alleen voor vaste reiskostenvergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had gekregen. Dit is verduidelijkt met een voorbeeld. Op basis van dit besluit nam de Belastringdienst in de praktijk het standpunt in dat de goedkeuring enkel gold voor werknemers die uiterlijk op 12 maart 2020 de keuze hebben gemaakt om het IKB-budget in te zetten voor een vaste reiskostenvergoeding.

Eerdere uitspraken van de rechtbanken en gerechtshoven

In de verschillende procedures die zijn gestart kwam geen uniforme lijn naar voren over de toepassing van de goedkeuring in het Coronabesluit. Diverse rechtbanken, kwamen tot het oordeel dat de in het Coronabesluit opgenomen goedkeuring ook geldt voor reiskostenvergoedingen die na 13 maart 2020 via de IKB-uitruil zijn aangevraagd, waaronder de Rechtbank Noord-Nederland in dit arrest. Aan de andere kant waren er arresten met een compleet ander oordeel, zoals dit arrest. De Advocaat-Generaal (A-G) kwam in zijn conclusie (advies aan de Hoge Raad) tot een middenweg: de in het Coronabesluit opgenomen goedkeuring geldt voor de vaste reiskostenvergoedingen die werknemers voor 18 juni 2020 hebben aangevraagd. 18 juni 2020 betreft de publicatiedatum van het aangepaste Coronabesluit met daarin de eerdergenoemde ‘verduidelijking’.

Uitspraak Hoge Raad

Met de uitspraak van de Hoge Raad lijkt er nu een einde te komen aan de discussie over de toepassing van de goedkeuring uit het Coronabesluit bij IKB-besteding voor een vaste reiskostenvergoeding. Hoewel er nog enkele (grotendeels vergelijkbare) procedures lopen waarin de Hoge Raad haar oordeel nog moet geven, is onze verwachting dat dit niet zal leiden tot een andere uitkomst.

De Hoge Raad stelt dat bij de uitleg van de Coronabesluiten niet alleen rekening moet worden gehouden met de letterlijke tekst, maar ook naar de kenbare bedoeling van de regeling, zoals kan blijken uit de toelichting en de context. De Hoge Raad sluit bij haar oordeel aan bij het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam in deze zaak. Hierin werd geoordeeld dat de Coronabesluiten geen gerechtvaardigd vertrouwen wekten dat gemeenten geen loonheffingen verschuldigd waren over vaste reiskostenvergoedingen die na 12 maart 2020 zijn toegekend.
Dit betekent dat wanneer een werknemer na 12 maart 2020 heeft gekozen voor een vaste reiskostenvergoeding op basis van de 214-dagenregeling via IKB-uitruil, deze vergoeding niet gericht is vrijgesteld en er dus loonheffingen verschuldigd waren.

Hoe nu verder?

De uitspraak van de Hoge Raad leidt er voor deze gemeenten toe dat er geen (verdere) teruggaaf wordt verleend van reeds afgedragen loonheffingen. De zaak is hiermee voor deze gemeenten afgedaan. Wij verwachten dat de uitkomst in de andere, nog lopende procedures gelijk zal zijn.

Deze uitkomst kan voor organisaties die in 2020 en 2021 een vaste reiskostenvergoeding aan hun werknemers hebben uitbetaald via IKB-uitruil (cafetariaregelingen), leiden tot naheffingsaanslagen. Hoewel het kalenderjaar 2020 inmiddels (fiscaal) is verjaard, zijn er bij ons organisaties bekend waarbij de Belastingdienst ter behoud van rechten eind 2025 een naheffingsaanslag over 2020 heeft opgelegd. De Belastingdienst zal vermoedelijk handelen conform de uitkomst van het arrest van de Hoge Raad.

Voor 2021, toen er ook nog veelal vanuit huis werd gewerkt als gevolg van Corona, bestaat voor organisaties die de reisregeling niet (tijdig) hadden aangepast naar werkelijke reisdagen, ook het risico op naheffingsaanslagen. Wij adviseren daarom om zekerheidshalve in kaart te brengen hoe de reisregeling (en IKB-uitruil) er in 2021 uitzag en werd toegepast en wat de mogelijke effecten van de uitspraak van de Hoge Raad voor uw organisatie kunnen zijn.

Mocht uw organisatie te maken krijgen met een naheffingsaanslag of vragen hebben over de toepassing van de IKB-uitruil van de vaste reiskostenvergoeding, neem dan gerust contact met ons.

Meer weten?

Neem contact op met specialist Loonheffingen Remco Bosma of uw vaste aanspreekpunt. 

Remco Bosma
Senior specialist Loonheffingen & Sociale Verzekeringen, Expert DHT/TCF

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen