De Raad van State oordeelt: bewegingsonderwijs valt niet onder de SPUK-regeling stimulering sport.

28 januari 2026

De Raad van State heeft geoordeeld dat bewegingsonderwijs niet onder de SPUK Sport valt. In dit nieuwsbericht bespreken we de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State inzake de SPUK sport en de gevolgen van deze uitspraak voor de praktijk.

Achtergrond

Een aantal gemeenten stelde dat de kosten omtrent bewegingsonderwijs wél onder de SPUK-sportvrijstelling vallen. Zij wezen erop dat scholen voor 2019 btw betaalden over het gebruik van sportaccommodaties, maar dat dit na de verruiming van de btw-sportvrijstelling niet meer het geval is. Volgens deze gemeenten moet de SPUK sportregeling de financiële gevolgen van deze wijziging opvangen. De recente uitspraken van de Raad van State maken echter duidelijk dat dit niet geldt voor kosten die samenhangen met bewegingsonderwijs.

Oordeel Raad van State

De Raad van State is van mening dat de SPUK een op zichzelf staande regeling met een eigen reikwijdte en regels is. Het staat de minister vrij om de keuze te maken de verhuur van sportaccommodaties voor het geven van bewegingsonderwijs niet onder de SPUK te laten vallen. Zie de toelichting op de SPUKsportregeling

De minister heeft, door in de toelichting te vermelden dat alleen activiteiten die onder de verruiming van de btw-sportvrijstelling vallen in aanmerking komen, voldoende gemotiveerd waarom bewegingsonderwijs niet in aanmerking komt voor de btw-sportvrijstelling en daarmee dus ook niet voor de SPUK. 

In de toelichting van de minister werd namelijk duidelijk dat hij zoveel mogelijk heeft willen aansluiten bij de definities uit de btw-regelgeving. Hierin wordt het begrip sport onderscheiden van het begrip lichamelijke opvoeding. Hieruit blijkt dat bewegingsonderwijs in de eerste plaats onderwijs is. De kosten die in het kader van onderwijs, zoals het ter beschikking stellen van sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs, vallen daarom onder de btw-onderwijsvrijstelling en niet onder de verruiming van de btw-sportvrijstelling.

Gevolgen voor de praktijk

Heeft u bezwaar ingediend tegen de SPUK-sport beschikking omdat het bewegingsonderwijs niet meegenomen werd? U zult dan moeten beslissen of u het bezwaar wilt voortzetten of wilt intrekken. Naar onze mening is verdere voortzetting van het bezwaar alleen zinvol als u ook andere overwegingen heeft dan bewegingsonderwijs.

Uitgaven voor bewegingsonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs vallen niet onder de SPUKsportregeling. Dit geldt voor zowel eerdere jaren als toekomstige uitgaven. Dit was voor de recente boekjaren al duidelijk omdat de SPUK-regeling tekstueel was aangescherpt. Met deze uitspraak is nu ook duidelijk dat dit voor de eerdere jaren geldt. Investeringen en exploitatiekosten van nieuwe of bestaande sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs vallen buiten deze SPUK-regeling.

Het meenemen van deze uitsluiting in financiële berekeningen voorkomt onverwachte kosten voor de gemeente. Wanneer hiermee geen rekening wordt gehouden, kunnen er financiële tegenvallers of tekorten in de exploitatie ontstaan.

Met de volledige uitsluiting van onderwijs blijkt toch dat de SPUK niet altijd neutraal uitvalt in relatie tot de btw-belaste exploitatie. In die zin kan de uitspraak reden zijn om nader te onderzoeken of de exploitatievorm van sport met toepassing van de SPUK voor de gemeente de optimale vorm is. Een alternatief dat onderzocht kan worden is om gebruik te maken van een commercieel sportbedrijf. Dit heeft met name een positief effect op investeringen in sportaccommodaties met zowel onderwijs- als sportgebruik.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de SPUK-regelingen en de impact van de uitspraak op uw organisatie? Aarzel dan niet om contact op te nemen met onze specialisten Olga Menger of Nikita Brameijer of uw vaste aanspreekpunt. Wij helpen u graag!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4. Verantwoording

In de verantwoording komen we bij het laatste deel van de P&C cyclus, namelijk de jaarstukken. Het college legt verantwoording af aan de raad over het gevoerde beleid. Realisatie en coördinatie van de jaarstukken, maar ook de accountantscontrole, zijn altijd piekmomenten in het jaar. Wij kunnen hier veel voor u betekenen.  

3. Beheersing & Toezicht

Sinds 2023 moet het college een rechtmatigheidsverklaring afgeven aan de raad. Het is hierdoor extra urgent geworden om de interne beheersing goed voor elkaar te hebben. Een goed ingericht risico- en procesmanagement. Hier zit een hele wereld achter om als organisatie in control te komen. Wij helpen u hiermee graag verder. 

2. Sturing & informatie

Onder sturing & informatie vallen de financiële producten van de planning & control cyclus. Dus de begroting en de tussenrapportages. De kadernota valt hier deels onder, maar past meer onder kaders & beleid. Wij kunnen u begeleiden in de totale P&C cyclus. Realisatie, coördinatie & doorontwikkeling. 

1. Kaders & beleid

De kadernota is de opmaat voor een begroting. Het college kan hier samen met de raad een start maken met nieuw beleid. Wij kunnen u begeleiden met de realisatie van de kadernota. Maar ook bij het doorrekenen van scenario’s en risico’s. Advisering over haalbaarheid en strategische keuzes. En tot slot kunnen wij u ook ondersteunen bij de actualisatie van financiële verordeningen en nota’s.

Laatste nieuws

Komende opleidingen