De Raad van State heeft geoordeeld dat bewegingsonderwijs niet onder de SPUK Sport valt. In dit nieuwsbericht bespreken we de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State inzake de SPUK sport en de gevolgen van deze uitspraak voor de praktijk.
Achtergrond
Een aantal gemeenten stelde dat de kosten omtrent bewegingsonderwijs wél onder de SPUK-sportvrijstelling vallen. Zij wezen erop dat scholen voor 2019 btw betaalden over het gebruik van sportaccommodaties, maar dat dit na de verruiming van de btw-sportvrijstelling niet meer het geval is. Volgens deze gemeenten moet de SPUK sportregeling de financiële gevolgen van deze wijziging opvangen. De recente uitspraken van de Raad van State maken echter duidelijk dat dit niet geldt voor kosten die samenhangen met bewegingsonderwijs.
Oordeel Raad van State
De Raad van State is van mening dat de SPUK een op zichzelf staande regeling met een eigen reikwijdte en regels is. Het staat de minister vrij om de keuze te maken de verhuur van sportaccommodaties voor het geven van bewegingsonderwijs niet onder de SPUK te laten vallen. Zie de toelichting op de SPUKsportregeling.
De minister heeft, door in de toelichting te vermelden dat alleen activiteiten die onder de verruiming van de btw-sportvrijstelling vallen in aanmerking komen, voldoende gemotiveerd waarom bewegingsonderwijs niet in aanmerking komt voor de btw-sportvrijstelling en daarmee dus ook niet voor de SPUK.
In de toelichting van de minister werd namelijk duidelijk dat hij zoveel mogelijk heeft willen aansluiten bij de definities uit de btw-regelgeving. Hierin wordt het begrip sport onderscheiden van het begrip lichamelijke opvoeding. Hieruit blijkt dat bewegingsonderwijs in de eerste plaats onderwijs is. De kosten die in het kader van onderwijs, zoals het ter beschikking stellen van sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs, vallen daarom onder de btw-onderwijsvrijstelling en niet onder de verruiming van de btw-sportvrijstelling.
Gevolgen voor de praktijk
Heeft u bezwaar ingediend tegen de SPUK-sport beschikking omdat het bewegingsonderwijs niet meegenomen werd? U zult dan moeten beslissen of u het bezwaar wilt voortzetten of wilt intrekken. Naar onze mening is verdere voortzetting van het bezwaar alleen zinvol als u ook andere overwegingen heeft dan bewegingsonderwijs.
Uitgaven voor bewegingsonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs vallen niet onder de SPUKsportregeling. Dit geldt voor zowel eerdere jaren als toekomstige uitgaven. Dit was voor de recente boekjaren al duidelijk omdat de SPUK-regeling tekstueel was aangescherpt. Met deze uitspraak is nu ook duidelijk dat dit voor de eerdere jaren geldt. Investeringen en exploitatiekosten van nieuwe of bestaande sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs vallen buiten deze SPUK-regeling.
Het meenemen van deze uitsluiting in financiële berekeningen voorkomt onverwachte kosten voor de gemeente. Wanneer hiermee geen rekening wordt gehouden, kunnen er financiële tegenvallers of tekorten in de exploitatie ontstaan.
Met de volledige uitsluiting van onderwijs blijkt toch dat de SPUK niet altijd neutraal uitvalt in relatie tot de btw-belaste exploitatie. In die zin kan de uitspraak reden zijn om nader te onderzoeken of de exploitatievorm van sport met toepassing van de SPUK voor de gemeente de optimale vorm is. Een alternatief dat onderzocht kan worden is om gebruik te maken van een commercieel sportbedrijf. Dit heeft met name een positief effect op investeringen in sportaccommodaties met zowel onderwijs- als sportgebruik.
Meer weten?
Wilt u meer weten over de SPUK-regelingen en de impact van de uitspraak op uw organisatie? Aarzel dan niet om contact op te nemen met onze specialisten Olga Menger of Nikita Brameijer of uw vaste aanspreekpunt. Wij helpen u graag!