Organisaties met een convenant Horizontaal Toezicht (hierna: HT) hebben in 2025 vaak in volledige openheid en transparantie informatie over hun inhuurbestand gedeeld en besproken met de Belastingdienst. Doel: toewerken naar een organisatie zonder schijnzelfstandigen. Deze openheid hangt nu als het zwaard van Damocles boven het hoofd van deze organisatie, omdat de Belastingdienst verwacht dat correctieberichten worden ingediend voor arbeidsrelaties die kwalificeren als schijnzelfstandigen. Organisaties met een HT convenant krijgen als eerste te maken met deze correctieverplichting met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. In dit nieuwbericht gaan wij nader in op deze recente ontwikkelingen.
Correctieverplichting voor schijnzelfstandigen
In een eerder nieuwsbericht in december jl. bespraken wij de koerswijziging van de Belastingdienst ten aanzien van schijnzelfstandigheid en de invloed die dat heeft op organisaties die (willen) deelnemen aan het HT. In dit nieuwsbericht informeerden wij u dat de Belastingdienst van HT-organisaties verwacht dat zij correctieberichten indienen wanneer zij zelfstandigen inhuren die (mogelijk) schijnzelfstandig zijn en die in 2025 bij de organisatie werkzaamheden hebben verricht. Hierbij wordt verwezen naar de opheffing van het handhavingsmoratorium per 2025, waarbij de Belastingdienst weer handhavend kon optreden richting organisaties. Dit laat onverlet dat veel organisaties het afgelopen jaar tijdens (voortgangs)gesprekken de indruk hebben gekregen dat zij op de juiste weg waren en dat (ook) 2025 als een overgangsjaar zou worden behandeld.
Correctieberichten met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025
Hoewel een landelijke uniforme werkwijze nog niet zeker is, eist de Belastingdienst correctieberichten van organisaties per 2025. Dit standpunt geldt natuurlijk ook als de Belastingdienst hier (nog) niet expliciet om heeft verzocht. De komende periode zal de Belastingdienst met een aanpak komen waarbij (uiteindelijk) alle (semipublieke) werkgevers worden bezocht. Als sprake is van schijnzelfstandigheid, moet de organisatie de schijnzelfstandige(n), met terugwerkende kracht naar 1 januari 2025, als werknemer voor de loonheffingen behandelen.
Organisatie met een convenant Horizontaal Toezicht
De correctieverplichting wordt in de praktijk als eerste opgelegd bij organisaties die onder HT vallen, omdat deze organisaties proactief informatie hebben gedeeld en periodieke (voortgangs)gesprekken met de Belastingdienst hebben. Juist HT-organisaties hebben het afgelopen jaar vanuit de principes van HT: vertrouwen, begrip en transparantie met de Belastingdienst over dit thema gesprekken gevoerd Zij hebben vaak hun inhuurbestand in kaart gebracht en beleid opgesteld om (mogelijke) schijnzelfstandigheid volledig af te bouwen. Deze openheid lijkt nu echter tot gevolg te hebben dat met name HT-organisaties als eerste worden geconfronteerd met correctieverplichtingen, terwijl op basis van gesprekken veelal de indruk bestond dat 2025 (ook) als overgangsjaar behandeld zou worden en dat ook na opheffing van het handhavingsmoratorium (enige) coulance zou worden betracht indien organisaties concreet en actief aan de slag waren met het dossier inhuur.
Een beroep op het vertrouwensbeginsel, een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur waarbij een organisatie zich mag beroepen op vertrouwen op basis van een toezegging of gedraging van de Belastingdienst, heeft echter naar onze mening slechts een beperkte kans van slagen. Immers, formeel is het handhavingsmoratorium vervallen per 2025 en kan de Belastingdienst weer handhavend optreden. Ook zien wij dat er in de regel geen concrete (schriftelijke) toezeggingen gedaan zijn waar een organisatie zich op kan beroepen.
Hoe nu verder?
Wij raden organisaties nogmaals aan om met urgentie na te gaan of er sprake is van (potentiële) schijnzelfstandigen bij de inhuur van directe zzp’ers vanaf 2025. De verwachting is immers dat dit thema (op termijn) op de agenda zal staan bij een bedrijfsgesprek danwel een (schriftelijke) uitvraag door de Belastingdienst in de komende periode.
Bij (evidente) schijnzelfstandigheid moet vervolgens een afweging gemaakt worden. Enerzijds kan de organisatie naar de toekomst toe de bestaande werkwijze beëindigen danwel overgaan tot inhouding en afdracht van loonheffingen via de salarisadministratie. Voor de periode tot 1 januari 2025 zal de Belastingdienst zich in deze situaties op het standpunt stellen dat (alsnog) correctieberichten moeten worden ingediend.
Met betrekking tot het verleden geldt, ook voor HT-organisaties, dat correctieverplichtingen zullen worden opgelegd voor de situatie waarin evident sprake is van schijnzelfstandigheid.
Onze ervaring is dat (HT-)organisaties doorgaans vanuit voorzichtigheid en risicobeperking een strenge beoordeling hebben uitgevoerd op de bij he werkzame zelfstandigen waardoor mogelijk ook arbeidsrelatie als (potentieel) schijnzelfstandig zijn aangemerkt waarbij in de praktijk (ook) argumentatie aanwezig is voor het standpunt dat géén sprake is van een (hoog) risico.
Wij adviseren organisaties met deze blik nogmaals de (direct) ingehuurde zelfstandigen tegen het licht te houden op basis van de bekende beoordelingscriteria. Immers, hier zullen mogelijk ook arbeidsrelaties tussen zitten die niet zonder meer schijnzelfstandig zijn. Opdrachten die als potentieel schijnzelfstandig zijn aangemerkt, vertonen mogelijk kenmerken van zowel een arbeidsovereenkomst als van een overeenkomst van opdracht (zelfstandigheid).
Zoals gezegd, voor situaties die zonder gerede twijfel als schijnzelfstandigheid worden aangemerkt, zal de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat correctieberichten vanaf 1 januari 2025 moeten worden ingediend. Desgewenst denken en kijken wij graag met u mee!
Meer weten?
Neem contact op met specialist Loonheffingen Remco Bosma of uw vaste aanspreekpunt.