De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 geoordeeld over het belastingrentepercentage dat wordt toegepast binnen de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). In de voorliggende zaak werd in het betwiste boekjaar 8% belastingrente voor de Vpb geheven, terwijl dit voor de andere belastingen 4% was. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hogere belastingrente percentage voor de Vpb in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
Uitspraken
In eerste aanleg stelde de rechtbank dat het gehanteerde rentepercentage van 8%, dat twee keer zo hoog was als voor andere belastingen, onvoldoende onderbouwd was en in strijd was met de algemene rechtsbeginselen. Volgens de rechtbank heeft de wetgever geen goede argumenten geleverd voor dit verschil. Tegen deze zaak is sprongcassatie aangetekend waardoor de zaak niet is behandeld door een Gerechtshof.
De Hoge Raad heeft de uitspraak van de rechtbank in cassatie bevestigt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hogere belastingrentepercentage voor bedrijven inderdaad in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Het verschil met de lagere belastingrente binnen andere belastingsoorten kon volgens de Hoge Raad onvoldoende gerechtvaardigd worden.
Gevolgen voor de praktijk
Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk? Naar aanleiding van de uitspraak in eerste aanleg is door veel belastingplichtigen bezwaar ingediend tegen de hogere belastingrente. De Staatssecretaris van Financiën heeft hierbij alle bezwaren tegen de hogere belastingrente benoemd tot massaal bezwaar. Hierdoor heeft de uitspraak directe gevolgen voor elke belastingplichtige die tijdig bezwaar heeft ingediend tegen de hogere belastingrente die is opgenomen in de Vpb-aanslagen. De belastingrente zal verlaagd gaan worden naar het lagere percentage van de andere heffingen. Afhankelijk van het boekjaar varieert dit feitelijke verschil.
De inspecteur zal één uitspraak doen op alle bezwaren die zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Dit betekent indien u tijdig bezwaar heeft ingediend tegen de hogere belastingrente dat het bezwaar zal worden toegewezen en het belastingrentepercentage zal worden verlaagd naar het lagere belastingrentepercentage van het betreffende jaar.
Geen tijdig bezwaar ingediend?
Mocht u geen tijdig bezwaar hebben ingediend tegen de hogere belastingrente, dan kunt u overwegen om een verzoek tot ambtshalve vermindering aan te vragen. In beginsel zal de uitspraak niet leiden tot ambtshalve vermindering, maar hier kan de Staatssecretaris een ander besluit in nemen. Of de Staatssecretaris dit zal doen is nog niet bekend. Gelet op de financiële impact van een zodanig besluit, verwachten we dit niet. Het is wel belangrijk om nieuwe aanslagen goed te controleren op belastingrente. Dit is niet altijd zichtbaar op de definitieve aanslag. Controleer dus ook voorlopige aanslagen op eerder in rekening gebrachte belastingrente.
Indien de bezwaartermijn voor een aanslag nog loopt, adviseren wij u om alsnog bezwaar in te dienen tegen de hogere belastingrente. Hierdoor loopt u geen risico dat u afhankelijk bent van een ambtshalve vermindering. Bij bestaande bezwaren bestaat er de mogelijkheid om het bezwaar aan te vullen. Dit is met name interessant voor de gemeenten waarvan de (pro forma) bezwaren omtrent reclame nog lopen.
Meer weten?
Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan contact op met Dido Westrik of uw vaste aanspreekpunt.