De Belastingdienst heeft een kennisgroepstandpunt gepubliceerd omtrent begraven. Centraal staat de vraag of dergelijke activiteiten belast zijn voor de vennootschapsbelasting of dat de zogeheten overheidstakenvrijstelling kan worden toegepast.
Inleiding
Naar aanleiding van een verzoek van ons kantoor namens een gemeente heeft de kennisgroep binnen de Belastingdienst een standpunt ingenomen omtrent de vraag of de activiteiten van een gemeente op en rondom de gemeentelijke begraafplaats belast zijn met Vpb. Meer specifiek kwam de vraag aan de orde of de overheidstakenvrijstelling van toepassing is op voordelen behaald met:
a) het gelegenheid geven tot begraven op de gemeentelijke begraafplaats;
b) overige werkzaamheden en dienstverlening op deze begraafplaats; en
c) het aanbieden van diensten in een naastgelegen rouwcentrum.
Standpunt Belastingdienst
De kennisgroep van de Belastingdienst is allereerst van oordeel dat de activiteiten waarbij er gelegenheid wordt gegeven tot begraven op de gemeentelijke begraafplaats (a) kunnen worden aangemerkt als activiteiten verricht in verband met de uitoefening van de in de Wet op de Lijkbezorging vastgelegde overheidstaak. Of het resultaat dat behaald wordt met deze activiteiten ook is vrijgesteld van Vpb op grond van de overheidstakenvrijstelling, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de gemeente met deze activiteiten feitelijk in concurrentie treedt met private ondernemers. Het is aan de behandelend inspecteur om te beoordelen of hiervan in de voorgelegde casus sprake is.
Voor wat betreft de overige activiteiten: overige werkzaamheden en dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaats (b) en het aanbieden van diensten in een naastgelegen rouwcentrum (c) is de kennisgroep van oordeel dat deze activiteiten geen basis vinden in een wettelijke overheidstaak of publiekrechtelijke bevoegdheid. Om die reden is de overheidstakenvrijstelling voor die activiteiten niet van toepassing. Hiervoor geldt dus dat deze activiteiten bij toetsing belast kunnen zijn zonder vrijstelling als wordt voldaan aan de winsttoets en/of meer dan normaal vermogensbeheer.
Verschil met omzetbelasting
Opvallend is dat de Belastingdienst voor de Vpb een andere lijn bij begraven kiest dan voor de omzetbelasting. Voor de omzetbelasting is het standpunt van de Belastingdienst juist dat een gemeente bij de uitgifte tegen vergoeding van grafrechten op een gemeentelijke begraafplaats niet handelt als overheid, hetgeen overigens in een eerder arrest door de Hoge Raad is bevestigd. Hier verschilt de Vpb dus met de omzetbelasting.
Voor de omzetbelasting betekent het dat er bij het handelen van een overheidslichaam in verband met een wettelijke taak niet per definitie ook sprake is van handelen als overheid. Indien de gemeente werkzaamheden uitvoert die ook uitgevoerd zouden kunnen worden door private ondernemers, is er geen sprake van het handelen als overheid. Voor de omzetbelasting is dus vereist dat er sprake is van de zogeheten overheidsprerogatieven. Bij de Vpb speelt dit niet en wordt een ruimere benadering gehanteerd. Voor de overheidstakenvrijstelling moet niet gekeken worden naar potentiële, maar naar de feitelijke concurrentie.
Feitelijke concurrentie
Of er sprake is van feitelijke concurrentie zal in de praktijk per casus moeten worden beoordeeld. Beoordeeld zou moeten worden of in de nabijheid van de gemeentelijke begraafplaats ook andere rechtspersonen, natuurlijke personen of kerkgenootschappen gelegenheid geven tot begraven/grafrechten uitgeven op (niet gemeentelijke) bijzondere begraafplaatsen. Wanneer een dergelijke begraafplaats daadwerkelijk in concurrentie treedt met de gemeentelijke begraafplaats wordt verder niet in de wet omgeschreven evenmin in het kennisgroepstandpunt. Dit is door de wetgever bewust open gelaten (open norm). Dit zou per geval bekeken moeten worden en zo nodig afgestemd kunnen worden met de behandelend Vpb inspecteur. Overigens merken wij op dat in onze casus er wel degelijk begraven mogelijk was bij enkele kerken. Dit had echter geen publieke functie waardoor de vrijstelling ook feitelijk kan worden toegepast.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Hoewel er in de praktijk nog steeds vragen blijven over de precieze reikwijdte van het begrip “gelegenheid geven tot begraven” en de feitelijke concurrentie, biedt dit kennisgroepstandpunt wel wat meer duidelijkheid over begraven en de Vpb. Na het arrest van de Hoge Raad omtrent grafrechten en omzetbelasting, bestond er de vrees dat de Belastingdienst deze lijn ook zou doortrekken richting de Vpb. Dit is echter niet het geval. Voor gemeenten is dit kennisgroepstandpunt daarom ook overwegend goed nieuws.
Meer weten?
Wilt u meer weten over dit onderwerp, Neem dan contact op met één van onze Vpb-specialisten Dido Westrik of Arjan Nijboer.