Hof Amsterdam: Gemeente is Vpb-plichting voor reclameactiviteiten

5 maart 2025

Hof Amsterdam is het eens met Rechtbank Noord-Holland dat de reclameactiviteiten zelfstandig dienen te worden getoetst aan de criteria voor ondernemerschap. Men komt tot het oordeel dat sprake is van een onderneming en daarmee Vpb-plicht voor de gemeente. Er is geen sprake van normaal vermogensbeheer en de overheidstakenvrijstelling is niet van toepassing.

Inleiding

In de afgelopen periode hebben wij in nieuwsberichten vaker bericht over gerechtelijke uitspraken inzake reclameactiviteiten van gemeenten. Dit waren positieve en minder positieve uitspraken. De onderhavige uitspraak van het Hof Amsterdam van 7 januari 2025 kan voor gemeenten aan de minder positieve uitspraken worden toegevoegd. Zie hier ons vorige nieuwsbericht inzake reclameactiviteiten.

Hof Amsterdam

De onderhavige zaak betreft een gemeente die verschillende objecten in de openbare ruimte heeft. Denk hierbij aan: grond, lichtmasten, trammasten, verkeersregelkasten en tramkasten bezit. Ze sluit overeenkomsten voor het plaatsen en/of exploiteren van reclameobjecten op deze gemeentelijke eigendommen. Reclame-exploitanten kunnen zo hun advertenties in de openbare ruimte tonen.

In geschil is of de gemeente voor de Wet Vpb een onderneming drijft, deze zelfstandig dienen te worden getoetst aan de criteria van ondernemerschap en of bij de aanwezigheid van een onderneming de overheidstakenvrijstelling van toepassing is.

Met de Rechtbank is het Hof van oordeel dat de activiteit van belanghebbende zelfstandig dient te worden getoetst aan de criteria voor het ondernemerschap en niet tezamen met de activiteiten betreffende “het beheer van de openbare ruimte”.

Vervolgens oordeelt het Hof dat belanghebbende zich gedraagt als ondernemer. Een belegger zou uitsluitend zijn vermogensbestanddelen ter beschikking van derden stellen tegen verschuldigdheid van een vergoeding. De gemeente doet volgens het Hof meer dan dat. Aldus vormen de reclameactiviteiten van belanghebbende een materiële onderneming. De stelling van de gemeente dat sprake is van normaal vermogensbeheer slaagt niet.

Het Hof verwerpt verder de stelling van de gemeente dat de overheidstakenvrijstelling van artikel 8e, lid 1, aanhef en letter b, Wet VpB 1969 op de reclameactiviteiten van toepassing is.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Het Hof is van oordeel dat activiteiten betreffende reclameactiviteiten kwalificeren als een Vpb-plichtige activiteit. De uitspraak en overwegingen van de Rechtbank worden grotendeels gevolgd. Nog steeds blijft een eventueel eindoordeel daarom afhankelijk van de twee nog lopende cassatieberoepen bij de Hoge Raad. 

Meer weten?

Wilt u meer weten over dit onderwerp of als wij uw organisatie hierbij behulpzaam kunnen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met:
Vpb specialist Arjan.nijboer@fiscaliade.nl of 06 – 820 19257
Vpb specialist Wilmer.visscher@fiscaliade.nl of 06 – 465 90015

Arjan Nijboer
Wilmer Visscher
Wilmer Visscher
Senior specialist Vpb, specialist inhuur & Wet DBA

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste nieuws

Komende opleidingen