Mobiel menu openen
  • Maak kennis met onze fiscalisten uit de praktijk

    MEER INFO
  • Verbetering van uw fiscale positie komt niet van buitenaf maar van binnenuit

    MEER INFO
  • Fiscaliteit gericht op de verbetering van kennis van uw organisatie

    MEER INFO
  • Een praktische vertaling van uw adviesvragen naar uw praktijk

    MEER INFO

Nieuwe herzieningsregels diensten

Herziening van ook op diensten per 1-1-2018

Op 18 mei 2017 is door het Ministerie van Financiën een internetconsultatie geopend over de uitbreiding van de btw-herzieningsregels voor zogenoemde kostbare diensten. Tot nu toe zijn de btw-herzieningsregels alleen van toepassing op leveringen (roerende en onroerende goederen).

Het ministerie is voornemens om de btw- herzieningsregels uitbreiden door deze ook van toepassing te laten zijn op ingrijpende diensten. Dit zijn diensten die doorgaans op de balans worden geactiveerd en waarop voor de VPB en/of Inkomstenbelasting wordt afgeschreven (of kan worden afgeschreven). Dit zijn diensten zoals bijvoorbeeld een verbouwing aan een pand, of IT software diensten. Overigens is de activeringsgrens voor de VPB en inkomstenbelasting € 450 (!).

Voor deze “’ingrijpende’’ diensten aan onroerende zaken betekent dat dat deze gedurende het boekjaar van ingebruikname en de daaropvolgende negen boekjaren worden gevolgd. De overige investeringsdiensten worden gevolgd tot en met het vierde boekjaar na de ingebruikname. Indien bijvoorbeeld de gemeente binnen deze herzieningstermijn ingrijpende diensten of leveringen gaat verkopen en/of voor andere doelen gebruiken dan bij aankoop, dan kan het zijn dat de btw welke is verrekend bij de aankoop pro rata herzien moet worden.

Aan te raden is om jaarlijks te beoordelen of er een wijziging in het belast/vrijgesteld gebruik van de investeringsdienst is geweest. Bij een wijziging in de aanwending van meer dan 10% moet de eerder in de aangifte afgetrokken btw worden gecorrigeerd. Dat kan leiden tot een btw-teruggave (wanneer het btw-belaste gebruik toeneemt) of een extra betaling van btw (wanneer het btw-vrijgestelde gebruik toeneemt). Deze wijziging betekent ook extra administratieve werkzaamheden omdat deze ingrijpende diensten op vastgoed 10 jaar en overige ingrijpende diensten 5 jaar gevolg moeten worden in gebruik. Je kunt daarnaast ook meerdere herzieningsregelingen per onroerende zaak gaan krijgen in verschillende jaren. Het is raadzaam om per pand een systeem te maken om het gebruik en de investeringen te volgen als verlengstuk van de gemeentelijke vastgoedlijst.

Het Ministerie geeft aan deze wetswijziging per 1 januari 2018 te willen invoeren zonder overgangsregeling. Hierdoor is nog niet duidelijk of ingrijpende diensten welke zijn afgenomen vóór 1 januari 2018 met ‘terugwerkende kracht’ te maken krijgen met een herzieningsperiode. Dit lijkt ons niet waarschijnlijk voor reeds lopende ingrijpende diensten op basis van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.

Het is aan te raden om inzichtelijk te maken welke diensten er bij gemeente zullen kwalificeren als ingrijpende diensten op basis van de verwachte regelgeving. Vervolgens moet beoordeeld worden of hier een btw-nadeel ontstaat en of hier nog een oplossing voor mogelijk is. Daarnaast is het belangrijker om voor de toekomst een afdoende beheersing te organiseren voor deze nieuwe wet. Graag helpen wij u hierbij. Neem voor nadere informatie contact op met Nikita Brameijer, BTW/BCF specialist.

Geplaatst 30-8-2017. Deze informatie wordt niet geüpdate.